
Hoe zou het Groene Hart eruitzien in 2100?
DuurzaamREGIO – Stel je eens voor: over 75 jaar, hoe ziet onze regio er dan uit? Hebben we nog steeds lange stroken grasland met koeien of biedt het landschap dan een hele andere aanblik? Dat onderzochten tien studenten van de universiteiten van Delft, Rotterdam en Leiden in een gezamenlijk ‘Thesis Lab’. Met een ‘realistisch optimistische’ blik keken zij naar de toekomst van het Groene Hart. Welke milieu-uitdagingen liggen er voor de regio en hoe pakken we die aan?
door Key Tengeler
Het gezamenlijke onderzoeksproject hield zich bezig met het Groene Hart, maar keek daarbij ook naar de effecten op de hele randstand: van de Vechtstreek bij Amsterdam tot aan het zuidelijke puntje van De Waarden naast Rotterdam en van het strand bij Scheveningen tot aan de stad Utrecht. Tien studenten schreven hun scriptie over verschillende onderwerpen die van belang zijn voor de toekomst van de regio. Allemaal gingen ze op zoek naar een ‘slimmer systeem’ dat bodemdaling, biodiversiteitsverlies en het beperkt beschikbare zoetwater aanpakt.
Stel dat?
De onderzoeken zijn gecategoriseerd in uitvergroters (‘Stel dat we…’), opbouwers (‘Hoe kunnen we…’) en ontwikkelaars (Werkt dit inderdaad zo…’). In de eerste categorie, de ‘wat als’-studies, gaat het Groene Hart op zijn kop. Alle koeien weg, het land onder water, een landschap vol wilgen en riet – radicale toekomstvisies om vastgeroeste patronen te doorbreken.
Biobased (ver)bouwen
Kim van Bruggen onderzocht of boeren hun gras en koeien kunnen inruilen voor gewassen waarmee huizen gebouwd kunnen worden: biobased bouwen. “Biobased huizen zijn gezond, isolerend en milieuvriendelijk en het Groene Hart is kansrijk voor teelt van bouwgewassen als riet en lisdodde, omdat die gedijen op natte veengronden. En die natte grond is nodig om verdere bodemdaling en bijbehorende CO2-uitstoot door het veen te voorkomen.” Er moet echter nog veel gebeuren om de teelt werkelijkheid te maken, zoals een volwassenere keten, marktvertrouwen en concreter overheidsbeleid.
Skip de koe
Marijn Vis onderzocht of we onze eiwitten direct uit het gras kunnen halen zonder tussenkomst van de koe, wat plaatsmaakt voor natte graslanden en kruidenrijke hooilanden. “We maken geen melk, maar hoogwaardig eiwit door middel van ‘green biorefinery’. Gras groeit al in overvloed, het is tijd dat we er alles uithalen wat erin zit.” Niet alle koeien zouden verdwijnen, want het restproduct is goed veevoer. “Op kleinere schaal kan zo deze cultureel waardevolle sector blijven bestaan.”
![]()
Marijn Vis onderzocht of we de koe kunnen skippen en eiwitten direct uit gras kunnen halen. - Grassa
Het Blauwe Hart
De laatste radicale toekomstvisie komt van Matthias Paardekoper. Hij onderzocht waarin het ‘Groene Hart’ wordt omgedoopt tot het ‘Blauwe Hart’. Geen gras meer, maar vergezichten over moerassig land. “Herstelde veengebieden kunnen functioneren als een spons: ze nemen water op tijdens natte periodes en geven het af in drogere tijden. Daarmee krijgen we controle over de watervoorziening en gaan we biodiversiteit tegen.”
Hoe dan?
Dan komen we bij de opbouwers. Want vergezichten zijn leuk, maar hoe komen we daar? Wat is er nodig om ideeën te laten slagen en op grote schaal toe te passen?
Erfgoedbehoud
Bente Janssens onderzocht bijvoorbeeld of je natuur als erfgoed kunt zien en of dat helpt om het net zo goed te beschermen als oude molens of historisch landschap. “Erfgoedbehoud en duurzame ontwikkeling komen beide voort uit de motivatie om waardevolle grondstoffen, nalatenschap en keuzemogelijkheden voor toekomstige generaties te behouden,” zegt ze. Bente onderscheidde in haar onderzoek zes soorten erfgoedbenaderingen zoals economisch, gemeenschapsgericht en ecologisch. “Daarmee kunnen beleidsmakers, ontwerpers en erfgoedexperts bewustere beslissingen nemen.”
