Logo kobr.nl
Hamid mir Ghomeishy
Hamid mir Ghomeishy (Foto: )

De doodstraf ontvluchten en hier een nieuw bestaan opbouwen

  Human Interest

Reeuwijk - Tot je 18e krijg je algemeen onderwijs in Iran. Met welgestelde ouders koop je plek op de universiteit en anders mag je het centraal examen afleggen. Haal je daarbij voldoende punten, dan mag ook jij naar de universiteit. Zo kon Hamid mir Ghomeishy aan de Universiteit van Teheran een studie tot auto-ontwerper volgen. Tot hij de doodstraf opgelegd kreeg vanwege zijn interesse voor het christendom en hij moest vluchten. In Nederland kreeg hij een verblijfsvergunning en in Reeuwijk kon hij gaan wonen. Inmiddels werkt hij bij een autobedrijf en zit hij in zijn laatste jaar van de opleiding tot eerste automonteur.

Sinds 1999 wordt in Iran elk jaar de bloedige studentenopstand herdacht. Tijdens één van die herdenkingen maakte Hamid foto's voor de redactie van de Universiteit van Teheran. Achter hem verschenen drie mannen in traditionele islamitische kleding. Zonder pardon namen ze hem mee in een auto met geboeide handen en een zak over zijn hoofd. Hij werd een gebouw binnengebracht en via een trap hardhandig naar beneden geduwd. Hamid was geblinddoekt, zag niet waar hij liep en sneed zijn pols open. De pees van zijn hand is nooit meer volledig hersteld. Tijdens de ondervragingen werd hij stelselmatig in elkaar geslagen. Zelfs een pistool werd tegen zijn slaap gedrukt. De mannen waren bang dat hij de foto's naar het buitenland had willen sturen. Nadat hij was toegetakeld, zijn er foto's van hem gemaakt, waarmee het regime andere studenten kon afschrikken. Na ruim twee dagen werd hij weer vrijgelaten. Maanden is Hamid door de angstige gebeurtenissen uit de roulatie geweest.

Christendom

Na wat hem was overkomen uit naam van de islam, begon hij na te denken over deze religie. Hamid: "Ik ben als moslim geboren, heb de Koran gelezen, maar de islam die door het regime en imam werd verkondigd, had niets met de Koran te maken. Op een gegeven moment kwamen er Armeense vrienden bij mij op bezoek. Het verwonderde mij hoe rustig ze waren en hoe positief zij in het leven stonden. Via hen ben ik in contact gekomen met het christendom. Met elkaar hebben we in de Bijbel gelezen. Ik ben zelfs éénmaal in een kerk in Teheran geweest. Het is bij die ene keer gebleven, omdat ik te bang was gesnapt te worden." Toch bleef het knagen bij hem, zowel het christendom als de manier waarop de islam werd gebruikt door het regime. ''Het borrelde steeds in mijn hoofd op. Ik wilde autonoom zijn. Mijn leven niet laten dicteren door regime of islam. Voor de universiteitskrant schreef ik kleine artikeltjes die voor discussie onder de studenten zorgden. Er waren voor- en tegenstanders van mijn christelijk getinte artikeltjes."

Hij werd echter vanwege die sympathieën voor het christendom verlinkt en door de politie opgepakt. "Bij de rechtbank werd al snel duidelijk dat ik als 25-jarige de doodstraf zou krijgen. Mijn vader heeft toen voor 12.000 euro een handlanger in de arm genomen. Op weg naar de rechtbank werd een auto-ongeluk in scène gezet. Zo kon ik vluchten. Er was een paspoort voor mij geregeld. Als gehandicapte 'zoon' van mijn begeleider werd ik in een rolstoel naar de luchthaven gebracht. Ik had geen idee waar de reis naartoe ging, dat wilde de onbekende begeleider ook niet zeggen.''

Vlucht naar Nederland

Hij arriveerde via meerdere luchthavens en treinreis in Amsterdam. "Ik was ziek van angst. Al die mensen, het was er zo druk. Ik moest mijn vader bellen om te zeggen dat ik veilig was aangekomen. Dan zou hij het laatste deel van de betaling overmaken. Op een gegeven moment gaf mijn begeleider aan dat hij even naar de wc moest. Ik heb staan wachten en wachten. Tot ik begreep dat hij niet meer zou terugkomen. Ik was totaal in paniek en moest huilen. In het Engels heb ik een vrouw aangesproken, maar zij was als de dood voor mij. Ik wilde haar vragen waar ik was. Uiteindelijk vertelde ze mij dat ik in Amsterdam was. Ik had er nog nooit van gehoord. Huilend sprak ik een man aan en vroeg hem waar ik kon overnachten. Ik had niet meer dan 80 euro op zak. Hij suggereerde naar de politie te gaan, maar ik sliep nog liever op straat. Ik kon niet drinken van de spanning en moest huilen en overgeven tegelijk in de overtuiging dat mijn leven voorbij was."

"Toch ben ik naar het politiebureau gestapt, waar een lieve dame mij te woord stond. Ze heeft mij ondersteund, naar een stoel gebracht en mij iets te drinken aangeboden. Toen begreep ik dat de politie hier wél aardig was. Ze heeft mij doorverwezen naar de vreemdelingenpolitie. Ik kreeg een tramkaartje en de mededeling dat ik er na drie haltes uit moest. Daar kreeg ik een treinkaartje naar het AZC in Ter Apel waar ik onderdak kreeg, inclusief een gezondheidstest. Daar wachtte ook een tas met eerste levensbehoeften: melk, brood en jam. Die heerlijke jam heb ik nooit meer gevonden...'' Hamid verbleef vervolgens in AZC's in Eindhoven, Groningen en Crailo. In die tijd is hij veelvuldig ondervraagd door de IND, tot hij een verblijfsvergunning kreeg en in Reeuwijk mocht gaan wonen. "En eindelijk mocht ik werken. Bij het eerste garagebedrijf meende de chef werkplaats dat je achterlijk bent wanneer je de taal niet spreekt. Hij liet mij steeds schoonmaken. Uiteindelijk heb ik mijn ontslag genomen en ben ergens anders gaan werken. Nu werk ik met veel plezier bij Autobedrijf De Waal in Gouderak. Ze zien mij voor vol aan en steunen mij bij mijn studie tot eerste automonteur.''

''Mis familie''

Wat het verschil is met mijn land? Nederland heeft zoveel ongeschreven regels. Dat duizelt mij soms. Op het werk maakt iedereen zich zo druk. En 's avonds zie je niemand meer op straat. Iedereen zit in zijn eigen huis. Dat is lastig voor mij om contact te maken met mijn omgeving. Nee, ik mis mijn land niet, maar mijn familie wel. Ik ben vooral bang dat ik ze misschien nooit meer zal zien, omdat ik niet meer terug mag naar Iran."

Tekst en beeld: Marlien van Leeuwen

Meer berichten