Lenie van Dijk (l.) en Sonja de Jong (r.) lezen een gedicht voor tijdens de 4 mei-herdenking in Reeuwijk.
Lenie van Dijk (l.) en Sonja de Jong (r.) lezen een gedicht voor tijdens de 4 mei-herdenking in Reeuwijk. Foto: Mary de Vries (Comité 4 mei Reeuwijk)

Vergeten oorlogsslachtoffer geëerd met gedenksteen

Historie 4 en 5 mei

REEUWIJK - Op de ochtend van 17 september 1942 vertrekt de dan 18-jarige Eef Overdam uit Reeuwijk-Dorp, samen met een aantal andere jongens ‘van de leeftijd’ die door de bezetter tewerkgesteld zijn, vanaf het station in Gouda met de trein naar Duitsland. Hij zou nooit meer terugkomen. Bijna 80 jaar lang is het een mysterie gebleven wat er met Eef is gebeurd in Duitsland.

Zoals vaker gebeurde, werd hier door de achterblijvers niet over gesproken. Twee nichtjes van Eef, Lenie van Dijk en Sonja de Jong, dochters van zijn oudste zus Grad en zijn jongste zus Rina, blijken echter onafhankelijk van elkaar en met verschillende beweegredenen op zoek te zijn gegaan naar de ware toedracht. Dit resulteerde in de onthulling van een monument in Reeuwijk op 4 mei en de uitgave van een boek. Lenie en Sonja vertellen hun verhaal.

Familiegeschiedenis
“De aanleiding om het boek ‘Voordat je echt weg bent’ over Eef te schrijven is een eerder geschreven boek over de familiegeschiedenis van mijn moeder,” aldus Sonja. “Ondanks dat mijn moeder Rina als jongste zusje geen deel uitmaakte van het gezin waarin Eef opgroeide, heeft zij toch een speciale band met hem. Altijd in april raakt zij in zichzelf gekeerd, prikkelbaar. Pas als de aandacht voor 4 en 5 mei is weggeëbd, is zij weer zichzelf.” Rina werd als 2-jarige uit het arme gezin weggegeven aan een kinderloze oom en tante die aan de Reewal woonden. Vlak voor hij vertrok, heeft Eef zijn kleine zusje, die inmiddels zeven was, daar nog speciaal gedag gezegd. Rina koestert die herinnering nog steeds in dierbaarheid. Tijdens het schrijven van die familiegeschiedenis kwamen er flarden herinneringen en informatie over Eef omhoog, losse eindjes die erom vroegen om verteld te worden.

Eef en Grad, de moeder van Lenie, waren de oudsten van het gezin. Nadat Grad uit het sanatorium was weergekeerd waar vijf van de acht kinderen vanwege TBC waren opgenomen, vormde zij samen met Eef op tien- en twaalf-jarige leeftijd de surrogaat-vader en -moeder voor de overige kinderen. Moeder Leonarda was al eerder aan deze ziekte bezweken en liet naast de kinderen een ontredderde vader achter, die alleen door heel hard te werken financieel het hoofd boven water wist te houden. Het huishouden en de zorg voor de andere kinderen kwamen op de schouders van Eef en Grad neer. Vader Johannes Overdam was na het overlijden van zijn geliefde vrouw een gebroken man, zwijgzaam en stuurs, niet in staat om zijn kinderen in emotioneel opzicht te geven wat zij nodig hadden op weg naar de volwassenheid. “Haar traumatische jeugd liep als een rode draad door het leven van mijn moeder, en ook door ons gezin,” vertelt Lenie. “Later, toen ze hoogbejaard was, kwamen de herinneringen nog veel sterker omhoog.”

Een artikel dat moeder Grad in 2012 in het AD las over dwangarbeid tijdens de Tweede Wereldoorlog in Duitsland, was voor Lenie de aanleiding om verder te zoeken naar de lotgevallen van oom Eef, de lievelingsbroer van haar moeder. Lenie beloofde haar moeder verder te speuren naar wat er precies was gebeurd en waar hij begraven kon zijn. Zij realiseerde zich dat, als ze meer informatie zou vinden, zij het misschien voor elkaar kon krijgen Eefs naam op het monument in Reeuwijk te laten zetten, iets wat haar moeder altijd zo gemist had bij de 4 mei-herdenking waar ze elk jaar bij aanwezig was.

