Heidi Looy is jager en vertelt met passie over weidelijk jagen.
Heidi Looy is jager en vertelt met passie over weidelijk jagen. Foto: Marlien van Leeuwen

‘Jagen is zoveel meer dan het doodschieten van weerloos wild’

Human Interest

In Nederland bestaat al heel lang geen ongerepte natuur meer. Alle natuurgebieden zijn (ooit) aangelegd of zo versnippert dat er geen natuurlijk evenwicht mogelijk is. En daarom wordt er gejaagd om overpopulatie en daarmee ziektes onder bepaalde diersoorten te voorkomen. Als je werkelijk om de natuur geeft, dan zie je de disbalans in de verhoudingen tussen wild en de voor hen beschikbare leefomgeving, denkt de Reeuwijkse Heidi Looy.

Heidi Looy is jager en vertelt met passie over weidelijk jagen - wat een heel ander beeld schetst dan dat van een jager die een weerloos konijn doodschiet. Jagen gaat volgens Heidi om het beheren van de aantallen wild die leven in een gebied dat door sommigen aangemerkt wordt als ongerepte natuur.

Respect voor alles wat leeft
Heidi: “Mijn vader was een natuurman pur sang. Hij leerde ons respect te hebben voor alles wat leeft. Je trok nog geen tak van de boom. Hij was evenals zijn vader jager en ook wij hebben dat als kinderen meegekregen. Als we samen met mijn vader de natuur introkken, wees hij ons alles wat hij zag met naam en toenaam. Als hij iets geschoten had, betrok hij ons bij de slacht en kregen we anatomische les. En natuurlijk belandde dat wild op je bord. Uit respect voor het dier.”

Jachtakte
Om te mogen jagen moet je een opleiding volgen. Deze bestaat uit vier onderdelen: theorie, hagelschieten, kogelschieten en veiligheid in de praktijk. Bij het theoretische gedeelte leer je de soorten dieren en hun nesten herkennen, wanneer de paartijd is, hoelang ze dragen en zo meer. Pas als je alle vier de onderdelen gehaald hebt, krijg je het diploma. Maar dan nog mag je niet jagen. Dat mag pas als je een jachtakte hebt, die je kunt aanvragen als je een aaneengesloten natuurgebied van 40 hectare hebt, waarin je (bijvoorbeeld voor een boer) kunt jagen.

Overlast van ganzen
Zag je vroeger ganzen overvliegen, dan wist je dat de winter eraan kwam. Dat is allang niet meer zo, zegt Heidi: “Door een verandering van het leefklimaat zijn het standvogels geworden in plaats van trekvogels. De ganzen trekken niet meer weg. De grauwe gans en de nijlgans (die technisch gezien een eend is) blijven in grote getale in ons land. Bij ganzen bekommeren zowel pa als ma zich om hun kroost. Ze zijn overigens net als zwanen monogaam. Ze kunnen uitstekend horen en zien álles. Bij onraad beschermen ze hun kuikens samen. Komt een van de ouders te overlijden, dan komt een ander echtpaar de eenling te hulp. Daardoor overleven vrijwel alle kuikens.”

Compensatie
In het voorjaar eten ganzen van het gras dat dan net begint te groeien. Veehouders moeten dan vervangend voer voor hun vee bijkopen. Met de tegemoetkoming van de provincie worden ze in deze kosten gecompenseerd, maar liever zien agrariërs geen ganzen in hun weiland. In Zuid-Holland bedroeg de schadevergoeding in 2020 in totaal bijna 2 miljoen euro.

Overpopulatie
De gans valt niet onder de jacht, alleen onder schadebeheer. Pas bij overpopulatie mag er actie worden ondernomen. Soms blijft er door trage wetgeving geen andere optie over dan de ganzen bijeen te drijven in een kraal, waarna ze vergast worden. Zielig, vindt een groot deel van de bevolking. Daarom willen mensen geen ganzenvlees eten (terwijl ook varkens en kippen worden vergast). Zo belanden de ganzen in het hondenvoer. Eeuwig zonde, vindt Heidi.

Schadebeheer of jagen
Er zijn vijf wildsoorten die bejaagd mogen worden in Nederland: de wilde eend, haas, konijn, fazant en duif. En dan alleen in bepaalde periodes die wettelijk zijn vastgelegd. Heidi, die samen met haar partner een jachtgebied in het plassengebied heeft, loopt vrijwel dagelijks door dat gebied heen. “Dat is onze verantwoordelijkheid. Wij zijn verplicht het evenwicht tussen de verschillende diersoorten in stand te houden. Als je een jachtakte hebt, lig je onder een vergrootglas. Weidelijkheid is een ongeschreven wet voor alle jagers. Daarmee wordt bedoeld dat je alle dieren in je veld op zeer verantwoorde manier beheert, bejaagt en bemachtigt (het doodgeschoten dier meeneemt om het te bereiden). Jagers zullen nooit stropen!”

!