Foto:

‘Het einddoel is belangrijker dan de weg ernaartoe!’

  Human Interest

HEKENDORP - Onlangs verscheen het boek ‘Dwars door alles heen’ van Jeroen Mol uit Hekendorp met de veelzeggende ondertitel ‘Levenslessen van een manager die door ziekte beter wordt’. Jeroen Mol schrijft over zijn ervaring met kanker.

De titel verwijst naar de manier waarop kanker door je lichaam en leven trekt én de manier waarop Jeroen in het leven staat. Maar het boek gaat vooral over zijn zoektocht naar herstel en welke levenslessen hij heeft gehad. Het is deels een managementboek, maar gaat vooral over persoonlijke groei. Het gaat over eerlijk zijn naar jezelf, zuinig zijn op jezelf, en balans vinden in je leven.

Gedreven en energiek
Na zijn opleiding aan de hotelschool werkte Jeroen bij verschillende bedrijven, voordat hij acht jaar geleden als directielid bij Landal GreenParks in dienst trad. Jeroen was een gedreven en energieke persoonlijkheid met een mentaliteit van ‘alles kan’ en ‘niets houdt mij tegen’. Hij stond optimistisch in het leven, zag overal mogelijkheden, was trots op zijn gezin, werkte hard, reisde veel, maar had daarbij altijd oog voor de balans. Toen kwam die omslag in zijn leven. Jeroen: “Ik was altijd erg druk - jong gezin, veeleisende baan - en op een gegeven moment werd ik heel moe, wat natuurlijk niet vreemd is met zo’n levensstijl. Echter, het ging niet over. Ik werd doorverwezen naar een specialist. Na uitgebreid onderzoek bleek dat het om darmkanker ging. Je zit dan een minuut of tien in een spreekkamertje, je krijgt de diagnose en voor je het weet sta je buiten. Dan weet je nog steeds niet hoe ernstig het is, want dat moet later pas blijken.”

Stelde je jezelf toen vragen als ‘Waarom ik?’, ‘Waar komt het vandaan?’ of ‘Had ik iets kunnen doen om het te voorkomen?’
“Die gedachten heb ik niet gehad. Ik wilde alleen nadenken over hoe ik zo snel mogelijk beter kon worden. Als ik ergens mee word geconfronteerd, ga ik meteen op de ratio over: wat is het probleem en hoe kan ik het oplossen? Als het moet, ga ik dwars door alles heen. Dit is ook niet voor niets de titel van mijn boek. Ik heb me toen heel erg gefocust op wat er allemaal moest gebeuren en wat ik kon doen om beter te worden. Daar ben ik heel druk mee geweest. Te druk.”

In welk opzicht?
“Nadat de tumor was verwijderd, heb ik meteen een plan gemaakt om beter te worden. Ik was heel erg ziek geweest, maar het ergste was voorbij, dus ik had een plan nodig om beter te worden. ‘Vandaag 100 meter lopen, morgen 200 meter’, conditie opbouwen. Ik benaderde alles heel rationeel. Maar ik vergat dat mijn lichaam en hoofd een enorme dreun hadden gehad. Daardoor legde ik mezelf een ritme op dat helemaal niet werkte. Mijn lichaam wilde niet en ook mijn hoofd werkte niet mee. Pas toen realiseerde ik me dat ik een plan had gemaakt met allemaal dingen die werkten vóórdat ik ziek werd.”

En jij was ondertussen de balans kwijtgeraakt?
“Precies. Je kunt wel denken dat je 200 meter kunt lopen, maar als je lichaam na 50 meter stopt... In het begin wilde ik die laatste 150 meter toch nog lopen, want ik dacht dat ik dan conditie opbouwde en het elke dag een stukje beter zou gaan. Maar dat was niet zo, het ging niet beter. Toen heb ik geleerd naar mijn lichaam te luisteren. Toen pas begon ik mezelf die vragen te stellen: ‘Waar komt dit vandaan?, ‘Waarom is dit lijf zo ingewikkeld?’ en ‘Waarom blijf ik zo moe?’. Ik heb niet overal antwoorden op gevonden, maar ik ben toen wel aan een zoektocht begonnen.”

Wat hield die zoektocht in? 
“Ik ben gaan experimenteren wat goed voelde en waar ik van opknapte. Ik ging dus veel meer handelen vanuit mijn gevoel. Langzaam begon ik te merken dat ik me het meest ontspande als ik gewoon wat ging lopen; dan maar lopen in plaats van naar de sportschool. En als het vandaag niet lukt, dan misschien morgen, of overmorgen of volgende week.”

Heb je daar begeleiding in gehad?
“Nee, niet echt. Het is heel ingewikkeld om daar je weg in te vinden. Voor mij ontbrak vooral een soort houvast, want met mijn ongeduld en drive dacht ik met een week of zes revalideren wel weer hersteld te zijn. Maar ik bleef moe en ondanks allerlei onderzoeken werd er niets gevonden. 70 procent van de kankerpatiënten heeft later nog last van de gevolgen, waaronder erge vermoeidheid. Waarom weet niemand, maar het is een feit. Als iemand mij had verteld dat ik daarmee moest leren leven, dan had dat mij veel tijd en moeite gescheeld. Daarom ben ik ook gaan schrijven, ik heb dingen opgeschreven waarvan ik denk dat mensen er iets aan kunnen hebben.”

Was dit voor jou ook een vorm van verwerking?
“Ja, zeker het beschrijven van de eerste periode van mijn ziekte, maar ook de periode daarna. De tweeënhalf jaar die ik nodig heb gehad voor mijn herstel, hebben me een hoop geleerd. Dat proces ben ik ook gaan toepassen in mijn werk. Ik maak nu bewuste keuzes: waar en in wie wil ik mijn energie stoppen en wat wil ik bereiken? Het einddoel is belangrijker dan de weg ernaartoe. Ik heb daardoor een soort hernieuwd evenwicht gevonden met veel toegevoegde waarde. Ik ben er, ondanks de beperkingen die er nog steeds zijn, heel gelukkig mee en ik gun dit ook andere mensen, zonder dat ze kanker krijgen. Het grootste deel van mijn boek gaat daarom niet over ziek zijn, hoewel het zeker houvast en perspectief kan bieden aan mensen die wel ziek zijn of ziek zijn geweest.”

De aanleiding voor ‘Dwars door alles heen’ was kanker, maar het is vooral een boek over balans in je leven krijgen, orde scheppen in chaos, prioriteiten stellen, op je gevoel vertrouwen en emoties toelaten. Kortom, een boek voor iedereen.

Tekst en beeld: Ans van Heck

Meer berichten