De vele bomen en houtwallen die rondom de boerderijen staan hadden een belangrijke functie.
De vele bomen en houtwallen die rondom de boerderijen staan hadden een belangrijke functie.

Het landschap kreeg vorm door de boerenbedrijven

Algemeen Verhalen uit het archief

De boeren van Bodegraven-Reeuwijk hebben in de loop der eeuwen veel invloed gehad op de natuur op hun boerderijen en op het land eromheen. Met de vele knotwilgen en geriefbosjes werd en wordt het beeld van onze polders bepaald.

Veldnamen

Weinig mensen weten dat de oude veldnamen, die nu terugkeren in sommige straatnamen in Bodegraven, te maken hebben met het historische landschap. Zo was er ten oosten van het riviertje de Bodegraven een gebied dat ‘de Dronen’ heette. Uit publicaties van de heer Beunder weten wij dat Dronen betekende dat de grond ‘stug en doornig’ was. In de veldnaam ‘Broekvelden’ vinden we het woord ‘broek’, oftewel veen. Deze velden waren dus veengebieden. En Vronemaden betekende ‘weiden van de Heer’ en was dus land van de bisschop.

Ook de namen van het jaar werden vaak aangeduid met begrippen die uit het land of uit de veeteelt voortkwamen. Deze oud-Hollandse namen zijn, in volgorde vanaf januari: louwmaand, sprokkelmaand, lentemaand, grasmaand, bloeimaand, zomermaand, hooimaand, oogstmaand, herfstmaand, wijnmaand, slachtmaand en wintermaand. Via deze namen zie je het hele jaar op de boerderij langs komen.

Geriefbosjes en houtwallen

Ook de vele bomen en houtwallen die rondom de boerderijen staan of gestaan hebben, hadden een belangrijke functie. Naast de vele knot en schietwilgen langs de slootkanten vind je vaak allerlei schaduwbomen voor de boerderijen in de vorm van ‘leilinden’. Daarnaast kon je vroeger bij elke boerderij een boomgaard vinden. De hoogstamvruchtbomen waren prachtig om te zien, vooral in de tijd dat de bomen in bloei stonden. Hier kweekte de boer zijn eigen fruit, zoals appels, peren, pruimen, kroosjes en dergelijke.

Verder waren vroeger van groot belang de bosjes die hier en daar aangeplant waren op de kaden die het land afsloten of in een bocht van het land waar de koeien werden gemolken (de ‘koebocht’ genoemd). Deze bosjes werden de ‘geriefbosjes’ genoemd, omdat het hout voor allerlei zaken op de boerderij gebruikt werd, ten gerieve van de boer. Deze bosjes in het land en op de kades waren altijd omringd door sloten, zodat het vee er niet aan kon knagen. De beplanting bestaat uit elzen, iepen, populieren, wilgen en essen. Een speciale betekenis hadden de ‘pestbosjes’. Hier werden vroeger dode dieren begraven die dood gegaan waren door een besmettelijke ziekte. Deze massagraven waren altijd geheel door sloten omringd. Eens in de 4 of 6 jaar werden de bomen gesnoeid, waarna er stobben overbleven die een mooie schuilplaats voor allerlei vogels, dieren en planten vormden. 

Voor de boer van vroeger was het hout van deze plekken heel belangrijk. Het dikke hout werd gebruikt om klompen van te maken, terwijl de stevige takken gebruikt werden om stelen voor bezems en schoppen uit te snijden. Ook voor hekpalen, bonenstaken en beschoeiingen waren deze takken te gebruiken. Het dunne hout dat overbleef, had een functie als stalbezem, er werd beschoeiing van gevlochten of het werd als brandstof gebruikt voor het fornuis. Ook gebruikte men de twijgen om manden of windschermen van te vlechten.

Behoud van het landschap

Omdat de functie van al deze bomen en geriefbosjes in onze tijd verloren is gegaan, dreigen deze karakteristieke land-

schapselementen ook te verdwijnen. Gelukkig zijn er mensen die de boeren assisteren door bijvoorbeeld als vrijwilliger bij een ‘knotploeg’ te helpen om knotwilgen regelmatig van hun takken te ontdoen. Ook het Stichts Landschapsbeheer geeft advies en hulp bij het onderhoud en herstel van deze belangrijke cultuurhistorische landschapselementen. Want juist deze groene kaden en geriefbosjes geven het ons omringende landschap zijn speciale charme.

Tegenwoordig wordt bij ruilverkaveling ook geprobeerd om de traditionele knotwilgen en geriefbosjes weer terug te brengen, omdat het lege landschap dat na een ruilverkaveling ontstaat erg monotoon is. Na een tijd van verwaarlozing van deze landschapselementen ziet men tegenwoordig in dat het groen om de boerderijen en in de weilanden van belang is voor de natuur, het landschap en de recreatie.

Dit is het derde en laatste artikel in de serie boerenbedrijven.

!