Logo kobr.nl
Foto:

‘Mijn bruggetje brengt de menselijkheid terug’

  Human Interest

NIEUWERBRUG - “We lopen effe achterom,” Boy Westhof gaat voor naar de achtertuin aan de Oude Rijn. Hij is brugwachter van de brug in Nieuwerbrug, de laatste particuliere tolbrug in Nederland. “Ik zit hier letterlijk 24/7. Dan heb je wel effe een ander leven.”

“Ik ben begonnen omdat mijn ouders slecht werden,” vertelt Boy onder het genot van een kop filterkoffie. “In 2015 heb ik het overgenomen. Ik ben in Nieuwerbrug opgegroeid en ben altijd kind aan huis geweest bij de brug. Mensen noemen mij nog steeds ‘kleine Jantje’ naar mijn vader.” Het brugwachterschap is een machtig mooi beroep, vindt Boy. “Het is mijn lust en mijn leven. Maar je geeft er ook wat voor op.”

Altijd bij de brug
Standaard ligt de tolbrug omlaag. Voor elke auto die wil oversteken vraagt hij 50 eurocent. Voor elke boot die langskomt vraagt hij 1,75 euro. Boy staat op, doet handmatig de hekken dicht en hijst hij de brug op. Zolang er verkeer oversteekt en er boten varen, kan hij dus nooit weg. “Je zit hier altijd gebonden en je hebt weinig rust. Je neemt een slok koffie en je kan weer opstaan,” zegt hij.

Dat is soms zwaar, vooral voor zijn gezin. “Voor mijn kleine meid is het moeilijk dat we nooit weg kunnen. We kunnen bijvoorbeeld nooit een dagje naar een pretpark. Ze moet dus haar eigen leren vermaken. Aan de andere kant…”

Pèèèp. Er ligt een boot voor de brug om Boys verhaal kracht bij te zetten. De brugwachter loopt rustig naar de brug en draait hem open. Terwijl hij een praatje maakt met de schipper, hengelt hij met een klomp de tol binnen. De boot gaat voorbij en de brug kan weer dicht. “Groetjes!”

Kleine menselijkheid
Niet alleen met de schippers, ook met de automobilisten maakt Boy een praatje. “Dat is het mooie van dit beroep. De meesten ken ik, die wonen in de buurt. Maar soms raak je aan de praat met een onbekende. Laatst bleef een schipper voor een bak koffie. Hij voer op de Rijn in Duitsland. We hebben twee uur van elkaars verhalen zitten genieten.”

Bij terugkeer in de tuin heeft Boy zijn enthousiasme voor zijn baan alweer gevonden. “Voor mij is iedereen gelijk,” vertelt de brugwachter. “We zijn allemaal anders qua karakter, maar we zijn ook hetzelfde. Mijn bruggetje brengt de menselijkheid terug.”

Terwijl het water rustig tegen de kade klotst, staat Boy alweer langzaam op. “Aan een golfje kan ik zien of er wat leg of niet. En elke boot is nieuw.” Hij wijst naar het water. “Moet je kijken wat eraan komt! 75 jaar gevaren, oud Scheveningen. Fantastisch!”

Lekker ouwerwets
Als laatste particuliere tolbrugwachter van een handmatige brug kan Boy niet anders dan houden van het oude ambacht. “Wat ouwerwets is, moet je ouwerwets houden. Een vlaggetje maakt een standbeeld niet mooier,” zegt hij. “Bovendien geven de centjes sjeu aan het varen. Daarom heb ik ook geen pin. Ik heb liever de volgende keer een euro dan gelijk een tikkie.”

Niet alleen de techniek, ook het varende publiek is veranderd. “De liefde voor het prutsen aan een bootje is eruit. De jeugd vaart niet meer met stinkende oliemotoren. Mensen willen liever kant-en-klaar varen.” En dat betekent ook een ander publiek, die niet allemaal weten hoe je netjes moet varen. ”Vooruit varen kunnen we allemaal, dat is een kwestie van gas geven. Maar goed varen is veel anticiperen. En daar komen mensen ervaring voor te kort,” zegt Boy. “Ze hebben het gevoel dat ze in een auto zitten, maar op het water kun je veel minder snel manoeuvreren.”

Voor de brug ligt alweer een nieuwe boot. Boy ziet het gelijk: toeristen. “Dit zijn de gevaarlijksten,” zegt hij terwijl hij zich klaarmaakt. "Ze huren een boot van 20 meter, maar hebben nog nooit gevaren.” Prompt heeft de schipper moeite met afduwen van de kant. Boy geeft de opvarenden toch een grote glimlach. “Ze bedoelen het niet kwaad. En ze zijn al zenuwachtig.” Hij richt zich tot de boot. “Guten Morgen schöne Leute!”

Tekst en beeld: Key Tengeler

Meer berichten