Vernielde huizen moesten na de Tweede Wereldoorlog weer worden opgeknapt.
Vernielde huizen moesten na de Tweede Wereldoorlog weer worden opgeknapt.

Hulp bij wederopbouw in oorlogsgebieden

Algemeen

Hulp bij wederopbouw in oorlogsgebieden

In Oekraïne wordt ondanks de voortgaande strijd ook gewerkt aan de wederopbouw van de verwoeste gebieden en streken. Na de Tweede Wereldoorlog heeft onze gemeente ook hulp geboden aan andere delen van Nederland bij de wederopbouw. 

door Cock Karssen

Ammerzoden, Well en Nederhemert

Na de Tweede Wereldoorlog waren sommige delen van ons land zwaar getroffen en verwoest, zoals de Bommelerwaard. De dorpen van onze gemeente waren echter bijna schadeloos door de oorlogsjaren heen gekomen. Daarom werd besloten om de getroffen gebieden te helpen. Dit gebeurde al snel: vijf weken na de bevrijding!

De gemeentes Bodegraven en Reeuwijk adopteerden Ammerzoden en Well, samen met een aantal Noord Hollandse gemeentes. De hulp werd georganiseerd door het Nederlands Volks Herstel (NVH). Zwammerdam kreeg de plaats Nederhemert toegewezen en Bodegraven, Reeuwijk en Langendijk namen de zorg voor Ammerzoden en Well op zich. Deze plaatsen waren in 1944 al door Duitse troepen bezet en voor een groot deel vernield na Dolle Dinsdag. Op deze 5 september gingen Nederlanders namelijk de straat op omdat ze dachten dat ze elk moment bevrijd konden worden door de snel oprukkende geallieerden. De Duitsers verwachtten de Engelsen bij de Maaslinie en vernielden daarom de dorpen in de Bommelerwaard. Door bombardementen en felle gevechten tijdens de latere bevrijdingsstrijd werden de dorpen verder vernield. 

Toen de bewoners na de bevrijding terugkeerden, was geen huis onbeschadigd - de dorpen waren één grote ruïne. Bodegraven stuurde een delegatie om polshoogte te nemen, waarna onder de leiding van de heren La Gro, Van Loo en Luring begonnen werd aan de hulpactie. Op 18 juni, vijf weken na de bevrijding, hield Bodegraven een inzameling van goederen voor de getroffen plaatsen. In verzetskrant De Kroniek werd opgesomd wat allemaal was opgehaald: 12.595 stuks goederen, waarvan 1181 stuks meubilair, 4092 huishoudelijke artikelen, 398 paar schoenen, 1198 babygoederen, 661 stuks kleding voor meisjes en jongens, 600 stuks bovenkleding voor dames en 700 stuks onderkleding. Voor heren waren dat respectievelijk 609 en 539 stuks. Verder verzamelde men bed- en tapijtgoederen en 900 andere zaken voor het huishouden. 

Al op 13 juli gingen de eerste schepen uit Reeuwijk en Bodegraven vol met hulpmiddelen naar de Bommelerwaard. Op 16 juli is tevens 40.000 gulden bijeengebracht door onder andere diverse voetbalwedstrijden tussen middenstanders te organiseren. Het is verbluffend hoe kordaat er door de bevolking van onze dorpen zo kort na de bevrijding werd doorgepakt om hulp te bieden.

Gebrek aan bijna alles

Er was werkelijk aan alles gebrek. Er moesten hamers en spijkers komen, harken en zeisen voor de boeren, potloden voor de ambtenaren en instrumenten voor de dokter. Ook vertrokken mensen om ter plekke te helpen om de plaatsen weer op te bouwen. Al op 21 juli vertrokken ongeveer veertig timmerlieden om samen met Bodegraafse aannemers met de opbouw te beginnen. Onder leiding van de Bodegraver C. Tromp werkte men keihard om Ammerzoden en Well weer bewoonbaar te krijgen. 

Het was vaak een probleem om aan de benodigde materialen te komen, zoals glas om de ramen dicht te krijgen. Ook kostte het zo kort na de oorlog veel moeite om aan bedden, kachels, borden, textiel en andere huishoudelijke zaken te komen. Toch lukte het. Er werden door boeren uit de Rijnstreek zelfs koeien geleverd voor de zwaar getroffen boeren. Op 14 augustus werden 250 koeien uit Bodegraven en Nieuwerbrug naar Ammerzoden gestuurd. Ook Reeuwijk leverde vee, terwijl Zwammerdam 100 koeien naar Nederhemert, een plaats vlak bij, vervoerde. Op 1 november was 80 tot 85 procent van de huizen zo opgeknapt dat men er weer kon wonen. Al deze acties werden uitgevoerd door particulieren en zonder ambtelijke bemoeienis.

Inzet Rode Kruis

Het Bodegraafse Rode Kruis zorgde samen met de artsen uit Bodegraven dat de arts in Ammerzoden weer instrumenten, verbandmiddelen en een motorrijwiel kreeg om zijn patiënten te bezoeken. De drie samenwerkende gemeenten maakten het ook mogelijk dat in het najaar van 1945 een noodziekenhuis in gebruik kon worden genomen. De mensen van het Rode Kruis uit Bodegraven werden in eerste instantie ingezet voor de verpleging. 

Ook vertrokken er ambtenaren uit onze dorpen om de gemeentelijke administratie weer op poten te zetten. Men zorgde dat er weer een bevolkingsregister kwam. De secretarie, die ondergebracht was in een café, kreeg schrijfmachines en de benodigde inventaris. Ook de scholen werden voorzien van banken en leermiddelen. In juli en augustus werden ten slotte nog 125 katten naar de Bommelerwaard gestuurd om te helpen tegen de muizenoverlast. Zo hielp men Ammerzoden, Well en Nederhemert bij de wederopbouw.

!