Jonge kerkuilen geringd in Reeuwijk-Dorp

Algemeen

Al in het vroege voorjaar was de afspraak gemaakt met vogelkenner Cees van der Starre om eens mee te gaan naar het ringen van jonge steen- en kerkuilen. Het leek er dit jaar niet meer van te komen, maar daar waren ze dan toch nog: een laat nest met vier jonge kerkuilen in een oude schapenschuur in Reeuwijk-Dorp. Volgens Cees is zo'n laat, tweede broedsel niet zeldzaam in muizenrijke jaren. Zijn er erg weinig muizen, dan wordt het broeden soms helemaal overgeslagen.

Het is al donker als het echtpaar De Jong, hun zoon Bink, Cees van der Starre, Martin van de Reep en uw verslaggever de schuur betreden. Martin is de ringspecialist en staat in nauw contact met het Vogeltrekstation. De kast bevindt zich op een lastig bereikbare plek in de nok van de schuur. De oude vogels zijn nergens te bekennen, die zijn waarschijnlijk op muizenjacht in de omgeving. Cees weet te vertellen dat ze het druk hebben gehad, want het paar is in de schuur gaan broeden toen hun eerste broedsel aan de Nieuwdorperweg nog niet vliegvlug was, zodat er een tijdje op twee plaatsen moest worden gevoerd. Met een plankje aan een lange hengel wordt voorzichtig het vlieggat afgedekt. Het licht kan aan en omzichtig worden de jongen één voor één tevoorschijn gehaald. Inmiddels verspreid een pregnante lucht zich door de schuur want erg hygië­nisch gaan de uilen niet te werk en de bodem van de kast is bedekt met een drabbige laag. De jonge vogels worden met zorg in een linnen tasje gedaan. Dat gaat zonder probleem, want de jongen hebben een natuurlijke reflex door zich doodstil te houden als er gevaar dreigt.

Wegen, ringen en meten

Het ringen van vogels gebeurt om inzicht te krijgen in trek- of verplaatsingsgedrag en om zicht te krijgen op de omgevingsfactoren die van invloed zijn op de levenskansen van de vogels. Zo vallen er onder de kerkuilen heel veel verkeersslachtoffers, omdat zij in de muizenrijke bermen van wegen foerageren en het voort­razende verkeer daarbij over het hoofd zien. De gemiddelde leeftijd die ze bereiken is dan ook aanzienlijk lager dan onder natuurlijke omstandigheden het geval zou zijn. Eén voor één worden de jongen weer uit hun tijdelijke verblijfplaats gehaald en moeiteloos op een weegschaaltje gelegd. Opvallend is het verschil in de ontwikkeling van de jongen. Omdat de ouders direct op het eerst gelegde ei gaan broeden, is er een aanzienlijk leeftijdsverschil. De jongste is nog bezet met dons, bij de oudste is het verenpak al dusdanig ontwikkeld dat hij of zij al op een oude vogel, met de markante hartvormige koptekening, lijkt. Aan de hand van de vleugellengte wordt de leeftijd bepaald. De oudste vogel blijkt 56 dagen te zijn, de jongste 45.

Zorgvuldig worden de jongen voorzien van een genummerde ring om uiteindelijk weer teruggezet te worden in de vertrouwde kast, maar niet eerder dan dat die een kleine schoonmaakbeurt heeft gehad. Over enkele weken zullen ze de kast verlaten en zelf hun zoektocht naar de muizen in de omgeving gaan inzetten. Het valt te hopen dat ze de bermen van de A12 dan voorlopig links laten liggen.

Tekst en beeld: Bert Verver

Advertentie

Categorieën