
‘De weg kantelde en sloeg om als een muur’
HistorieSLUIPWIJK - Afgelopen week was het 100 jaar geleden dat twee dijken bij Gravekoop doorbraken: de Lecksdijk en enige tijd later ook de dijk van de Blindeweg, de huidige Nieuwenbroeksedijk. Hierdoor kwamen de polders Vettenbroek en Broekvelden, de huidige Surfplas, onder water te staan. De impact op de 150 bewoners van dit gebied was groot. Over de oorzaak van deze ingrijpende gebeurtenis en de omstandigheden waaronder deze plaatsvond, zijn de bronnen niet eenduidig. Woedde er een zware storm of was het juist rustig weer? Betrof het een lokaal incident of was het onderdeel van een omvangrijker probleem? Nel van der Bas, beeldarchivaris van het Streekmuseum, en de in plaatselijke historie geïnteresseerde Schelto de Waard doken in de archieven.
door Loes Kamer
In januari 1926 had de hele delta van West-Europa te lijden onder de gevolgen van extreem weer. Smeltwater had de waterstanden van de grote rivieren omhoog gedreven en veroorzaakte in combinatie met aanhoudende regenval en harde wind overal watersnoden. Een bericht uit het Nieuwsblad van het Noorden van woensdag 2 januari 1926 maakt melding van diverse overstromingen in met name de zwaar getroffen provincies Noord-Brabant, Limburg en Gelderland. Ook Zeeuws-Vlaanderen en België werden getroffen; in delen van Engeland was een hoge vloed de oorzaak van wateroverlast.
Berichtgeving
In hetzelfde bericht van het Nieuwsblad van het Noorden staat te lezen dat Reeuwijk is getroffen: “Uit Gouda wordt gemeld dat te Reeuwijk een dijk is doorgebroken. In een klein half uur had het gat een lengte van 100 meter en een breedte van 80 meter gekregen. Een groote paniek ontstond bij de in den polder wonende boeren en daggelders. Gered kon er zoowat niets worden, alleen slaagde men er met groote moeite in een deel van het vee in veiligheid te brengen. Toch kwamen vijf pinken, zes koeien, vele varkens en een buitengewoon groot aantal kippen in het water om. Van den huisraad kon zoowat niets gered worden. Eén boer was er, die zijn geld op tafel klaar gelegd had, nog wat anders wilde meenemen en toen in zijn opgewondenheid vergat het geld mede te nemen.”
Van de 22 woningen in de polder waren er zes geheel verdwenen. Van de overige 16 stond een aantal tot goothoogte onder water; de hoger gelegen panden tot tafelhoogte. Alle hooibergen waren ondergelopen, waardoor al het hooi onbruikbaar was geworden. De bewoners vonden onderdak bij familie en buren in naastgelegen polders. De ramp werd compleet nadat korte tijd later ook de Blindeweg doorbrak. Doordat de watermassa van Gravekoop de polder instroomde en de tegendruk van het water afnam, bezweek ook deze dijk. In vrijwel dezelfde bewoordingen berichtte De Volkskrant van dezelfde datum over deze gebeurtenis. Schelto: “Net als nu: kranten ‘lenen’ artikelen van elkaar.”
Ramptoerisme
Ook ramptoerisme is van alle tijden: “Een groot aantal fietsers en wandelaars kwamen wij reeds op onzen autotocht tegen, die zich langs de kronkelende en doorweekte wegjes naar de plaats des onheils begaven. Het was daarom een uitnemend denkbeeld van den Reeuwijkschen burgemeester, den heer Lucasse, om verschillende personen met bussen te laten collecteeren. De vele belangstellenden gaven dan ook met gulle hand, doch dit is natuurlijk totaal onvoldoende, want veel, zeer veel geld zal er noodig zijn om deze 22 gezinnen, die zoowat alles achter moesten laten, weer in hun positie te herstellen. De ramp geschiedde op een zeer moeilijk te bereiken punt, ongeveer twee uur gaans van Gouda.”
