Na bijna 48 jaar verruilen Lizette en Nelis Visscher Reeuwijk voor Twente | KOBR: het nieuws uit Bodegraven-Reeuwijk
<p>Lizette Visscher bij de aula waarvoor zij zich sterk heeft gemaakt.</p>

Lizette Visscher bij de aula waarvoor zij zich sterk heeft gemaakt.

(Foto: Bert Verver)

Na bijna 48 jaar verruilen Lizette en Nelis Visscher Reeuwijk voor Twente

  Politiek

REEUWIJK / TWENTE - Het huis is verkocht, de verhuisdozen staan klaar en de tijd van afscheid nemen is aangebroken. Na bijna 48 jaar in Reeuwijk te hebben gewoond, vertrekken de bekende Reeuwijkers Lizette en Nelis Visscher naar De Lutte in Twente om dichter bij hun zoon Edgar en zijn gezin te kunnen wonen. Het is een afscheid dat al een paar jaar in de lucht hing, maar dat zeker pijn zal gaan doen.

Zowel Nelis als Lizette zijn gedurende tientallen jaren heel actief geweest in het verenigingsleven en in ondernemend en politiek Reeuwijk en Bodegraven-Reeuwijk en hebben daardoor veel mensen leren kennen. Kijk op Bodegraven-Reeuwijk blikt met Lizette, op gepaste afstand, terug op die periode.

Hoe zijn jullie in Reeuwijk terecht gekomen?
“Ik werkte bij Unichema in Gouda (nu Croda), maar zoals toen gebruikelijk en zelfs verplicht was, stopte je als vrouw na de geboorte van je kind met werken. Na ons trouwen hebben we drie jaar in Gouda gewoond, waarna we ons oriënteerden op een woning in een meer landelijke omgeving. Zo zijn we aan de Kennedysingel in Reeuwijk terechtgekomen, waar we 22 jaar hebben gewoond. Later zijn we verhuisd naar bedrijventerrein Zoutman, waar we ook ons bedrijf en kantoor hadden.”

Wat voor bedrijf hadden jullie?
“We zijn begonnen met een bedrijfsverzamelgebouw en ik had 17 jaar een groothandel in sportkleding. Toen ik daarmee stopte, ben ik in het bedrijf van Nelis gaan werken. Hij had een administratie en beheerkantoor voor Verenigingen van Eigenaren. Omdat bestuurlijk werk ons beiden trok, zijn we ook in een aantal ondernemersorganisaties terechtgekomen, zowel op lokaal als op landelijk niveau. Zo was ik bestuurslid en acht jaar voorzitter van de Vereniging van Groothandel en Fabrikanten in Sportbenodigdheden en zat ik ook acht jaar in het bestuur van het Nederlands Verbond van de Groothandel. Dat was een boeiende en leerzame tijd, maar dat geldt eigenlijk voor alle vrijwilligersfuncties die je kunt vervullen.”

Ben je zo ook in het verenigingsleven terecht gekomen?
Nee, dat staat los van elkaar. Na de geboorte van onze zoon in 1975 kreeg ik meer behoefte aan sociale contacten in mijn omgeving. Voor mij is het aansluiten bij een vereniging een uitgelezen middel om in een dorp te integreren. Zo kwam ik in 1976 bij de Gymnastiekvereniging Reeuwijk, nu Reflex, terecht. Tot 2001 ben ik daar actief geweest, waarvan achttien jaar als voorzitter. Het was een mooie tijd, waarin de basis gelegd is voor de bloeiende vereniging die Reflex op dit moment nog is. Daarnaast was het heerlijk ontspannend om mee te doen in het orkest van Uit en Thuis. Ik speelde daarin accordeon. Ik repeteerde een paar maanden per jaar en had gezellige avonden met de uitvoeringen in De Brug. Helaas kwam na en jaar of tien een eind aan het orkest, omdat het playbacken toen een belangrijke plaats in ging nemen in de uitvoeringen. De liefde voor de muziek is echter gebleven en ik hoop daar in de toekomst weer wat meer tijd aan te besteden.”

Bij velen sta je bekend als raadslid voor de VVD. Wat trok je in de politiek?
“Ik werd als lid en voorzitter van de Sportraad in Reeuwijk en de Sportadviescommissie regelmatig geconfronteerd met problemen waar de sport tegen aanliep, bijvoorbeeld op het gebied van accommodaties. Ik was, evenals Nelis, al betrokken bij de VVD en werd daardoor geraadpleegd als het over sportzaken ging. Ik werd fractiesecretaris. Mijn zoon Edgar werd al jong raadslid en volgde Jan Rupke op als fractievoorzitter toen die wethouder werd. Inmiddels had ik de vrijgekomen raadszetel ingenomen. Het was bijzonder om samen met mijn zoon een poosje in de raad te zitten. Lang heeft dat echter niet geduurd, want toen Edgar naar het oosten verhuisde, volgde ik hem op als fractievoorzitter.”

