
Nieuw natuurgebied Bodegraven Noord: grootscheeps gedoe of broodnodig herstel?
InterviewBODEGRAVEN / NIEUWERBRUG / MEIJE - In de normaal zo rustige polders ten noorden van Bodegraven en Nieuwerbrug denderen momenteel tientallen vrachtwagens het gebied in. Midden tussen de Meije en de Rijn wordt namelijk een nieuw natuurgebied ingericht om de Nieuwkoopse en Reeuwijkse Plassen te verbinden, zo vertelt Monique Verweij van Veenweide Gouwe Wiericke. Er wordt al decennia over gepraat en de plannen zijn uitgebreid in de gemeenteraad besproken. Toch schrikken Weijland-bewoners Kees van Veldhuizen en Aart de Vink als ze al dat zware verkeer de polder in zien gaan. Wordt er niet met een kanon op een mug geschoten?
door Key Tengeler
Al in 1990 werd gesproken over een natuurgebied in de polder om de Nieuwkoopse en Reeuwijkse Plassen te verbinden. Het idee was om de natuur hier te herstellen naar hoe het was in de jaren 50, de tijd voor de schaalvergroting en mechanisatie van de landbouw. “Boeren kwamen met hun koeien en maaimachines minder vaak in dit natte stuk achter in de polder,” vertelt Monique Verweij vanuit de bouwkeet die midden in de polder staat. Monique is programmamanager van Veenweide Gouwe Wiericke en werkt in opdracht van de provincie Zuid-Holland samen met gemeenten en waterschappen aan de natuurgebieden in de regio. “Daardoor was er minder bemesting en meer ruimte voor een grote diversiteit aan planten om te groeien en dieren om te eten en te broeden.”
![]()
Monique Verweij, programmamanager van Veenweide Gouwe Wiericke, spant zich in voor de natuur midden in de polder ten noorden van Bodegraven. - Key Tengeler
Ondanks de lang bestaande wens om met Bodegraven Noord aan de slag te gaan, kwamen de eerste schetsen pas in 2015 echt op papier. Boerenorganisaties LTO Noord en De Parmey reageerden hierop met een advies richting een ‘gedragen invulling’. Dat is de basis voor de huidige aanpak geworden. Het gaat in totaal om 290 ha grond: 220 ha grond wordt verpacht aan boeren en 70 ha grond beheert Natuurmonumenten zelf. “Zo is er ruimte voor soorten als de grutto, de noordse woelmuis, blauwe zegge en brede orchis.”
Metalen zwaard
Begin december startte de werkzaamheden om het gebied af te scheiden van het omliggende boerenland (zie kader ‘Natuur in een badkuip’). Tientallen vrachtwagens slaan tussen Weijland 24 en Weijland 25 af de polder in en leggen daar een weg aan voor de volgende wagens met enorme stalen rijplaten. “Zo doorklieft inmiddels een reusachtig tweesnijdend stalen slagzwaard onze geliefde polder van weg tot kade,” schrijft omwonende Kees van Veldhuizen in de dorpskrant Nieuwsbrug.
Hij en Aart de Vink trokken bij onze redactie aan de bel. Ze kennen de plannen voor het natuurgebied goed. Die plannen zijn niet zo uitgepakt als zij graag hadden gezien, maar het is nu vooral de uitvoering waar ze zich druk om maken. “Ze zijn drie maanden bezig geweest om dat metalen pad aan te leggen. Dat dondert gewoon door de polder heen zonder te kijken wat eronder ligt,” vertelt Aart aan de keukentafel van zijn woning, met uitzicht om de desbetreffende polder. Kees knikt instemmend. “Weegt de winst qua stikstof en CO2 wel op tegen de uitstoot van zo’n project? En waarom gaan ze niet over bestaande paden als het droog is, na het broedseizoen?” vraagt hij zich af.
Monique snapt de zorgen. “De inrichting is een flinke investering. Het is nu even pijn pakken, zodat we op de lange termijn winst kunnen boeken,” legt ze uit. “Het is een enorm groot project en de polder heeft maar een paar ingangen. De bestaande paden kunnen al dat vrachtverkeer niet aan. We leggen de weg juist aan om zo min mogelijk schade te veroorzaken.” Daarbij kijken drie ecologen mee, zodat de natuur zo min mogelijk wordt verstoord. “Als er ergens een nest is, werken we daaromheen.”
‘Afraggen’
De aanleg van het beheerpad is niet het enige dat vragen oproept. Er is al vaak gediscussieerd over de noodzaak om een deel van het gebied ‘af te plaggen’: het verwijderen van de bovenste grondlaag. Dat is een fikse ingreep die boeren vaak tegen de borst stuit. Kees: “De hele polder is met 2500 ha het grootste niet door wegen doorsneden gebied van Zuid-Holland, zo niet van Nederland. Al 1000 jaar bewerken boeren hier hun land. Het is een maagdelijke polder. En dan ga je, hats, 20 centimeter afgraven. Terwijl we zo ons best doen tegen bodemdaling te strijden!”
