Kerstviering met de gemobiliseerde militairen.
Kerstviering met de gemobiliseerde militairen. Foto: Archief

Hulp aan gemobiliseerde militairen

Historie Verhalen uit het archief

Dit jaar zal er veel aandacht zijn voor de gebeurtenissen die zich 85 en 80 jaar geleden afspeelden in onze regio. In deze verhalen besteden we daar de komende tijd ook aandacht aan. Dit verhaal gaat over hulp en tehuizen in tijden van oorlog.

door Cock Karsten

Een noodhospitaal en een militairtehuis.

Direct bij de komst van de duizenden gemobiliseerde soldaten naar Bodegraven in 1939, werd er in een bovenlokaal van de Erasmusschool een noodhospitaal ingericht. Het Rode Kruis bood zijn diensten aan, en onder leiding van mevrouw Jüngling werd het lege lokaal ingericht als ziekenzaal. De dames van de Christen Vrouwenbond trokken het dorp door om bedden, lakens, dekens, handdoeken, verpleegartikelen en nachtgoed te verzamelen. In één weekend was het hospitaal op deze manier klaar om de eerste patiënt op te vangen. Men begreep ook dat er voor de soldaten, die zo plotseling bij hun familie waren weggeroepen, opvang geregeld moest worden. Dominee Klüsener van de Dorpskerk nam al begin september het initiatief, en begon met een groep helpers een leeg kaaspakhuis in de Kerkstraat in te richten als militairtehuis. Want hoewel de soldaten ook bij de burgers welkom waren, hadden ze toch behoefte aan een eigen thuis waar zij bij elkaar konden komen. Het tehuis werd ingericht met de nodige lectuur, dam en schaakspelen, een sjoelbak en de mogelijkheid om koffie en thee te zetten. Ook in het Parochiehuis werd een tehuis ingericht voor de soldaten van rooms-katholieke huize, zij verhuisden later naar het café van de weduwe Brouwer in de Wilhelminastraat. Ook gingen de predikanten van de kerken al snel op zoek naar logeermogelijkheden voor de familie van de soldaten, zodat ze in het weekend bezoek van hun vrouwen en familie konden ontvangen.

Commissie voor ontwikkeling en ontspanning.

Er werd half september ook een speciale commissie opgericht die voor de nodige ‘ontwikkeling en ontspanning’ voor de militairen ging zorgen. Deze commissie die al snel ‘O en O’ werd genoemd, begon met het organiseren van een gezellige avond in de zaal van Hotel van Rossum. De zaal werd aangekleed met vlaggen en versiering van het Oranjecomité en van de vereniging De Princevlag, er waren geschenken vanuit de middenstand en er werd een gevarieerd programma aangeboden. Soli Deo Gloria speelde: ‘Turf in je ransel’ en ‘Ki ka kolonel’ en het dubbelkwartet van de Rhijnse Sangers zong enkele liederen. Later werden er ook sport en spel avonden georganiseerd met diverse Bodegraafse sportverenigingen, terwijl ook Het Nut, toneel verenging H.K.Poot en Crescendo hielpen mee aan de ontspanning.

Sinterklaas en Kerst werden feestelijk gevierd

Om het gemis aan de gezelligheid thuis wat te vergoeden, werd er in de tehuizen extra aandacht aan de feesten in de maand december gegeven. Op 5 december was er in het christelijk militairtehuis een gezellige avond met oliebollen, goocheltrucs, zang en het optreden van danseresjes. Bij de kerstviering zong een koor van de Lutherse kerk kerstliederen bij de kerstboom en was er declamatie (zie foto). In het rooms-katholieke tehuis was er een kerstontbijt na de nachtmis.

Ook de commissie voor ‘O en O ‘ zorgde voor ontspanning met gezellige avonden op cultureel niveau in de zaal van hotel Van Rossum met vioolspel en klassiek zang.

Terwijl Nederland tussen hoop en vrees zweefde wat de kansen op oorlog betrof, zorgde een Bodegraafse commissie dat de soldaten cursussen konden volgen. Naast de opvang in de geïmproviseerde militaire tehuizen, organiseerde de commissie voor ’Ontwikkeling en Ontspanning ‘, cursussen in diverse talen, in boekhouden, rekenen, meetkunde en een cursus voor het middenstandsdiploma. In een verslag dat penningmeester Jac. Groenendijk in oktober 1940 over deze activiteiten maakte, staat te lezen dat er veel medewerking was van één van de officieren van de gelegerde soldaten, luitenant Hauer. Het leger was duidelijk ingenomen met het plaatselijke ‘ontwikkelingswerk’ onder de militairen. Men kreeg zelfs subsidie op de kosten van de lessen, die verder voor het grootste deel door de Bodegraafse burgers betaald werden. Vier onderwijzers en een ambtenaar zorgden samen met twee militairen als hulpleiders, voor het onderwijs in o.a. de Nederlandse, maar ook de Duitse taal!

In oktober 1939 moest een groot deel van de duizenden militairen vertrekken, onder andere omdat de koeien weer in de stallen moesten, waar de soldaten gehuisvest waren. Dit garnizoen nam met een groot defilé afscheid van de gastvrije bevolking die hen zo goed had opgevangen. Er bleef een kleiner garnizoen achter in Rehoboth, het Beursgebouw en het Parochiehuis.

De scholen konden weer door de leerlingen in gebruik genomen worden, na drie maanden van gedwongen vakantie.

Advertentie

Categorieën