Was er een verschil in het raadswerk voor en na de fusie, inmiddels tien jaar geleden?
“Ik denk met veel plezier terug aan de revue Reeuwijk Vroeger en NU, die ik vanuit de Culturele Commissie mocht organiseren ter afscheid van de gemeente Reeuwijk, maar het was voor de Reeuwijkse politici wel een cultuurschok. De vergadercultuur in beide gemeenten was nogal verschillend en de laagdrempeligheid verdween. Wat mij erg heeft dwars gezeten, is dat er door het toenmalige college binnen enkele weken beslissingen werden genomen die de Reeuwijkse gemeenschap erg hebben geraakt. Die hebben een bron gevormd van wantrouwen tegen de nieuwe gemeente. Ik denk daarbij bijvoorbeeld aan de sluiting van de gemeentebalie en de sluiting van City Life, met verstrekkende gevolgen voor de eigenaar en de regionale jeugd. Bestaande beloften en afspraken werden daarmee geschonden en pas nadat we elkaar beter hebben leren kennen, zijn de verhoudingen - gelukkig - genormaliseerd.”

Als je terugkijkt op jouw twaalfjarige politieke loopbaan, wat zijn dan voor jou de hoogte- en dieptepunten?
“Het contact met de inwoners is voor mij altijd erg belangrijk geweest. De hierboven geschetste gang van zaken was voor mij dan ook een dieptepunt. Hoogtepunten waren er ook. Het feit dat het zwembad De Fuut met inzet van vrijwilligers behouden is, is zeker een hoogtepunt. Dat geldt ook voor de recente realisering van de aula op de gemeentelijk begraafplaats Tempel, waar ik mij vanaf 2008 sterk voor heb gemaakt. Ik ben erg blij dat na een moeizame periode de discussie rond de sportharmonisatie nu positief is afgerond en dat plannen voor een betaalbare huisvesting voor jongeren in al onze dorpen - iets waarvoor ik mij altijd sterk hebt gemaakt - vastere vormen beginnen te krijgen.”

Je heb de actieve politiek sinds 2018 achter je gelaten, maar wat zou je graag nog gerealiseerd willen zien?
“Ik hoop dat de Bodegravenboog binnen enkele jaren wordt gerealiseerd en dat in onze dorpen de verkeersproblematiek die er op veel plaatsen is, wordt opgelost voor de verbetering van de leefbaarheid. Met inachtname van een goede communicatie met de inwoners en dorpsteams zou ik graag willen dat lang lopende processen sneller afgerond worden. Denk daarbij aan zaken als de Raadhuisweg/Zoutmanweg en de horecavoorziening aan de plas Elfhoeven, maar ook aan de oplossing van verkeersproblemen in alle dorpen.”

Hoe kijk je, als scheidend voorzitter van de Culturele Commissie, aan tegen de problemen die de cultuursector ondervindt?
“Als Culturele Commissie willen we op het gebied van kunst en cultuur een verbinding leggen tussen de dorpen. Accommodaties zoals het Streekmuseum, het Evertshuis en De Brug zijn daarbij erg belangrijk. Over het Evertshuis is al veel gesproken en daar zal de raad binnenkort over besluiten. Ik hoop dat het Streekmuseum een bredere rol voor het Groene Hart kan vervullen. Voor de Reeuwijkse gemeenschap is De Brug al zestig jaar erg belangrijk. Ik heb er respect voor hoe dat centrum alweer twintig jaar zonder een cent subsidie overeind blijft, zeker met de Huizen van Alles in gedachten, omdat er daardoor sprake is van oneerlijke concurrentie. Veel mensen in Reeuwijk-Brug beleven plezier aan het zalencentrum, maar ik ben van mening dat met dezelfde investering en subsidiëring het Huis van Alles in Reeuwijk-Brug onderdeel had kunnen zijn van De Brug.”

Heb je nog een laatste wens voor de inwoners van Bodegraven-Reeuwijk?
“Wij hebben hier met veel plezier en een grote mate van betrokkenheid bijna 48 jaar gewoond. Ik hoop dat allen op dezelfde wijze ook in de komende jaren blijven genieten van deze mooie gemeente, ondanks de veranderingen die er ongetwijfeld plaatsvinden.”

Tekst en beeld: Bert Verver

Meer berichten