Logo kobr.nl

Na 40 jaar eindelijk overeenstemming in Bodegraven-Noord

Bodegraven - Op woensdag 4 juli is er na jarenlange discussie een plan gepresenteerd voor de natuurinvulling van polder Bodegraven-Noord. Deze polder ligt tussen de Meije en de Oude Rijn. Het maakt deel uit van de natuurzone die de Reeuwijkse en Nieuwkoopse Plassen met elkaar verbinden in het kader van Natuurnetwerk Nederland.

De veehouders in het gebied wisten al jaren dat er iets zou gaan veranderen in de polder waar zij hun koeien laten grazen.
Begin 2016 werd aan hen al een schetsontwerp gepresenteerd voor de in-richting van de polder. De agrariërs hadden daar erg veel moeite mee en boden aan om zelf een invulling voor dit natuurgebied op te stellen. Nu, anderhalf jaar later, is dat plan gepresenteerd. LTO-Noord en Agrarische Natuurvereniging De Parmey boden het gezamenlijk aan aan de Stuurgroep Veenweiden Gouwe Wiericke.

Compromis

Meijenaar Jaco Kastelein
was als commissielid namens agrarisch natuurvereniging De Parmey de persoon die het plan aanbood. "Ik ben verheugd dat er na zoveel jaren een compromis bereikt is. In al die tijd zijn er ook enorm veel wijzigingen in het landbouwbeleid doorgevoerd. Je kunt niet meer spreken over winnaars of verliezers bij dit plan. Dat neemt niet weg dat we blij moeten zijn dat er eindelijk overeenstemming is bereikt. De wetgever heeft nu eenmaal natuurdoelen gesteld en die moeten, linksom of rechtsom, worden ingevuld."

Het gepresenteerde plan bevat vooral voorstellen op hoofdlijnen. Er zal op detailniveau verder onderhandeld worden en daar zijn de nodige obstakels te verwachten. Van de 2500 hectare landbouwgrond wordt meer dan tien procent omgezet in natuurgebied. Dit geldt overigens voor het totale gebied tussen Nieuwkoop en Reeuwijk, dus niet alleen polder Bodegraven-Noord. Hoe de detailinvulling ook gaat uitpakken, feit is dat van 280 hectare nieuw te maken natuurgebied, circa 50 a 60 hectare grond 'afgeplagd' gaat worden. Dat wil zeggen dat er circa 40 cm wordt afgegraven om er schraal- en hooiland van te maken. De overige ruim 200 hectare komt ten goede aan weidevogel-grasland en kruiden- en faunarijk grasland.

Beheer

Het natuurgebied zal beheerd moeten worden en daarvoor wordt naar de in het gebied woonachtige agrariërs gekeken. Boeren die dit willen doen worden hiervoor vergoed. Alleen voor het weidevogel-grasland zal de boer pacht moeten betalen. Of de vergoeding hoog genoeg is om de boeren ervoor te interesseren, is nu nog niet bekend. Maar als zij dit niet willen doen moet de eigenaar van de grond, Natuurmonumenten, beheerders gaan inhuren.

Geen alternatief

Natuurmonumenten verpacht op dit moment de grond aan de in het gebied gevestigde boeren. Theo Leliveld uit de Meije is een van hen. Dat er uiteindelijk een definitief plan zou komen voor de natuur-inrichting van Bodegraven-Noord, was hem natuurlijk wel bekend. Hij is niet bijster enthousiast, maar beseft ook dat er geen goed denkbaar alternatief is. "Het is voor mij nog steeds niet duidelijk wat dit voor mijn situatie exact gaat inhouden. Over de detail­invulling wordt immers nog gesproken."

Dier- en milieu-vriendelijk zijn

wordt afgestraft

Leliveld heeft destijds bewust gekozen voor extensieve veeteelt, wat inhoudt dat hij kleine groepen dieren op grote oppervlaktes land voedt. Leliveld: "Deze dier- en milieuvriendelijke manier van werken lijkt nu gestraft te worden. Het land dat ik nu pacht, mag straks niet meer voor de weidegang gebruikt worden. Daardoor krijg ik een mestoverschot met als gevolg dat de mest getransporteerd moet worden naar collega-veehouders. Dat is kostbaar, want behalve de transporteur van de mest, moet ook de ontvanger ervan betaald worden. Bovendien moet ik elders op de Meije grond aan­kopen van de provincie.
Met nog meer transport tot gevolg want ik zal toch naar dat land moeten
rijden. En de Meije is al zo smal en de verkeersdruk al zo hoog." De ooit zo bejubelde ruilverkaveling wordt hiermee teniet gedaan, volgens de vee­houder. Als laatste verzucht hij dat het toch wel tegenstrijdig voelt dat vruchtbare grond bewust onvruchtbaar gemaakt wordt.

Tekst en beeld (onder):

Edith Op de Woerd-Hendriks

Meer berichten