Helaas verslechterde de gezondheidstoestand van haar moeder niet lang daarna, waardoor Lenie meer tijd en aandacht nodig had voor haar verzorging en het onderzoek naar oom Eef op de achtergrond raakte. Na haar overlijden in 2017 vond Lenie tussen de spullen van haar moeder de portemonnee van opa Overdam, met daarin een uittreksel van de Burgerlijke Stand in Reeuwijk. Het was het overlijdensbericht van Eef, naar later bleek een essentieel document. In 2020 heeft zij de speurtocht naar oom Eef weer opgepakt.

Arbeitseinsatz
De research van beide nichten Sonja en Lenie, die elkaar inmiddels hadden gevonden in hun queeste en besloten de informatie die zij beiden hadden verzameld met elkaar te delen, is niet zonder resultaat gebleven. Dankzij het punctuele werk van de toenmalige arbeidsbureaus konden de nazi’s de directies van bedrijven sommeren personeel te selecteren voor de Arbeitseinsatz uit beroepen die van belang waren voor de oorlogsindustrie. Eef werkte sinds een paar maanden bij een grote timmerfabriek in Waddinxveen. Vier andere collega’s is dezelfde eer te beurt gevallen. Tot nu toe is niet achterhaald wie die andere jongemannen waren en wat er van hen geworden is. Wel is bekend dat een van hen de dans ontsprong door onder te duiken.

Eef werd tewerkgesteld op de scheepswerf van de firma Burmeister in Swinemunde. Volgens de officiële lezing is hij verdronken, reeds drie maanden na zijn aankomst in Duitsland, op 16 december 1942. Op 31 december zou hij negentien jaar zijn geworden. De ware toedracht blijft onduidelijk. Hij zou overboord zijn geslagen door een klap met een giek, maar geruchten over onenigheid met een bewaker op een baggerschuit met dodelijke afloop deden ook de ronde. Aanvankelijk werd hij als vermist opgegeven, zijn broers en zussen hebben nooit beter geweten. Het lichaam blijkt op 18 januari 1944 te zijn geborgen, waarschijnlijk zwaar verminkt door de schroef van het schip, dertien maanden na het ongeval. Vader was op de hoogte, blijkens het overlijdensbericht uit zijn portemonnee, maar heeft hier nooit met zijn kinderen over gesproken.

Epiloog

Op het spoor gezet door de Stichting 4 mei Herdenking Bodegraven diende Lenie een aanvraag tot bijschrijving van Eef op het Reeuwijkse oorlogsmonument in. Tegelijkertijd zocht zij via Monumentenzorg Reeuwijk contact met de Consul voor Oorlogsmonumenten, Sarah Schroot. Deze ging in overleg met de Oorlogsgravenstichting en op 20 juli 2020 werd de aanvraag goedgekeurd. “Wat er toen door mij heen ging! Na al die jaren werd hij erkend als oorlogsslachtoffer. Hiermee heb ik de belofte aan mijn moeder gestand gedaan en ingelost; haar geliefde broer is terug in Reeuwijk. Nu nog een gedenksteen in Duitsland - daar zijn we al mee bezig - dan is de cirkel rond.”

Tijdens de herdenkingsplechtigheid op 4 mei bij het oorlogsmonument in Reeuwijk-brug is de speciaal vervaardigde gedenksteen onthuld door zus Rina en de beide nichten. Zij droegen een door Lenie geschreven gedicht voor tijdens een plechtige en ontroerende ceremonie.

Dat de Consul voor Oorlogsmonumenten een vooruitziende blik heeft, blijkt uit het feit dat onder de naam van Eef Overdam ruimte is gelaten voor vermelding van nog twee oorlogsslachtoffers. Het is niet ondenkbeeldig dat, nu het aantal mensen van de generatie die de oorlog heeft meegemaakt steeds kleiner wordt, hun kinderen op zoek gaan om tot nu toe onbekende geschiedenissen alsnog te ontrafelen.

Voordat je echt weg bent
Het boek ‘Voordat je echt weg bent’ door Sonja de Jong is opgenomen in de collectie van Bibliotheek De Groene Venen en te bestellen via www.sonjadejong.nl. Sonja: “Het boekje is een ode aan het hele gezin van opa Johannes en oma Leonarda Overdam en ter nagedachtenis aan alle jonge mannen die tewerkgesteld zijn en niet meer terugkeerden.”

Voor eventuele reacties naar aanleiding van dit artikel kunt u contact opnemen met Peter Verheij van het Comité 4 mei Reeuwijk: peter.verheij@outlook.com of tel. 06-21317199.

Tekst: Loes Kamer
Beeld: Mary de Vries (Comité 4 mei Reeuwijk) en Loes Kamer

Nieuwe gedenksteen voor Eef Overdam, geplaatst bij het oorlogsmonument in Reeuwijk.
!