‘Diezig’ weer
Verder gaat het bericht uit De Volkskrant nog dieper in op de oorzaak: “De doorbraak is zeer onverwacht gekomen, wel stond het door den storm opgezwiepte water reeds hoog tegen den dijk, doch het ongeluk werd door niemand bevroed. Om ongeveer vier uur sloeg plotseling een gat in den Laisedijk en stroomde het woeste water met groote kracht den Vettenbroekschen polder in.”
Deze laatste alinea is opmerkelijk. Nel heeft een document uit het archief van het Streekmuseum tevoorschijn gehaald. Een ooggetuigenverslag van de opeenvolgende gebeurtenissen dat 30 jaar na dato verscheen, namelijk in de Rijn en Gouwe van zaterdag 31 december 1955, spreekt helemaal niet van storm. In dit artikel, getiteld ‘Het was een kalme oudejaarsdag…’, komt J. Rijlaarsdam aan het woord, de vroegere poldermeester van de polders Vettenbroek en Broekvelden. Hij vertelt dat het een beetje “diezig” weer was op die grijze middag en dat er een lichte nevel lag over Gravekoop en de aanliggende polders.
Daags ervoor was Ouwerkerk aan de Amstel door een dijkbreuk onder water komen te staan. Dat gevaar dreigde voor heel Holland tussen Waterweg en Noordzeekanaal, voorzag Rijlaarsdam. Deze winter was zacht en er was al veel regen gevallen; de kanalen en polderboezems konden niet nog meer water bergen. Rijnland kende peilbemaling, maar het gemaal bij Katwijk had onvoldoende capaciteit om dergelijke hoeveelheden water aan te kunnen. Het water in de Rijn en de Gouwe was inmiddels tot maximale hoogte gestegen en het water uit de polders mocht niet op deze wateren worden uitgeslagen. Vettenbroek lag 6,1 meter onder NAP. Het water in Gravekoop drong al dagenlang tegen de dijk aan en stond even hoog als de weg. De polders waren dras geworden. De dag voor de doorbraak inspecteerde Rijlaarsdam de dijk nog, samen met de voorzitter van het polderbestuur en een collega. Daarbij werd vastgesteld dat deze dringend verzwaard moest worden, wilde hij het houden. Maar de verzwaring kwam te laat.
![]()
Het water stond tot goothoogte. - SAMH te Gouda
Rampscenario
Op oudejaarsmiddag om half vier stond Rijlaarsdam op de Lecksdijk. Het water sijpelde onder de weg door de polder in. “Zo’n drang stond er achter dat water dat de veengrond opzij werd gedrukt en dat de dijk in beweging kwam. Ze beefde en de weg kromde zich, schommelde naar links en opeens sloegen er gaten in de dijk, onder de weg door. Brokken veen als een hele woning, vermengd met sintels en takken die de dijk stevigheid hadden moeten geven, spoelden weg over een lengte van 80 tot 100 meter.”
Het bericht vervolgt: “Nog eenmaal richtte het wegdek zich op, omdat het water er van onderaf tegenaan drukte. De hele weg kantelde en sloeg om, zoals een muur na een ontploffing. De brokken vielen in de wild kolkende stroom en het water had vrij spel.” Helaas bleef het hier niet bij. Ondanks het harde werken van de polderbewoners om de Blindeweg te verzwaren en op tijd de Tochtbrug te dempen met een vlet met zand, bielzen en balken, bezweek ook deze dijk enige tijd later over een lengte van 100 meter.
