Logo kobr.nl
Foto:
Verhalen uit het archief

Verhalen uit het archief: Hulp aan verwoeste plaatsen in Bommelerwaard

  Historie

Terwijl onze dorpen nog maar net waren bekomen van de oorlogsjaren en hier en daar al feest werd gevierd of dit werd voorbereid, werd al snel na de bevrijding hulp geboden aan plaatsen die zwaar waren getroffen.

Door Cock Karssen

Dit gebeurde al vijf weken na de bevrijding! De hulp werd georganiseerd door het Nederlands Volks Herstel (NVH). Zwammerdam kreeg de plaats Nederhemert toegewezen en Bodegraven, Reeuwijk en Langendijk namen de zorg voor Ammerzoden en Well op zich, samen met een combinatie van Noord-Hollandse gemeentes. Deze plaatsen waren in 1944 na Dolle Dinsdag door Duitse troepen bezet en voor een groot deel vernield, omdat de Engelsen bij de Maaslinie verwacht werden. Door bombardementen en felle gevechten tijdens de bevrijdingsstrijd werden de dorpen verder vernield. Toen de bewoners na de bevrijding terugkeerden, was geen huis onbeschadigd. Het was één grote ruïne.

Bodegraven stuurde een delegatie om polshoogte te nemen, waarna onder de leiding van de heren La Gro, Van Loo en Luring begonnen werd aan de hulpactie. Op 18 juni, vijf weken na de bevrijding, hield Bodegraven een inzameling van goederen voor de getroffen plaatsen. In De Kroniek werd opgesomd wat er allemaal was opgehaald: 12.595 stuks goederen, waarvan 1.181 stuks meubilair, 4.092 huishoudelijke artikelen, 398 paar schoenen, 1198 babygoederen, 661 kledingstukken voor meisjes en jongens en 600 en 700 boven- en onderkledingstukken voor dames. Voor heren waren dat respectievelijk 609 en 539 stuks. Verder verzamelde men bed- en tapijtgoederen en 900 andere zaken voor het huishouden. Al op 13 juli gingen de eerste schepen uit Reeuwijk en Bodegraven vol met hulpmiddelen naar de Bommelerwaard. Op 16 juli werd er 40.000 gulden bijeengebracht door onder andere diverse voetbalwedstrijden tussen middenstanders te organiseren. Het is verbluffend hoe kordaat er zo kort na de bevrijding door de bevolking van onze dorpen hulp werd geboden.

Gebrek aan bijna alles

Er was werkelijk aan alles gebrek. Er moesten hamers en spijkers komen, harken en zeisen voor de boeren en potloden voor de ambtenaren. Daarnaast waren er koeien nodig voor de zwaar getroffen boeren. Deze koeien werden geleverd door boeren uit de Rijnstreek, wiens land ondertussen vol lag met mijnen. Op 14 augustus werden op hun beurt 250 koeien uit Bodegraven en Nieuwerbrug naar Ammerzoden gestuurd. Ook Reeuwijk leverde vee, terwijl Zwammerdam 100 koeien naar Nederhemert, een plaats er vlakbij, vervoerde.

Hiernaast hielp men om de plaatsen weer op te bouwen. Al op 21 juli vertrokken ongeveer veertig timmerlieden om samen met de Bodegraafse aannemers met de opbouw te beginnen. Onder leiding van Bodegraver C. Tromp werkte men keihard om Ammerzoden en Well weer bewoonbaar te krijgen. Het was vaak een probleem om aan de benodigde materialen te komen, zoals glas om de ramen dicht te krijgen. Ook was het moeilijk om zo kort na de oorlog aan bedden, kachels, borden, textiel en andere huishoudelijke zaken te komen. Toch was op 1 november 80 tot 85 procent van de huizen zo opgeknapt dat men er weer kon wonen.

Wederopbouw

Al deze acties werden uitgevoerd door particulieren zonder ambtelijke bemoeienis. Het Bodegraafse Rode Kruis zorgde samen met de artsen uit Bodegraven dat de arts in Ammerzoden weer instrumenten, verbandmiddelen en een motorrijwiel kreeg om zijn patiënten te bezoeken. De drie samenwerkende gemeenten maakten ook mogelijk dat er in het najaar van 1945 een noodziekenhuis in gebruik kon worden genomen. De mensen van het Rode Kruis uit Bodegraven werden in eerste instantie ingezet voor de verpleging.

Ook vertrokken er ambtenaren uit Bodegraven en omgeving om de gemeentelijke administratie weer op poten te zetten. Men zorgde dat er weer een bevolkingsregister kwam en de secretarie, die ondergebracht was in een café, kreeg schrijfmachines en de benodigde inventaris. Ten slotte werden ook de scholen voorzien van banken en leermiddelen. In juli en augustus werden bovendien nog 125 katten naar de Bommelerwaard gestuurd om te helpen tegen de muizenoverlast. Zo hielp men Ammerzoden, Well en Nederhemert bij de wederopbouw.

Meer berichten