Volgens Monique is het afplaggen echter nodig juist omdat de grond zo lang zo intensief is gebruikt en drooggezet. “Wij doen het ook liever niet, maar anders duurt het tientallen jaren voordat hier veenweidenatuur kan ontstaan. Daarvoor hebben we een vochtige en voedselarme bodem nodig.” Nu zitten er nog resten van bemesting in en is de bodem verdroogd, ‘veraard’, waardoor het veen geen water meer kan vasthouden. “Door een stuk af te graven, wordt het veen weer een spons, stopt de bodemdaling en ontstaan de juiste omstandigheden voor de natuur.”
Vogels op boerenland
Toch is het Kees en Aart niet duidelijk waar al de moeite voor nodig is. “Maak er een weidevogelgebied van dat door boeren wordt beheerd. Dáár komen vogels op af, niet op het land waar geen voedsel is.”
Monique geeft aan dat het juist de combinatie van agrarisch land en natuurgebied is die de polder aantrekkelijk maakt voor weidevogels. “De grutto heeft bijvoorbeeld verschillende wensen op verschillen momenten in zijn leven. Komt hij terug van de wintertrek, dan strijkt hij soms inderdaad neer op de nattere delen van agrarisch land. Dat zit door de bemesting vol voedingsstoffen en dus vol dikke wormen, die de volwassen grutto graag eet. Gaat de grutto broeden, dan zoekt die een plek waar zijn kuikens kunnen opgroeien. En die kuikens hebben een omgeving nodig waar ze zonder veel moeite doorheen kunnen lopen en insecten kunnen eten die op bloemen afkomen. In dichtbegroeid grasland worden ze niet groot. De grutto heeft dus een mozaïek van grasland nodig, een combinatie van agrarisch land en bloemrijk natuurgebied.”
Bovendien gaat het om méér dan weidevogels. “Bemeste grond is supergoed om veel gras en dikke wormen op te krijgen, maar levert weinig bloemen of insecten op. Zonder bemesting is er meer variatie in hoogte en dichtheid van planten, er ontstaat ruimte voor schimmels en bacteriën en er verschijnen meer bloemen en dus meer insecten.”
![]()
Op deze satellietbeelden uit 2023 kun je de contouren van het natuurgebied onderscheiden. De percelen langs de Meijekade zijn iets lichter groen door diversere planten. - Google Maps
Van wie is het land?
Zo hebben Kees en Aart nog meer vragen en zo is er voor elke vraag een antwoord dat heel redelijk klinkt, maar hen toch niet geruststelt. Zij zien toch met eigen ogen de vogels neerstrijken, de kikkers in de sloten en de wormen in de aarde? Ze hebben bovendien elk een hoogstamboomgaard met onbespoten fruit, een zeldzaam stukje natuur waar diverse vogels in leven. Dat is ook onderdeel van de natuurverbinding! Aart: “Het voelt wrang. Ik ben met pensioen, maar ik zie hoe hoog de verwachtingen van boeren zijn. Zij moeten op eieren lopen, terwijl hier alles kan omdat het natuur wordt. En als de doelen straks niet gehaald worden, is het antwoord: de habitat is te klein. En dan hebben de boeren het weer gedaan.” Dan komt bij Kees het hoge woord eruit: “Er wordt gewoon aan onze plek geknabbeld. De polder is van de boeren. Nu mag Natuurmonumenten hier tuinkabouteren.”
Juridisch is er geen speld tussen te krijgen: alle grond is eigendom van Natuurmonumenten en de provincie Zuid-Holland. Maar in de praktijk is dat natuurlijk anders. Dieren en planten houden zich niet aan onze grenzen. Lang leverde dat geen problemen op, omdat die natuur ook zijn plek kon vinden aan de rafelranden van percelen, langs natuurlijke oevers en kleine bosschages. Maar tegenwoordig is elke vierkante meter volgebouwd of geoptimaliseerd voor landbouw en veeteelt. Als boeren ruimte maken voor natuur, gaat dat ten koste van hun verdienmodel. “Daarom is er een systeem verzonnen om de natuur die over is te beschermen,” zegt Monique. “We hebben de natuur keihard nodig: om gewassen te bevruchten, bodemdaling tegen te gaan, CO2 op te vangen, de waterkwaliteit op peil te houden en dingen die we amper kunnen voorspellen. De natuur zit als een Jenga-toren in elkaar. Als we er te veel blokjes uittrekken, valt die om.”
Een mooi beeld, maar volgens Kees niet realistisch. “Het voelt alsof we een bos hebben met acht soorten bomen en Natuurmonumenten hakt een kwart om omdat ze twaalf soorten willen. Wij zien ook wel dat het land anders bewerkt wordt dan 70 jaar geleden, maar eerdere experimenten leverden niks op.” Volgens Monique lag daar juist potentie. “We zagen al beginnende bloei. De zaadbanken zijn aanwezig, bij betere omstandigheden gaat de natuur zich herstellen.”
Op de hoogte blijven of zorgen delen rond Bodegraven Noord? Download dan de BouwApp.