“De website van Weerverleden laat zien dat er in de periode van woensdag 26 december 1925 tot en met maandag 5 januari 1926 meer dan 80 millimeter regen is gevallen bij een gemiddelde temperatuur van 8 graden Celsius en het klopt dat het rustig weer was”, aldus Schelto. De beschrijving van een grijze, nevelige dag door Rijlaarsdam duidt op weinig wind. Dat de polderbewoners al lang van tevoren begonnen met voorbereidingen, zoals provisorische dijkverzwaringen, het dempen van de doorgang en het evacueren van bewoners en vee, geeft aan dat de doorbraken niet onverwacht kwamen. Reeds jaren was men op de hoogte van de slechte staat waarin de dijken verkeerden. Het was geen onwil om er iets aan te doen, maar eerder onvermogen: waar kwam het geld vandaan? Door de diepe ligging van de polder waren de lasten om deze te bemalen al niet meer op te brengen; het was armoe troef.
![]()
Woning van Chiel van den Berg aan de Kooidijk, de toenmalige verbindingsweg tussen de Lecksdijk en de Oudeweg die onder de Surfplas verdwenen is. - Streekmuseum Reeuwijk
Navolging
In de eerste weken van maart 1926 werd, met financiële steun van het Rijk, de provincie en het waterschap, begonnen met het dichten van het gat in de Lecksdijk. Eind april kon het gemaal weer gaan draaien, achttien dagen en nachten lang. Half mei viel de polder droog; het was een modderveld geworden. De hele zomer hadden de boeren nodig om alle sloten uit te baggeren, zodat de polder verder kon drogen. In augustus verscheen een groen waas en in september lag het gebied er weer prachtig bij.
De dreiging van het water rondom de polders was permanent aanwezig. Reeds in 1923 ontstonden plannen om het hele plassengebied droog te maken. Door de dijkdoorbraken kwamen deze in een stroomversnelling; vooral politici en agrariërs waren voorstanders. Al snel ontstond echter een tegenlobby van natuurliefhebbers en watersportverenigingen, voornamelijk uit Gouda. Het zou nog tot 1930 duren voordat de definitieve beslissing viel om de Reeuwijkse Plassen niet droog te maken. Niet omdat de natuur- en watersportverenigingen het pleit gewonnen hadden, maar omdat Den Haag in crisistijd geen steun wilde geven aan een financieel avontuur dat als een molensteen om de nek van het Rijk kon komen te hangen.
Om Sluipwijk met Oukoop te verbinden werd naast de plek van de Blindeweg een noodbrug aangelegd, waarover alleen voetgangers en fietsers zich konden verplaatsen. Oukoop was daardoor jarenlang alleen via een grote omweg langs de Platteweg in Gouda en de Twaalfmorgen te bereiken. Pas in 1936 werd de huidige Nieuwenbroeksedijk aangelegd.
De gebeurtenissen in Reeuwijk stonden niet op zichzelf. Landelijk was sprake van een watercrisis. Op diverse plaatsen in de veenweidegebieden stond de waterhuishouding onder grote druk. Het extreme weer in de winter van 1925/1926 zorgde voor het besef dat meer gemalen en gemalen met een grotere capaciteit nodig waren om de delta veilig en droog te houden. Voor onze regio werd daarom in 1935 het Mr. P.A. Pijnacker Hordijkgemaal in Gouda in gebruik genomen.
In 1964 werden de agrariërs en andere bewoners van de polders Vettenbroek en Broekvelden door de gemeente met royale compensatie uitgekocht ten behoeve van een zandwinningsproject. Het zand werd gebruikt voor de bouw van de wijk Bloemendaal in Gouda, de verbreding van de A12, de bouw van de wijk Goverwelle en de aanleg van de N11. De hierbij in 1972 ontstane plas kreeg de naam Surfplas. Als zelfstandig waterlichaam staat zij naast de andere plassen in het gebied. Het meest oostelijke deel maakt onderdeel uit van het Natuurnetwerk Nederland en heeft de status van Natura 2000-gebied gekregen.
Deze winter organiseert het Streekmuseum een fotopresentatie en lezing over de dijkdoorbraak. Nadere informatie wordt later bekendgemaakt.











