Logo kobr.nl

Herinneringen uit Bodegraven-Reeuwijk

In deze rubriek wordt verteld over vroeger én nu. De verhalen geven een kleurrijk beeld van onze dorpen, beroepen, familiebelevenissen, activiteiten en evenementen.

In deze aflevering: Nel Vervoort-den Ouden

Nel den Ouden werd geboren in november 1946 in de toenmalige Vinkenbuurt, de huidige smalle Zoetendijk. Het huis staat er nog altijd, maar is door de jaren heen aan alle kanten opgeknapt. Haar broertje Ab kwam zo'n twee jaar na haar ter wereld. Nel meent dat ze niet zoveel te vertellen heeft, haar leven was zo standaard. Toch vertelt ze honderduit over een tijd die wij ons haast niet meer kunnen voorstellen. De tijd van na de Tweede Wereldoorlog, toen de welvaart waar we nu in leven nog ver weg was.

Bijna had Nel dit verhaal niet kunnen vertellen. Nel legt uit: "Ik zal zo'n twee jaar geweest zijn en was bij onze draaibrug aan het spelen. Daarbij ben ik in het water gevallen. Ik weet nog hoe mooi het er voor mij uitzag. Als mensen zeggen dat ze het licht hebben gezien, kan ik mij daar echt iets bij voorstellen. Het was zo licht, mooi en helder. Ergens ver weg hoorde ik de buurvrouw schreeuwen. 'Nel ligt in het water, ze drijft al.' Op dat moment was mijn moeder mijn broertje aan het voeden. Ze schijnt hem (bijna) neergegooid te hebben om samen met de buurvrouw mij uit het water te halen. Wat er daarna gebeurde, ik weet er niets meer van. Wat ik wel weet is dat ik jaren en jaren ontzettend bang voor water ben geweest. Ik kan mij nog herinneren dat de buren Geertje en Teun Boot mij meenamen naar de plas. Met de binnenband van een fiets een paar keer om mijn middel geslagen mocht ik aan een touw de plas in. Ik zal vast een paar slagen gedaan hebben. Maar ik was bang. Op de lagere school kregen we zwemles. Op de fiets naar Van Houwelingen aan de Platteweg waar ze een stuk in de plas hadden afgezet. Ook later op de huishoudschool kregen we om de twee weken zwemles. Een badmeester werd mijn angstige getreuzel op de duikplank zat en duwde mij het water in. Toen was ik helemaal klaar. Ik ben nooit meer meegegaan met zwemles, gaf elke keer
aan dat ik mijn maandelijkse periode had. Pas toen mijn kinderen naar zwemles gingen, ben ik naar zwemles voor volwassenen gegaan en heb zowaar mijn A-diploma gehaald."

Buurmeisje

De lagere school doorliep ze in Sluipwijk. Om precies te zijn de openbare lagere school B (openbare lagere school A stond op Reeuwijk-Dorp). In het gebouw wat nu de naam de Rokende Turf draagt. "Aan de overkant," zo vertelt Nel, "stond een benzinepomp met drie grote garages waar de melkwagens stonden. Tijdens de nieuwbouw van de school werden dat tijdelijk de schoollokalen. Bovenmeester Van der Velde gaf er les. Hij had zelfs nog lesgegeven aan mijn vader en moeder. De woning met die torentjes ('s-Gravenbroekseweg 77) was zijn ambtswoning. Ons gezin was inmiddels verhuisd naar de Ree, waar we samen met mijn grootouders in een twee-onder-één-kap-woning woonden. Naast ons stond de bakkerij van Slegt. Kruidenier Jan van Dam deed ook zaken in die buurt. Alie Slegt, mijn buurmeisje was een paar jaar ouder dan ik. We speelden samen. En zoals gebruikelijk in die tijd, de kleding waar zij uitgegroeid was, ging naar mij."

De groenteveiling

"Wij gingen nooit op vakantie. Mijn vader teelde groente samen met Piet van Es. Ook mijn moeder werkte hard mee. Soms stonden ze om twee, drie uur in de nacht op om spinazie te snijden. Met de hand, geen idee of het met een sikkel of een zeis werd gedaan. Vervolgens werd de spinazie in de schouw naar de veiling gebracht. Deze stond op de hoek bij de Breevaartbrug richting Goverwelle. Als ze pech hadden en er geen koper was, dan draaide de veilingklok door en werd de spinazie vernietigd. Dan hadden ze al die nachtelijke uren voor niets gewerkt. De zomergroenten waren natuurlijk allemaal tegelijk rijp. Dus hielp je als kind ook mee. Van de snijbonen gingen alleen de rechte naar de veiling. De kromme bonen, wat mijn vader sprot noemde, werden er tussenuit gehaald. Voor eigen gebruik, die werden gekookt en geweckt voor de winter. Toen de opbrengst van de tuin niet meer genoeg was om twee gezinnen mee te voeden, is mijn vader bij Van Dam de kruidenier gaan werken."

Grote schoonmaak

"Het schijnt dat ik makkelijk naar de ULO had gekund. Maar ik ging liever naar de huishoudschool. Naaien, koken, wassen en strijken vond ik veel leuker dan leren. Taal, rekenen en ook Engels, het had mijn voorkeur niet. Wist je dat we in de laatste klas van de lagere school, de zesde, ook Franse les kregen? Eén keer per week gaf meester Van der Velde een halfuurtje Franse les na schooltijd. Wat had je daar nou aan? Ik was een doener. Nu nog. Als mijn moeder grote schoonmaak hield, wat twee keer per jaar gebeurde, moest ik thuis blijven om te helpen. Dus niet naar school! Alles in huis werd schoongemaakt. Werkelijk álles. De mattenklopper kwam eraan te pas. Dekens, matrassen, kussen, vloerkleden, gordijnen, overal werd de stof uitgeklopt. Als kind werkte je waar mogelijk mee. Dat was de normaalste zaak van de wereld. Ik heb dan ook een fijne jeugd gehad."

