
‘We proberen samen het beste te doen voor onze geliefde weidevogels’
AlgemeenTEMPEL - Op donderdag 30 april trekt een klein, hecht gezelschap de groene weiden van Tempel in voor een weidevogeltelling. Het werkterrein: 9 hectare grasland van hobbyboer Jan Vermeulen. Na zijn vervroegd pensioen stopte hij met de melkveehouderij, maar zijn land wordt nog altijd begraasd door een dertigtal opvallende runderen van het ras lakenvelder, herkenbaar aan de witte band rond hun romp, als een soort wandelende mergpijpjes.
door Duarte dos Santos Estrafalhote
Het weer is vriendelijk, al blaast de wind net stevig genoeg waardoor een jasje of bodywarmer geen overbodige luxe is. Naast de stal van Jan verzamelt het gezelschap zich. Iedere donderdag in het broedseizoen komen zij hier samen. Vandaag bestaat de groep uit Jan zelf, zijn zus Henny, weidevogelcontroleur en natuurliefhebber Cees van der Starre en ‘hoffotograaf’ Cornelis Hagen. Die laatste krijgt bij aankomst meteen complimenten over zijn zomerse outfit: de bovenste knoopjes van zijn overhemd los en een rieten hoedje op het hoofd verraden dat hij de zomer al aardig in zijn bol heeft.
Zorgelijke cijfers
Zonder voorbereiding gaat de groep het veld niet in. Rieten stokken, een verrekijker, pen en papier, een camera en vooral een scherpe blik zijn onmisbaar. Terwijl wordt gecontroleerd of alles compleet is, gaat het gesprek al snel over de staat van de weidevogels. De toon is somber. “Het is allemaal niet zo best,” concludeert Jan. Ook Cees, die al 35 jaar actief is bij de Weidevogelvereniging, ziet de aantallen teruglopen. “De situatie is treurig. Eind jaren 90 telden we in Nederland nog zo’n 100.000 broedparen grutto’s. Nu zijn dat er nog ongeveer 25.000. En ook soorten als de kieviet, tureluur en scholekster gaan hard achteruit.”
Volgens biologen en ecologen is intensieve veeteelt een belangrijke oorzaak. Bloemen en kruiden maakten plaats voor louter Engels raaigras, insecten verdwijnen en het waterpeil is te laag. Bovendien wordt er vaak gemaaid voordat kuikens kunnen vliegen.
Zoektocht
Met die naargeestige kennis in het achterhoofd gaat de groep toch met hoop het eerste perceel in. Maar niet voordat Cees eerst vanaf het hek met zijn verrekijker het landschap afspeurt. “Hmm,” mompelt hij, “misschien hebben we iets nieuws, maar zeker weet ik het niet.”
Jan zwaait opgewekt het hek open en de speurtocht kan beginnen. Bij de eerste stappen schrikt een kolonie ganzen luidruchtig op. “Die druktemakers jagen ook de weidevogels de stuipen op het lijf,” legt Henny uit. Het schrikdraad dat het perceel doorkruist, wordt vakkundig uitgeschakeld. “Uit!” roept Jan. Cornelis aarzelt even, waarop Cees grapt: “Tik er maar tegenaan, dan weten we zeker dat Jan eerlijk is.” Het is Jan die zich als eerste behendig onder het schrikdraad door manoeuvreert. Dat wekt vertrouwen; de rest volgt zonder aarzeling.
In het veld zet Cees de lijnen uit: met z’n allen naast elkaar, stapvoets vooruit. De gemoedelijkheid maakt plaats voor concentratie. Weidevogelnesten zijn vaak nauwelijks zichtbaar; gras wordt slim verbogen om ze te camoufleren. Een misstap is zo gezet. Onder luid protest van bezorgde vogels en het nieuwsgierige geloei van Jans koeien wordt het perceel zorgvuldig afgezocht. Rieten paaltjes markeren eerder gevonden nesten, bewust op afstand geplaatst; kraaien bleken het oude systeem inmiddels feilloos te doorzien.
Jackpot
Na een half uur zonder vondsten, op een jonge haas na, klinkt ineens Jans stem: “Eén erbij!” Het blijkt een gruttonest. Niet veel later volgen er nog drie nestjes van verschillende soorten, plus enkele angstig rondrennende kuikens. Henny noteert alles nauwkeurig op het formulier.
![]()
Zus Henny zorgde ervoor dat alle nieuwe vondsten keurig werden genoteerd. - Kijk op BR
Enige hectares, talloze vogelfeitjes van Cees en door de wind half onverstaanbare gesprekken later, wacht op het laatste stuk weide van Jan de spreekwoordelijke jackpot. Hoog over het veld vliegt een albino scholekster. Cees en Cornelis herkennen hem meteen. “Een wonder van de natuur,” noemt Cees het dier. “Zulke ‘jongens’ redden het vaak niet. Ze zijn genetisch meestal wat minder sterk en vallen door hun kleur extra op voor roofdieren. Ook worden deze witte varianten door hun soortgenoten vaak gezien als ‘rare vogels’.”
Koffie en voldoening
Na die opsteker keert de groep terug richting het erf. Opnieuw wordt het schrikdraad gepasseerd, terwijl Cees een anekdote deelt over een eerdere ontmoeting met een draad waar nog 5000 volt op stond. De balans wordt opgemaakt: vier nieuwe nesten, in totaal nu 26. Een prima score, al waren het er vorig jaar rond deze tijd nog vijf meer.
Binnen wacht koffie en wordt nagepraat. Het gesprek blijft, hoe kan het ook anders, bij vogels. Aan tafel zit een groep mensen met een grote liefde voor het landschap en zijn gevederde bewoners. “Dit zijn fijne momenten,” vat Cees het samen. “Samen eropuit gaan en proberen het beste te doen voor onze geliefde weidevogels.”











