<p>Scheidend burgemeester Christiaan Van der Kamp.</p>

Scheidend burgemeester Christiaan Van der Kamp.

(Foto: Bert Verver)

Burgemeester Van der Kamp kijkt dankbaar terug

Ruim 10 jaar geleden werd de toenmalige wethouder van de gemeente Midden-Delfland, Christiaan van der Kamp, na een unanieme voordracht door de gemeenteraad de eerste door de kroon benoemde burgemeester van de fusiegemeente Bodegraven-Reeuwijk. Nu neemt hij afscheid van het lokale bestuur om directeur te worden van de Omgevingsdienst Haaglanden. Kort voor zijn afscheid spraken wij met hem. Aan de hand van een reeks vragen werd teruggekeken op de verwachtingen die hij in zijn eerste interview in december 2010 uitsprak en op de ervaringen die hij gedurende zijn 10-jarig burgemeesterschap heeft opgedaan. 

door Bert Verver

Op de dag dat deze krant verschijnt, begint Van der Kamp in zijn nieuwe functie. Hij wordt opgevolgd door waarnemend burgemeester Erik van Heijningen.

De gemeente was in 2011 net gefuseerd, hoe heeft u die beginperiode ervaren?

“Het was een groot verschil met nu. Het was erg onrustig en ik constateerde dat er grote cultuurverschillen waren tussen de voormalige gemeenten Bodegraven en Reeuwijk. De organisatie was nog niet op orde en de aandacht daarvoor was verwaarloosd. Ook in het college boterde het niet erg en de financiën waren toen al een zorgpunt. Vlak voor mijn komst kopte het Bodegraafs Nieuwsblad dat de gemeente ‘failliet’ was. De situatie maakte ingrijpende maatregelen noodzakelijk en er zijn toen 27 fte’s geschrapt. Negen medewerkers vertrokken door een natuurlijk verloop en zestien werden van werk naar werk begeleid. Daarmee kwamen we onder het aantal medewerkers dat bij de fusie was begroot. Ik durf rustig te stellen dat de formatie daardoor erg bescheiden is geworden en dat is tot op dit moment nog het geval. De ingreep leverde overigens wel een bedrag van 2 miljoen euro aan salariskosten op. Helaas moet ik vaststellen dat de financiële situatie nog steeds zorgelijk is, omdat we te weinig geld krijgen van het rijk om onze taken te vervullen.”

De scheidend burgemeester stelt vast dat de eerste twee jaar van zijn ambtsperiode moeilijk waren, maar dat die tijd goed benut is om veranderingen in gang te zetten. “Er ontstond wel een nieuw probleem toen na twee jaar het college viel doordat het CDA de stekker eruit trok. Binnen de gemeente proefde je ook het gevoel dat ‘we het niet goed konden doen’. We waren te veel met onszelf bezig en te weinig met de inwoners. Daar is gelukkig wel een omslag in bereikt. Momenteel is er veel meer aandacht voor het ‘dorpenbeleid’, de inwoners en onze ondernemingen. We hebben dan ook als eerste gemeente in Nederland een ‘participatieverordening’ vastgesteld, als signaal dat we een ontmoetende gemeente willen zijn. Bij dat proces heb ik geprobeerd alle betrokkenen een passende rol te geven.”

U zag destijds kansen voor de agrarische sector, natuur en recreatie. Is dat uitgekomen?

“Dat is wat betreft de agrarische sector niet uitgekomen. Lokaal kun je daar maar een bescheiden bijdrage aan leveren. Je moet landelijk een ander stelsel willen met een grotere integratie tussen de agrarische sector, natuur, landschap en recreatie. Daardoor moeten boeren duurzamer produceren, maar wel tegen hogere prijzen voor hun producten. Binnen de gemeente hebben we daarvan een mooi voorbeeld bij de familie De Goey van de Hoeve Stein in Oukoop. Ik wil daarbij ook het waterdrainageproject in Driebruggen noemen, waardoor bodemdaling wordt tegengegaan en CO2-uitstoot wordt verminderd. Op het gebied van recreatie en toerisme betekent de komst van Landal veel voor onze gemeente, de hele regio en diverse ondernemingen.”

‘Verbinden’ was toen een sleutelwoord. Hebt u daar invulling aan kunnen geven?

“Als burgemeester moet je er zijn voor je inwoners. Ieder dorp heeft recht op eigen aandacht, of het nu gaat over feestelijkheden, herdenkingen of op moeilijke momenten waarbij je steun kunt verlenen buiten het zicht van anderen. Ik heb altijd genoten van de verhalen die ik tijdens mijn bezoeken aan huwelijksjubilea en aan 100-jarigen te horen kreeg. Ik hoop dan ook dat de mensen ervaren hebben dat ik er voor de inwoners was.”

Heeft het burgemeesterschap u gebracht wat u ervan verwachtte en is de functie veranderd?

“Het is mooier en intensiever geweest dan verwacht. Het heeft zeker gebracht wat ik wilde. Terugkijkend vind ik het logisch dat ik burgemeester ben geworden. Ik heb gevoeld dat het ambt bij mij paste. Mijn vrouw en ik zijn hier altijd happy geweest en wij zijn dat nog steeds. Wij voelen ons verbonden met de dorpen, het buitengebied en de plassen en blijven hier ook wonen. We hebben juist voor de vakantie de ambtswoning verlaten en een mooi nieuwbouwhuis betrokken.”

