
Welex: marktleider in draglineschotten
Bedrijfsbericht WOW! Gewoon van hierBODEGRAVEN - Het lijkt een tegenstelling: als het opslagterrein van Welex aan de Dammekant in Bodegraven leeg is, gaat het de onderneming voor de wind. Het bedrijf, groot geworden in de productie en afzet van draglineschotten, verhuurt veel materiaal. Logische conclusie: hoe meer materiaal bij de klanten, hoe minder op voorraad.
door Henri Stolwijk
Misschien is het aan de buitenkant moeilijk voor te stellen. Vanuit een voormalige boerderij in Bodegraven bedient Welex BV de klanten in Nederland. Maar het bedrijf is wereldwijd marktleider op het gebied van hardhouten draglineschotten: stevige houten schotten die worden gebruikt voor het transport van zwaar materieel bij bouwprojecten: voor tijdelijke toegangswegen of parkeerplaatsen in de bouw. Bijvoorbeeld bij de aanleg van hoogspanningsleidingen, de bouw van windmolens of het onderhoud van bruggen. Het bedrijf zorgt ook voor het transport, de opbouw en het weghalen van de tijdelijke bouwwegen.
“Dit is een nichemarkt,” erkent Sebastiaan Koolmees (40), om daar direct aan toe te voegen: “Maar wel een waarin wij heel groot zijn.” Met zijn twee jongere broers Paul (36) en Emiel (32) bestiert Sebastiaan de Welex Group: inkoop, productie, verkoop en verhuur van het materiaal via een wereldwijd net. Sebastiaan is daarbij verantwoordelijk voor de verhuurtak.
Vestigingen
De hoofdvestiging van de Welex Group zit van oudsher in het Zuidhollandse Lexmond. Daar staat de fabriekshal waar de draglineschotten worden geproduceerd. De geschiedenis van het bedrijf gaat ver terug: in 1926 werd Westerhout B.V. opgericht als kolenhandel en loonwerkersbedrijf. Door de tijd heen werden onder meer zaken gedaan in Oost-Europa. Soms gebeurde dat via ruilhandel. En zo kwam een partij vurenhouten draglineschotten in Lexmond terecht. Dat bleek interessante handel, ondernemer Westerhout zag een kans en begon in 1968 zelf met de productie van draglineschotten.
Dat de Nederlandse verhuurtak in Bodegraven is gevestigd, is geen toeval. Bodegraver Rob Koolmees nam in 1995 met een compagnon de aandelen van het in Lexmond gevestigde Welex over en kocht in 2000 zijn partner uit. In de jaren daarna traden de drie zonen om beurten toe tot het bedrijf, Rob nam in 2019 afscheid als CEO. “Maar hij is nog steeds erg betrokken hoor,” haast zijn zoon Sebastiaan zich te zeggen. Twee van de drie broers wonen met hun gezinnen in Bodegraven, vader Rob (72) resideert met zijn echtgenote Liesbeth op een steenworp afstand van de Bodegraafse vestiging.
De verhuurtak, anno 2024 goed voor zo’n 50 procent van de omzet, is overigens relatief nieuw: deze is opgericht in 2009. In 2011 volgde de vestiging in Bodegraven, toen het kantoor van Zwammerdam Wegenbouw beschikbaar kwam. Inmiddels is het opslagterrein nauwelijks groot genoeg om al het materiaal te kunnen opslaan. Want verhuur betekent dat soms heel veel materiaal tegelijk terugkomt. Uitbreiding is wel gewenst, maar blijkt in de praktijk nauwelijks te realiseren vanwege gebrek aan betaalbare grond.
Uitbreiding netwerk
Draglineschotten van Welex vinden hun weg naar Afrika, Azië, Australië en uiteraard naar alle hoeken van Europa. Er zijn verkoopkantoren in onder meer Duitsland, België en Groot-Brittannië. Dit netwerk wordt geleidelijk aan uitgebreid, zo ligt een vestiging in Polen in het verschiet. Recent is ook een samenwerking tot stand gekomen met een Australische organisatie, om ook de markt ‘down under’ optimaal te kunnen bedienen. De groeiende vraag naar het materiaal vertaalt zich in fikse groeicijfers: dit jaar stijgt de omzet met 30 tot 40 procent, die trend zet zich in 2025 voort.
Sebastiaan onderstreept dat de Welex Group graag het huisje bij het schuurtje houdt. “Er is veel potentie. Wij groeien hard, maar niet te hard. We financieren zoveel mogelijk uit eigen middelen. Want we willen graag over 25 jaar nog bestaan als familiebedrijf.”
Materiaal
Materiaal is van eminent belang voor de kwaliteit van de schotten. Hoe zwaarder het materiaal dat nodig is bij de bouw, hoe dikker en dus steviger de schotten moeten zijn. Sebastiaan: “De zoektocht naar materiaal voor de productie van de schotten bracht ons op azobehout uit Afrika. Dat is geweldig geschikt als constructiehout voor buiten en dan met name in een natte omgeving.” Het natuurlijke materiaal groeit snel en heeft een FSC-keurmerk. Het is dus afkomstig uit duurzaam beheerde bossen volgens afspraken met de lokale bevolking. Het materiaal gaat ook tientallen jaren mee, wordt dan waar mogelijk gerepareerd en aangepast en weer geschikt gemaakt voor gebruik. Het resthout wordt gebruikt voor de biomassa,
Via dochterberdrijf Crane Mats Industries, bestuurd door Emiel, worden ook schotten gemaakt van Europees hardhout. Dat gaat minder lang mee dan het azobe, maar is ook goedkoper te produceren en vormt daardoor in voorkomende gevallen een financieel aantrekkelijk alternatief. Ook andere hardhouten materialen worden waar nodig benut.










