De polders van De Meije, de Noordzijde, Weijland, De Bree en Rietveld met het gebied tussen de beide Wierickes kwam blank te staan.
De polders van De Meije, de Noordzijde, Weijland, De Bree en Rietveld met het gebied tussen de beide Wierickes kwam blank te staan. Foto: ?

Het ontstaan van de Hollandse Waterlinie

Algemeen Verhalen uit het archief

Het was in 1672 dat men op bevel van de Prins van Oranje ter verdediging van onze streken de dijken van enkele polders tussen Bodegraven en Nieuwerbrug heeft doorgestoken, waardoor het land onder water kwam te staan. Men wilde op deze manier trachten om vijandige legers tegen te houden. Deze vorm van verdediging was een onderdeel van de Eerste Hollandse Waterlinie. Deze Waterlinie, die van Muiden tot Gorkum liep, moest het westen van de Republiek met de belangrijke steden als Den Haag en Amsterdam beschermen tegen plunderende troepen. 

Eind 16e eeuw werd naast de schansen de inundatie ingevoerd. Deze linie werd lang niet gebruikt, maar in 1672 was de situatie in het land heel spannend: de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden werd aangevallen door Lodewijk XIV samen met de Engelse koning Jacobus en de bisschoppen van Munster en Keulen. De nood was groot. Vanuit het zuiden rukten drie legers op en van de zeezijde dreigde de Engelse vloot. De regering was radeloos, het volk redeloos en het land reddeloos! Hoewel de Staten Generaal in 1667 had besloten om het stadhouderschap af te schaffen, besloot men in deze noodsituatie om toch weer de hulp van een stadhouder in te roepen om het leger te leiden.

Nieuwe Stadhouder

Men benoemde Willem III, de Prins van Oranje en slecht 21 jaar, eerst als kapitein-generaal, maar al snel werd hem de titel van Stadhouder verleend. Hij besloot om de Oude Hollandse Waterlinie weer in gebruik te stellen om zo de oprukkende vijanden tegen te houden. Ook de omgeving van Bodegraven viel daaronder. Men startte de inundatie door op 17 juni 1672 de sluizen van de beide Wierickes open te zetten, waardoor het water van de Hollandse IJssel bij Goejanverwelle en ook bij de Oude Rijn het gebied in kon stromen. Terwijl dijken bij de beide Wierickes en enkele andere polderdijken werden doorgestoken, werden zowel de zuidelijke als de noordelijk polders rond de Oude Rijn blank gezet. De sluis in de Oude Rijn werd gesloten en bij Nieuwerbrug legde men een dam in de rivier. Ook bij Alphen werd de Oude Rijn afgedamd en de sluis bij Woerdense Verlaat werd gesloten. Zo kwamen de polders van De Meije, de Noordzijde, Weijland, De Bree en Rietveld met het gebied tussen de beide Wierickes blank te staan. 

De boeren in het gebied protesteerden hevig, vooral bij Nieuwerbrug en Lopikerwaard. Zij wilden niet dat hun koeien verdronken en hun gewassen onder water kwamen te staan. De sluizen die overdag waren opengezet, werden door de boeren ‘s nachts weer gesloten. Ook de gaten in de dijken werden door hen weer dicht gemaakt. Er moesten militairen aan te pas komen en een vertegenwoordiger van de Staten van Holland om de inundaties uit te voeren. 

Desondanks werd het gebied in eerste instantie niet nat genoeg, omdat het een droge zomer was, en het vele water werd in de grond opgenomen. Maar toen kwam de verlossende regen. Het gebied werd zo zompig dat het ontoegankelijk was voor de vijandige troepen.

Forten

Er vonden ook werkzaamheden plaats aan de forten. Bij Nieuwerbrug werden op bevel van Willem III twee verwaarloosde forten weer opgeknapt. Het waren de forten ‘Pain et Vin’ bij de Dubbele Wiericke en aan de andere kant van de Rijn het fort ‘Nieuwerbrug’. Deze forten waren van belang, omdat hiermee de dijk die niet onder water stond, gecontroleerd kon worden. De forten werden versterkt en van kanonnen voorzien.

Bij de Enkele Wiericke werd een eenvoudige, nieuwe schans gebouwd, terwijl de dijk langs dat water versterkt werd om er de troepen van de prins van Oranje langs te kunnen vervoeren. Later werd dat de ‘Prinsendijk’ genoemd. De dijk was ook van belang als waterkering in het geval de waterlinie moest worden ingesteld. Meer dan zeshonderd arbeiders moesten in oktober van het jaar 1672 de haastklus uitvoeren. Door het haastwerk was het echter niet goed genoeg gebeurd, zodat er al snel gaten in de dijk vielen en de dijk extra versterkt moest worden. Willem controleerde zelf de werkzaamheden vanuit een kampement in Bodegraven. Hoewel de boeren rond Bodegraven niet blij waren met de inundatie van hun land, dachten ze wel dat zo de vijand kon worden tegengehouden.

Dit jaar herdenken wij het rampjaar 1672 in onze streek met enkele verhalen.

!