“Het ambt zelf is zeker veranderd. Er is een sterke wisselwerking met de samenleving en die is complexer en heftiger geworden. Van een burgemeester vraagt dat soms ook om stappen te zetten die best ver gaan, zoals recent het aanspannen van juridische procedures tegen de complotdenkers. In essentie durf ik te stellen dat ik van mensen en dorpen houd en dat een burgemeester er is om de rechtstaat te beschermen. Daar heb ik mij sterk voor gemaakt en gelukkig merk ik dat daarvoor veel steun is van het college en de raad.”

Waarom dan toch die carrièreswitch?

“Omdat ik mij verbonden wil voelen met de gemeente, streefde ik niet naar een burgemeesterspost in een gemeente met meer inwoners. Destijds heb ik tegen de vertrouwenscommissie al gezegd: ‘Reken op mij voor een jaar of 10.’ Dat is uitgekomen. Ik ben met mijn 54 jaar op een leeftijd dat je nog gemakkelijk een overstap kunt maken en er kwam nu een mooie functie op mijn pad die mooie uitdagingen oplevert.”

U was destijds lid van het CDA. Is dat nog zo en wat betekent dat voor een burgemeester? 

“Ik ben dat nog, maar een burgemeester is niet van de lokale politiek. Je staat boven de partijen. Ik heb er dan ook voor gewaakt om dat lidmaatschap uit te dragen. Overigens vind ik de landelijke CDA momenteel te flets en te rechts, met te weinig aandacht voor de menselijke maat. In deze gemeente beschouw ik alle partijen als ‘lokaal actief’. De één is niet beter dan de ander omdat er een binding is met een landelijke partij. Zij zetten zich híer in op een wijze waarvoor wij groot respect moeten hebben. De politieke kleur is voor de burgemeesterskeuze steeds minder belangrijk geworden. De gemeenteraad doet de voordracht en het is dan ook vooral de ‘klik’ met de raad die de keuze bepaalt.”

Wat zijn de zaken waar u trots op bent of met plezier op terugkijkt?

“Lastige vraag, maar trots ben ik zeker op het feit dat we een leuke gemeente zijn waarbinnen het goed samenwerken is binnen het college, de raad, maar ook met de inwoners en bedrijven. Natuurlijk gaat er ook weleens wat mis. Belangrijk is dat je elkaar dan opzoekt, helpt en gezamenlijk zoekt naar oplossingen en de schouders er weer onder zet.”

Zijn er dieptepunten?

“Op politiek gebied vind ik dat de wijze waarop de huisvesting van de arbeidsmigranten is aangepakt een dieptepunt. Ook de coronacrisis wil ik wel een dieptepunt noemen. Het heeft de inwoners en ondernemingen keihard geraakt en er zijn, voor zover met zekerheid vastgesteld, 37 inwoners aan overleden. Een dieptepunt is ook de commotie die is ontstaan door de complottheorieën die zijn rondgestrooid en die een grote groep mensen diep hebben gekwetst.”

Zal de gemeente over pakweg 10-15 jaar nog zelfstandig zijn?

“Ik hoop het. Nu kon ik als burgemeester nog aandacht geven aan zeven dorpen en een aantal buurtschappen, het was nog te overzien. Bij schaalvergroting kom je letterlijk en figuurlijk verder van de burger af te staan. Mocht het aan de orde komen, dan vind ik dat de inwoners daarbij een grote stem moeten hebben. Als voorwaarde voor een zelfstandige gemeente vind ik overigens dat er sprake moet zijn van een fatsoenlijke financiering door de rijksoverheid.”

Wat zou u ten slotte tot de inwoners willen zeggen?

“Dank voor de warme ontvangst destijds. Ik heb mij snel welkom gevoeld in alle dorpen en bij het bedrijfsleven. Ik ben daar erg dankbaar voor en ik hoop dat ik iedereen nog regelmatig zal ontmoeten.”

- - - - -

Complimenten voor verslaggeving

Burgemeester Van der Kamp wilde tijdens het interview niet onvermeld laten dat hij content was met de wijze waarop de politieke verslaglegging in ‘de Kijk’ plaatsvindt en deelde daarbij de complimenten uit aan verslaggever Bert Verver.

“Bert, je was de eerste met wie ik kennis heb gemaakt, net voordat de vertrouwenscommissie mij kwam vertellen dat de keuze op mij gevallen was. De wijze waarop wij contact hebben gehad, heb ik zeer gewaardeerd. Ik heb het nog niet eerder meegemaakt dat iemand al zo lang de politiek verslaat en dat er in die 10 jaar nooit iemand negatief op gereageerd heeft. Ik vind het bewonderenswaardig en je zou daarvoor wel wat meer eer verdienen. Mede door jouw pen is ‘de Kijk’ op dit gebied onomstreden geworden, terwijl er elders vaak veel gedoe is, omdat of de coalitie of de oppositie niet tevreden is.”

Meer berichten