
Op eerste inspraakavond van de raad veel aandacht voor windmolens
Politiek RaadszakenBODEGRAVEN-REEUWIJK - De eerste inspraakavond van de nieuwe raadsperiode stond vorige week voor een belangrijk deel in het teken van het mogelijke besluit van de provincie om de plaatsing van windmolens te onderzoeken in het gebied tussen Oud-Bodegraven, de Tempel en de J.C. Hoogendoornlaan. De plannen leiden tot veel onrust in de omgeving. Dat bleek al duidelijk bij de binnenkomst van de raads- en commissieleden, die bij de ingang van het gemeentehuis ontvangen werden door een flinke groep inwoners, die van hun zorgen blijk gaven.
door Bert Verver
Een drietal inwoners nam plaats aan de vergadertafel om hun grieven over de zoeklocatie te uitten. De heer De Blaauw kreeg als eerste het woord. Volgens hem waren zowel de leden van het provinciebestuur als de gemeente in de aanloop naar de besluitvorming misleid door het feit dat steeds gesproken is over een koppeling van de windmolens aan de infrastructuur. Daarmee werd een plaatsing langs de N11 en A12 bedoeld. Volgens de inspreker is die terminologie volstrekt misleidend geweest, omdat het beoogde plaatsingsgebied nu is ingetekend op 500-1000 meter van de N11, midden in een open, cultuurhistorisch belangrijk, slagenlandschap. Volgens De Blaauw is er daarom sprake van een procedurefout, omdat er volgens de oorspronkelijke uitgangspunten niet gebouwd zou worden in open landschap. Hij vroeg zich af waarom de gemeente zo laks was geweest in haar verzet tegen die locatie en riep het college op gezamenlijk met de inwoners op te trekken in het verzet tegen het provinciale voornemen.
De heer Beijerman ging vooral in op de risico’s voor de gezondheid van de inwoners in de omgeving. Hij refereerde daarbij aan een onderzoek van het RIVM waarin gesteld word dat geluid van windturbines kan zorgen voor ernstige hinder bij omwonenden, wat kan leiden tot slecht slapen, stress, hoofdpijn, vermoeidheid en concentratieproblemen. Veel omwonenden maken zich ernstige zorgen over de slagschaduw van hoge windmolens en of die een stressvol en storend effect zal veroorzaken tot in de wijde omgeving. Volgens Beijerman worden de bewoners onderdeel van een experiment en hij vroeg zich af in hoeverre het verantwoord was de risico’s daarvan bij hen neer te leggen. Hij beklaagde zich ook over het ontbreken van een deugdelijk participatietraject en vroeg zich af waarom de planvorming allemaal achter de schermen moest gebeuren. Ook hij riep het college op de provincie duidelijk te maken dat de bewoners rond het zoekgebied volstrekt tegenstander zijn van de voorgenomen plannen.
Als laatste van de drie sprekers ging mevrouw Van Eijk in op het aspect ‘draagvlak’. In tegenstelling tot hetgeen de provincie bij de besluitvorming beweert, is er volgens haar bij de bewoners en ondernemers in het gebied geen draagvlak voor de plaatsing. Onder directe omwonenden is hun standpunt gepeild en uit de respons blijkt dat er in meerderheid geen acceptatie van windturbines in de directe leefomgeving is. Ook zette de inspreekster haar vraagtekens bij de stelling van de provincie dat er een breed draagvlak is bij ondernemers. De BOV distantieert zich daarvan en lokale ondernemers geven aan dat zij niet of nauwelijks (en dan pas recent) betrokken zijn bij het onderwerp. Volgens mevrouw Van Eijk is er sprake van niet-openbare lobbydocumenten en een ongelijkwaardige informatiepositie voor omwonenden, waardoor er een vermenging is ontstaan van aannames en feiten. Zij riep het college op de provincie helderheid te vragen om transparantie over het draagvlak, de herijking van het participatieproces en een correctie van de onvolledige beeldvorming van het draagvlak.
Tot slot van haar betoog bood Van Eijk aan de voorzitter van de bijeenkomst, Jan van Rooijen, een lijst met ruim 650 handtekeningen aan die het verzet tegen de plannen onderstrepen. Uit een bijgeleverde kaart bleek dat de handtekeningen ruimtelijk gezien afkomstig waren uit een wijde omgeving van de
zoeklocatie.
Handhaving op meldingen
De heer Croes uitte zijn zorgen over de handhaving op straat en dat in zijn ogen te weinig gedaan wordt met de meldingen over bijvoorbeeld fout geparkeerde auto’s die de doorgang belemmeren. Hij riep op ‘te stoppen met koffiedrinken, de klachten serieus te nemen en meer de straat op te gaan’. Hoewel het niet de bedoeling is dat de aanwezige politici in debat gaan over de inspraak, vond Frits van Dijk (LLBR) het gewenst de woorden van de inspreker te nuanceren door erop te wijzen dat op het gebied van veiligheid al veel wordt gedaan. Zo is er een meldpunt ingesteld, zijn er camera’s aanwezig en doen de boa’s volgens Van Dijk hun uiterste best. Hij beloofde wel de problematiek op de agenda te houden en sloot daarmee aan op de woorden van William Tichem (CDA), die ook beloofde er in de raad aandacht voor te vragen.
Inkomsten natuuronderhoud
Als derde spreker vroeg de heer Van Leeuwen medewerking om in het particuliere natuurgebied De Lansing de bouw van een onderkomen toe te staan dat naast de opslag voor materialen voor het onderhoud, ook ruimte zou bieden voor kleinschalige activiteiten die nodig zijn om het gebied te kunnen onderhouden. Zonder de beperkte inkomsten die daaruit voortkomen, is het volgens hem financieel niet mogelijk de kosten voor het beheer van dit vaargebied op te brengen. Hij wees er daarbij op dat de gemeente door die houding terugkomt op eerdere afspraken binnen het zogenaamde Greenport-project. Hij riep de aanwezige politici op het besluit hierover te heroverwegen en de kleinschalige voorzieningen mogelijk te maken.
Auto laden vanuit huis
In relatie tot de behandeling van de Integrale Laadvisie, die dinsdag 26 mei op de commissieagenda stond, vroeg de heer Van Kekem aandacht voor het beleid op het gebied van laadpalen. Hij schetste in zijn bijdrage de ontwikkeling van het elektrisch rijden en concludeerde dat op dit moment het gemeentelijk beleid over de uitbreiding van laadpalen niet consistent is en dat er meer inzet nodig is om te voldoen aan de doelstelling dat in 2035 100 procent van de nieuwe auto’s CO2-neutraal is. Het laden vanuit huis zou volgens hem in ieder geval een mogelijke oplossing zijn en hij riep dan ook op het gemeentelijke beleid daarop aan te passen.










