Logo kobr.nl
Vader Jan Timmer met de bakfiets.
Vader Jan Timmer met de bakfiets. (Foto: )

Spectaculaire ontsnapping na 76 jaar bekend

  Historie

BODEGRAVEN - De broers Gerrit en Stan Van Dijk zijn al enige tijd bezig om de oorlogsjaren van hun ouders te onderzoeken. Hun vader en moeder leerden elkaar kennen toen zij beiden tewerk waren gesteld in Duitsland, hun moeder vanuit Polen en hun vader vanuit Bodegraven. De broers hebben dit verhaal uitgezocht.

De ouders trouwden na de oorlog en gingen op de Emmakade wonen in Bodegraven. Tijdens hun speurtocht kwamen de broers een bijzonder verhaal tegen van een andere voormalig bewoner van de Emmakade, de 91-jarige Koos Timmer. Het is het verhaal over de redding van een Joodse onderduiker, die tijdelijk bij de familie Timmer was ondergedoken. Het bijzondere is dat dit verhaal na 76 jaar pas bekend is geworden. Het gaat over Izaäk Gans. Hij was echter geen familie van de familie Gans die op de Emmakade woonde en waarvan de ouders en vijf kinderen in 1942 al werden weggevoerd en vermoord in Auschwitz.

De broers Van Dijk hebben het unieke verhaal van Izaäk Gans verder gecontroleerd op waarheidsgehalte en zelfs nabestaanden gesproken: "Toen de tweede wereldoorlog uitbrak, leek het voor deze familie Gans nog wel mee te vallen. Izaäk, hoewel Jood, was getrouwd met een Arische vrouw en zijn kinderen waren dus half-Joods. Zij woonden in Eindhoven en sloten zich daar aan bij de groep van Vergadering der Gelovigen. Vanwege hun half-Joodse komaf waren zij niet veilig. Toch besloot vader Gans met zijn zonen Gerard en Eppo in het verzet te gaan."

De twee zonen van Izaäk werden verraden en gedeporteerd naar Sobibor en Neuengamme, waar zij werden vermoord. Voor hun vader moet het verschrikkelijk zijn geweest om te horen dat zijn zonen waren opgepakt. Zouden ze doorslaan bij een verhoor, met de mogelijke gevolgen van dien voor hem en zijn gezin? "Hij kon maar één ding doen en dat was vluchten naar het noorden van het land, waar hij goede vrienden had."

Als in oktober 1944 de geallieerden Zuid-Nederland hebben bevrijd, neemt Izaäk het besluit zijn gezin in Eindhoven weer op te zoeken. De tocht was een uiterst gevaarlijke onderneming, zeker na de arrestatie van zijn twee zonen. Geholpen door het verzet kwam hij uiteindelijk in Bodegraven aan en kreeg hij bij de familie Timmer aan de Emmakade 106 een schuilplaats aangeboden. Het gezin Timmer bestond op dat moment uit vader Jan met zijn vrouw Magdalena, dochter Maartje, zoon Rob (Rocus), Koos, Hans en Jan.

Van die korte periode dat Gans bij de familie verbleef, vertelde Koos Timmer, toen net 17 jaar oud, het volgende: "Ik herinner mij meneer Koning, want zo noemde hij zichzelf, als een bijzondere man. Hij was op de vlucht, omdat hij in het verzet zat. Hij vertelde ons dat hij tankdoppen van legervoertuigen bij de bezetter forceerde en dan suiker bij de brandstof voegde, wat voor veel schade aan de motoren zorgde."

Na enkele dagen gaat Izaäk voor een knipbeurt naar kapper L. van de Berg in de Noordstraat. "In de kapperszaak viel Izaäk op vanwege zijn uiterlijk en de aanwezigen stelden vast dat hij geen Bodegraver was. Izaäk biechtte op dat hij geen 'Koning' heette, maar 'Gans', en van Joods bloed was. Ook zijn verblijfplaats in Bodegraven gaf hij vrij. Er heerste grote paniek bij kapper Van de Berg, die actief betrokken was bij het Bodegraafse verzet. Hij besloot na sluiting van de zaak direct naar de familie Timmer te fietsen en bij binnenkomst roept hij uit: 'Die vent moet weg!'"

De heftige reactie van de kapper had niets met 'het jood zijn' van Gans te maken, maar veeleer het gevaar dat deze persoon over zichzelf, de familie Timmer en het in stilte opererende verzet in Bodegraven afriep. Koos vervolgt zijn verhaal als volgde: "Gans heeft maar kort bij ons onderdak genoten en na het bezoek aan kapper Van de Berg is er een stevig gesprek met hem en het plaatselijke verzet geweest. Er was geen tijd te verliezen. Gans moest verder geholpen worden om met zijn gezin in Eindhoven herenigd te worden." Het werd een uiterst gewaagde onderneming. "Mijn vader, die een levensmiddelenzaak runde, bezat een bakfiets welke als transportmiddel gebruikt werd om Izaäk Gans te vervoeren. Ik zie nog voor mij hoe Gans op een trapje de bakfiets instapte en afgedekt werd door een oude deken. Er was een discussie tussen mijn oudste broer Rokus, die de bakfiets zou berijden, en mijn vader, die hem zou begeleiden op een andere fiets. Moesten we de klep van de bakfiets gesloten of half geopend houden?" Er werd gekozen voor het laatste om niet te veel de aandacht te trekken. Bij een eventuele controle moest de reis op een voedseltocht langs de boeren lijken.

De tocht ging via Gouda naar Bergambacht, waar de oversteek over de Lek moest plaatsvinden. Vandaar zou Izaäk onder begeleiding van bevriende geloofsgenoten en verzetsstrijders uit de omgeving van Kinderdijk via de Biesbosch door naar Eindhoven reizen. Koos verhaalt hoe zijn moeder met zijn zus Maartje en andere geloofsgenoten vol spanning thuis achterbleven en baden voor een veilige tocht. "Nog steeds is niet duidelijk hoe de oversteek heeft plaatsgevonden. Eén verhaal vertelt dat Gans zwemmend de overkant heeft weten te bereiken, een ander zegt dat hij is geholpen bij de oversteek met een vaartuig. In ieder geval is de tocht gelukt en heeft Izaäk Gans het bevrijde Nederland veilig weten te bereiken."

Tekst: Cock Karssen

Meer berichten