Geertje en Teun Boot

"Ik was vaak bij Geertje en Teun Boot.
Zij hadden geen kinderen, maar voor mij waren zij mijn tweede vader en moeder. Geertje naaide kleding voor iedereen. Dan mocht ik naast haar zitten en plaatjes uit de Marion knippen." Voor de kenners, de Marion was een modeblad met tekenpatronen van kleding die je zelf kon maken.

Tv kijken

"Als er tijd was om te spelen, speelden we spelletjes met elkaar: kaarten en bordspelen. Bij Van der Starre, de viskopers aan de 's-Gravenbroekseweg hadden ze een televisie. Dat was wat! Uit de hele buurt kwamen de kinderen op zaterdagmiddag om daar televisie te kijken. Samen met mijn nichtjes Adrie en Teunie Stigter mocht ik er dan ook heen. Dan zat je met z'n allen gewoon op de houten vloer. Er lagen wel kleden in een woonkamer, maar vloerbedekking zoals we die tegenwoordig kennen, was er nog niet. We keken naar Dappere Dodo, een poppenkast poppenspel, wat reuze spannend en leuk was."

IJs in de ijshut

"Veel van de huidige huishoudelijke elektrische apparaten waren nog lang niet uitgevonden. Althans niet te koop voor het grote publiek. Koelkast of vriezer, we hadden er nog nooit van gehoord. Er was wel ijs wat gebruikt werd om te koelen. Dat werd 's winters uit de plas gehakt en opgeslagen in de ijshut van de viskopers (die van Van der Starre). De ronde hut was van steen gemaakt met een dikke laag turf binnenin met een goede isolerende werking. Het ijs werd onder andere door boeren voor het koelen van de boter gebruikt. Ooit haalde ik het samen met mijn opa om de wond van oma - na een operatie in het ziekenhuis - koel te houden."

Actief bij verenigingen

"Na de huishoudschool ben ik in de huishouding gaan werken. De ochtenden werkte ik bij Bottrop die een meubelmakerij hadden. In de middag werkte ik bij aannemer Korpershoek. Zij hadden een groot gezin. Er was een schoonmaakster die hele dagen schoonmaakte en ik deed er de was,
de strijk en het naaien of vernaaien van kleding in de middag. In mijn vrije tijd was ik lid van verenigingen. Sluipwijkse Margriet was daar één van. Zolang ik mij kan heugen zat mijn vader in het bestuur. Tijdens het opbouwen van het zomerfeest mocht ik mee. Dan gaf mijn vader mij een veilingkist waar ik op mocht zitten. En zo kon ik alles zien. De opbouw van de kramen, de zweefmolen! Toen ik ouder werd, mocht ik meehelpen met het verkopen van de plankjes voor het rad van fortuin en zo waren er van allerlei klussen. De schik die we hadden voor, tijdens en na het feest! Bij de Mandolineclub Uit & Thuis ben ik via Wim en Dit Edelman gekomen. Ik moet zo'n veertien geweest zijn toen zij aan mijn vader vroegen of ik ook op het net opgerichte koortje van Uit & Thuis mocht. Dat is het begin geweest van mijn lidmaatschap. Bij Barry de Vos (Casa Blanca aan de Oudeweg) naaiden we alle kleding voor de uitvoeringen. Tot en met de doeken waar de decorstukken van het toneel op geschilderd werden. De uitvoeringen werden bij hotel De Sport gehouden (hoek Zoutmansweg-Reeuwijkse Randweg). Later in Zalencentrum De Brug.
Bij Uit & Thuis en de Sluipwijkse Margriet ben ik al jaren niet meer actief. Daar is Vivace voor in de plaats gekomen. Daar zing ik alweer 26 jaar en verricht er allerlei hand- en spandiensten. Datzelfde geldt voor het Dienstencentrum van de Reehorst. Daar ben ik ook actief bij de handwerkclub."

Gezin op nummer een

"Dansles hoorde bij je opvoeding. Ik was vijftien jaar toen ik bij Bas de Graaf in Gouda op les ging. Daar heb ik Sjef leren kennen. We deden mee aan de dansexamens waar we brons en zilver haalden. Toen moest Sjef in militaire dienst. We hadden zes jaar verkering toen we trouwden. Met van die grote sleeën van Thalia Taxi werden we vervoerd van het toenmalige gemeentehuis naar de Ichthuskerk en aansluitend werd het feest gevierd in De Brug. Samen kregen we drie dochter: Astrid, Judith en Severine. Sjef was voor zijn werk veel van huis en 's avonds vaak laat pas weer terug. Dat maakte dat ik de opvoeding en het reilen en zeilen in en om het huis voor mijn rekening nam. Mijn lidmaatschap van de verschillende verenigingen zorgde er voor dat ik ook buitenshuis kwam. Laatst hebben we ons 50-jarig huwelijk gevierd samen met de kinderen, kleinkinderen en aanhang in Kenia. Dat was een geweldig ervaring om nooit te vergeten!"

Tekst: Marlien van Leeuwen

Reageer als eerste
Meer berichten