
De Boreftse Motorclub: niet alleen kilometervreters
InterviewBODEGRAVEN-DRIEBRUGGEN – “Wij zijn een club voor motorrijders, toerrijders, racekikkers, stofhappers, asfaltvreters, buikschuivers… Kortom: iedereen die het leuk vindt om op twee wielen rond te rijden en met elkaar te genieten van mooie ritten, of ze lang, kort of snel zijn,” aldus de wervende tekst op de website van de Boreftse Motorclub (BMC). Op 31 augustus organiseert de BMC een toertocht om het 50-jarig bestaan van de club te vieren.
door Cil Vrij
Ze heten misschien de ‘Boreftse’ Motorclub, de leden van de BMC komen uit de wijde omtrek. Voorzitter René Nederhof, zelf woonachtig in Gouda vertelt: “Onze secretaris Corrie Wetsteijn woont na haar verhuizing in Maassluis, maar blijft wel lid. Wat maken die paar extra kilometers tenslotte uit op een toertocht. Dat is alleen maar langer genieten.”
Zomeravondrit
Het gesprek vindt plaats in Café Custwijc in Driebruggen, al jaren het vaste honk van de BMC. Voorafgaand aan de toerrit van deze avond wordt een hapje gegeten met René, penningmeester Ronald Bosch, toercommissaris Andre Fokker en Conny Roomer. Conny noemt zich het ‘manusje van alles’; ‘de stille kracht’ vullen de mannen aan. De Zomeravondrit gaat deze keer richting Lekkerkerk. Omdat dit ook een ‘belangrijke’ voetbalavond is, heeft Andre vooraf contact opgenomen met de IJswinkel in Lekkerkerk om te informeren tot hoe laat zij open zijn. “Het maakt voor ons niet uit dat er voetbal op TV is, eigenlijk is het wel prettig: dan is het minder druk op de weg. Maar een ijsje onderweg is wel traditie, dus het zou jammer zijn als ze gesloten zijn,” legt hij uit.
Gps-route
Twee dagen voor de rit wordt de gps-route bekend gemaakt aan de leden. Wie zin heeft in een toerrit, meldt zich rond 19.30 uur bij Custwijc in Driebruggen. Er wordt in kleine groepjes gereden en in elk groep zit wel iemand die over een gps-systeem beschikt. “Vroeger reden wij in grote groepen van twintig motoren, maar er is bewust voor gekozen om dit te veranderen. Het is veiliger, geeft minder overlast en het is minder ‘intimiderend’,” legt Ronald uit.
Bij open toerritten, zoals de Hemelvaartrit en de Kaasstadrit, waar ook niet-leden kunnen meerijden, wordt de route op de dag zelf uitgereikt. Maar er zijn geen stempelposten en geen competitie: gewoon ontspannen ‘toeren en genieten’.
Vooroordelen
Door negatieve berichten over motorbendes wordt een groep ‘brommende motoren in zwarte pakken’ soms met argusogen bekeken. “Er leven nogal wat vooroordelen over motorrijders. Toen ik vroeger met de motor op mijn werk kwam, werd daar scheef naar gekeken; nu wordt dit geaccepteerd,” vertelt Ronald. Conny beaamt dit, in haar werk in de verpleging was haar hobby ook niet gebruikelijk.
“Motorrijders waren vroeger vaak niet welkom in de horeca. Als wij een kampeerweekend probeerden te boeken, dan liepen wij daar ook tegenaan, terwijl het een weekend is voor het hele gezin.” Dat deze weekenden inspirerend zijn, blijkt wel uit het feit dat de kinderen van destijds nu zelf motorrijden en inmiddels zijn er ook kleinkinderen lid van de motorclub.”
Diversiteit
Een voorbeeld hiervan wandelt tijdens het gesprek binnen: Joris Knoope, 20 jaar oud, het jongste lid van de BMC. Zijn zus Martine (25 jaar oud) is de jongste vrouw binnen de BMC. Beide zijn kleinkinderen van de secretaris. Dan volgt natuurlijk de vraag naar het oudste lid van de club. Ook deze man voegt zich bij het gezelschap: Kees Duits. Naar zijn leeftijd mogen we raden, maar hij is al 50 jaar lid van de BMC en rijdt nog steeds erg graag mee.
Het nieuwste lid is Peter de Vos. Hij is onlangs uit Veenendaal tegenover Custwijc komen wonen en vanavond is zijn eerste rit met de motorclub. De vorige rit heeft hij wel gereden, maar op een andere dag en tijd. Zo leert hij meteen de omgeving van zijn nieuwe thuis kennen.
Dresscode: zwart
Het blijft een indrukwekkend gezicht, zo’n groep in het zwart geklede asfaltvreters. “Dat motorkleding vaak zwart is, is eigenlijk uit praktisch oogpunt,” legt Conny uit. “Zwart is minder snel vies. Tegenwoordig komen er wel steeds meer kleurrijke accenten op de pakken. De motorpakken en -helmen zijn door de jaren heen natuurlijk steeds aangepast en verbeterd: veiligheid en zichtbaarheid zijn de aandachtspunten. Als club stellen wij daar geen eisen aan, maar als we zien dat iemand onvoldoende beschermd is, dan spreken we die persoon er wel op aan. Verder zijn wij een club met een grote diversiteit, zowel in motoren als in kleding. Maar bij ons zie je geen duivels- hoorntjes op de helmen of grote logo’s op de jassen.” “Wij hebben een laag tatoeage-gehalte,” vult Andre lachend aan.
Vrijheid
Inmiddels is de groep aan tafel groter geworden. Goedmoedige grappen over choppers (die met dat hoge stuur) en een motor met zijspan vliegen over tafel. “Vergeet je de contributie en de ‘kerstbingo’ niet te noemen?” roept er een jolig. Maar ook de andere kant van de medaille wordt benoemd: een dodelijk ongeval van een lid van de motorclub en de erehaag die zij bij deze, en andere, begrafenissen hebben gevormd.
Er is veel gebeurd in 50 jaar. Waar de club op het hoogtepunt 140 leden telde, zijn het er nu 60, maar het enthousiasme van de leden is niet minder. Ronald vat het als volgt samen: “Het gaat om het gevoel van vrijheid; het gezamenlijk genieten van de techniek van de motor en de omgeving.”
Een totaaloverzicht van de activiteiten van de BMC staat op: www.boreftse-motorclub.nl.












