<p>Kees Verkaik leert Jochem de beginselen van het snijden van lokeenden met het paalmes.</p>

Kees Verkaik leert Jochem de beginselen van het snijden van lokeenden met het paalmes.

(Foto: Bert Verver)

Jochem (18) behoudt tradities van plassengebied

  Human Interest

REEUWIJK/SLUIPWIJK - Tijdens het onlangs gehouden webinar over de nieuwe visie van de Stichting Veen op het plassengebied werd van verschillende kanten aandacht gevraagd voor het behoud van de tradities en de cultuurhistorische waarde van het gebied. Veel van deze waarden dreigen verloren te gaan. Bij jongeren ontbreekt de belangstelling om de tradities, die vaak te maken hebben met de uitoefening van de jacht en visserij, voort te zetten. De 18-jarige Jochem Hoogendoorn heeft die belangstelling nog wel.

Jochem wordt bij het vergaren van kennis geholpen door directeur van Wetland Informatiecentrum Watersnip John van Gemeren en Kees Verkaik, de Sluipwijker die ambachten als lokeenden snijden en broedkorven vlechten beheerst als geen ander.

Geboren en getogen
Als leerling van het Wellant College in Houten loopt Jochem sinds september vorig jaar stage bij de Watersnip voor zijn opleiding Urban Green Development, een opleiding die gericht is op de vergroening van het stedelijk milieu. Hij is blij dat hij zijn stage bij de Watersnip kan lopen, want Jochem is geboren en getogen in het plassengebied. Zijn vader heeft hier een aannemings- en hoveniersbedrijf. Jochem vertelt dat hij al in de maxi-cosi mee de plas op ging naar de eilandjes die zijn ouders daar bezitten. Met 5 jaar mocht hij al met zijn vader mee naar de jacht op de plassen, al geeft hij eerlijk toe dat hij toen nog weleens een Donald Duck meenam om de tijd te doden.

Spelenderwijs ging hij zich echter steeds meer interesseren in alles wat groeit en bloeit in het plassengebied. Hij verdiepte zich ook in de gebruiken van de jacht en visserij. “Ik kwam op die manier al jong in aanraking met de tradities die daaromheen leven en raakte ook thuis in de terminologie. Zo leerde ik dat ‘een halve’ een smient of een taling was en een ‘hele’ de gewone wilde eend,” aldus Jochem. “Ik heb op die manier ook veel waardering gekregen voor het plassengebied. Het is een geweldig boeiend gebied, met heel veel afwisseling: kleine en grote plassen, eilanden die allemaal hun eigen gebruik kennen, leuke weggetjes, verrassende bebouwing en een afwisselende natuur die je telkens weer doet verbazen.”

Jachtakte
Jochem vertelt dat hij al vanaf 10- à 12-jarige leeftijd de ambitie had zijn jachtakte te halen. Kort geleden is hij daarvoor geslaagd. Hij wil graag het idee uit de wereld helpen dat het bij de opleiding die ervoor nodig is alleen maar gaat om ‘schieten’. “De opleiding is heel breed; het gaat niet alleen over jagen. Je doet brede kennis op over de natuur, maar ook over landbouw, ziektes en plagen. Het was nog een hele studie, maar het helpt als je al veel van de natuur weet.”

Jochem hoopt dat hij zijn kennis en vaardigheden kan inzetten in het plassengebied, bijvoorbeeld door het in balans houden van de ganzenpopulatie, die veel schade aan de rietkragen en aan de omringende graslanden toebrengt. Verder is hij van mening dat, zoals van oudsher gebruikelijk, de jagers veel kunnen bijdragen aan het onderhoud van de rietkragen en de eilanden.

Praktijk en onderzoek
John van Gemeren vertelt dat de Watersnip een erkend leerbedrijf is en jaarlijks drie stagiaires van de groene opleidingen begeleid. “We krijgen studenten uit de hele regio, maar uiteraard is er ook belangstelling uit onze eigen gemeente. Wij vinden het belangrijk jongeren wegwijs te maken in zowel de uitvoerende als de onderzoekskanten van het werk. Zo is Jochem bezig geweest met praktische zaken als maaien van de eilanden en het snoeien en knotten van bomen, maar ook met het onderzoeken van de conditie van rietkragen, de groeiplaatsen van krabbenscheer en het effect van plasdras-zones op weidevogels.”

Oude gebruiken
In de gesprekken over het plassengebied kwamen uiteraard ook de oude gebruiken en tradities ter sprake, zaken die John na aan het hart liggen. De houten handgesneden lokeenden die vroeger bij de jacht werden gebruikt, zijn inmiddels grotendeels vervangen door plastic exemplaren, maar John bracht Jochem, die graag wilde weten hoe het snijden van lokeenden ging, in contact met Kees Verkaik, de bekende Sluipwijker die de techniek nog tot in de puntjes beheerst. Kees was graag bereid de jonge plaatsgenoot een eindje op weg te helpen en bracht hem de beginselen bij van de techniek die nodig is om een goede lokeend te maken.

Inmiddels heeft Jochem zijn eerste eenden gesneden, waarbij hij gebruik kon maken van de zogenaamde ‘paalmessen’. Deze heeft hij na een flinke zoektocht gekregen van het Internationaal Klompenmuseum in Paterswolde. In de werkplaats van Kees begint Jochem aan een nieuwe lokeend. Het is boeiend om te zien hoe uit een blok wilgenhout langzamerhand een mooi gevormde lokeend ontstaat. Kees is graag bereid om Jochem ook in de toekomst nog ter zijde te staan. Er worden al plannen gemaakt om ook de techniek van het vlechten van broedkorven over te brengen.

Op deze manier worden tradities toch doorgegeven aan de jonge generatie en wordt een deel van de cultuurhistorische waarde van het plassengebied veilig gesteld. Jochem heeft er een mooie hobby bij gekregen, maar hoopt toch dat zijn ultieme wens om boswachter te worden ook binnen enkele jaren in vervulling gaat.

Tekst en beeld: Bert Verver

Meer berichten