Multifunctionele grond
Emilie van Rappard keek naar de mogelijkheden van Paludi PV: een veld met zonnepanelen waaronder ook landbouw mogelijk is en liefst ook nog vernatting van het veen. “Hoewel het op papier veelbelovend oogt, is de realiteit op dit moment helaas minder rooskleurig,” moet Emilie erkennen. Toch denkt ze dat we op een gegeven moment wel moéten kijken naar dit soort multifunctioneel landgebruik. “Er is integrale, gebiedsgerichte aanpak nodig van de overheid met beleid dat richting geeft én ondersteunt. En minstens zo belangrijk is een sterkere businesscase.”
Visie gevraagd
En hoe krijgen we landbouw en natuur niet tegenover elkaar, maar naast elkaar? Lianne Harmsen onderzocht hoe we zo snel mogelijk naar natuurinclusieve landbouw kunnen overstappen. Conclusie: de overheid is aan zet. “Het gebrek aan een langetermijnvisie van het Rijk belemmert de transitie. Die zou gemeenten de ruimte geven zelfstandig beleid te organiseren en boeren om hun bedrijfsmodellen te veranderen.” Daarnaast is structurele financiering nodig en moet het beleid recht doen aan de diversiteit van het Groene Hart.
Hoger grondwater
Als laatste opbouwer onderzocht Maaike Jansen Venneboer hoe de regio zich kan aanpassen aan hogere grondwaterstanden. Die voorkomen bodemdaling en CO2-uitstoot. Toch is verhogen van het waterpeil lastig. “Het heeft nadelen voor boeren, kunstmest en bestrijdingsmiddelen komen gemakkelijker in het water terecht en we hebben zoetwater hard nodig voor andere dingen.” Het Groene Hart zal geen groot moeras worden, maar we zullen ons wel moeten aanpassen. “Denk aan natte teelten of boeren die bijverdienen met een camping of educatieve activiteiten.”
Werkt dit?
Ten slotte komen we bij de concrete veld-experimenten in het Polderlab in Oud Ade. Op 32 hectare landbouwgrond onderzoeken boeren, burgers en wetenschappers of innovaties in de praktijk werken.
Meer bloemen
Zo keek Aidan Hiemstra naar ander beheer van grasland in het Groene Hart: geen monocultuur van Engels raaigras, maar een veld met gras, kruiden en bloemen. “Eigenlijk is het Groene Hart té groen. Weinig plantendiversiteit vergroot de kans op plagen en ziektes en verhoogt het risico op schade door extreme omstandigheden.” De eerste stap is minder bemesten en maaien. “Na één jaar was het Engels raaigras al gehalveerd en namen andere planten die ruimte in.” Het gaat wel ten koste van de productiviteit van het land. “Daarom moeten we boeren belonen voor hun natuurdiensten.”
Een nieuw idee rijst
Martijne Kannekens onderzocht een manier om bodemdaling en CO2-uitstoot te voorkomen, maar ook de voedselproductie op peil te houden: overstappen op rijstteelt. “Als we het droge veen in Nederland zouden bestrijden met natte rijstteelt, zouden we die problemen misschien tegelijkertijd kunnen oplossen.” Het zou zelfs gecombineerd kunnen worden met het kweken van vis. “Dat is pas écht efficiënt gebruik van het land.” De eerste resultaten zijn positief, maar er is nog meer onderzoek nodig naar de langetermijneffecten.
Heldere sloten
Het laatste onderzoek keek naar de methaanuitstoot van sloten. Thomas Celie ziet kansen in de terugkeer van de waterplant krabbenscheer – als de Amerikaanse rivierkreeft geen roet in het eten gooit… “Krabbenscheer vermindert algen, maakt water helderder en creëert een gezondere bodem. En uit de eerste resultaten blijkt dat de plant het goed doet, ondanks de kreeften.” We moeten echter ook de bron van het methaan aanpakken: meststoffen en pesticiden die de sloten verstikken. “Krabbenscheer is een goed begin. Zeg maar dag tegen de troebele dode chocolademelksloten!”
![]()
Krabbenscheer kan worden ingezet in de strijd tegen methaan-uitstoot uit sloten, mede veroorzaakt door de Amerikaanse rivierkreeft. - Thomas Celie
Politieke aandacht
Begin juli werd de whitepaper met de resultaten van de tien onderzoeken overhandigd aan Mirjam Sterk, voorzitter van Bestuurlijk Platform Groene Hart!, waar ook Bodegraven-Reeuwijk vertegenwoordigd is. Sterk: “De druk op ruimte, natuur, water, landbouw en wonen vraagt om keuzes die niet alleen slim zijn voor vandaag, maar houdbaar voor de generaties na ons,” schrijft ze in het voorwoord van de whitepaper. “De frisse blik van studenten is daarin onmisbaar.”
Academisch coördinator Joran Lammers is blij met die politieke aandacht: “De studenten merken dat hun resultaten niet zomaar op een plank verdwijnen, en betrokkenen bij het Groene Hart zijn enthousiast over de frisse, goed doordachte en soms verrassende ideeën. Het smaakt naar meer!”











