Logo kobr.nl
Foto:

Met de baggerbeugel ingegoten: 35 jaar Streekmuseum

Reeuwijk - Het Streekmuseum Reeuwijk viert aanstaande zaterdag haar 35-jarig bestaan, een goed moment om met enkele vrijwilligers terug te blikken op het verleden, heden en de toekomst van het museum. Mede-oprichter Loes Gerritsen, voormalig vrijwilliger Mieke Vervoorn en langstzittend huidig bestuurslid Corrie Perdijk doen hun verhaal.

"We begonnen met drie vrijwilligers in een klaslokaaltje. Objecten, archief en kantoor zat allemaal bij elkaar." Loes Gerritsen was een van die drie oprichters die in 1984 in de Rokende Turf de Oudheidkamer openden. Jan Buitelaar was de eerste voorzitter en drijvende kracht achter de oprichting. "Hij vroeg mij of ik bestuurslid wilde worden", vertelt Loes. "Waarom hij mij vroeg, weet ik eigenlijk niet. Ik was een nieuwkomer in Reeuwijk. Ik woonde achter de kerk in de oude pastorie en had Jan alleen een paar keer in het voorbijgaan gesproken. Blijkbaar had hij toch mijn interesse in de plassen opgepikt."

Het grootste gedeelte van collectie had Jan zelf verzameld. Hij had de objecten zo lang op de zolder van de Sluipwijkse kerk gestald, maar nu was er plek om er een museum van te maken. Voor zijn dochter Mieke Vervoorn kwam dat niet als een verrassing. "Mijn vader was altijd al bezig om oude spullen te verzamelen. Alles wat met het verleden te maken had, vond hij interessant. Als huisschilder kwam hij overal over de vloer en via die connecties sprokkelde hij zijn collectie bij elkaar. Hij liep ook al lang met het idee rond om de geschiedenis van het gebied een plek te geven waar het kon worden doorgeven aan het nageslacht. Toen hij op zijn 58e stopte met werken en het lokaal in de Rokende Turf vrij kwam, kon hij zijn droom waarmaken."

Turfwinning centraal

De Oudheidkamer richt zich vooral op het ontstaan van de Reeuwijkse Plassen en dus op turfwinning. Het was echter moeilijk om dat zichtbaar te maken, want er was geen turf meer om te laten zien. Per toeval kwam Jan Buitelaar de oplossing tegen, vertelt Mieke. "Hij fietste door Gouda en zag daar in een container allemaal stukken turf liggen. Hij vroeg waar die vandaan kwamen en het bleek dat het als isolatiemateriaal had gediend in een gebouw dat nu gerenoveerd werd. Mijn vader heeft toen gezorgd dat al die turf naar het museum is gebracht, zodat daar verschillende stadia van de turfwinning konden worden nagebouwd."

Jan bracht al die turf naar het museum en bouwde samen met de heer Schouten, die veel van de gereedschappen bezat, verschillende stadia van de turfwinning na. Zo ontstond de diaserie die nu nog steeds in het museum te zien is. "Dat was ook mijn vader", zegt Mieke glunderend. "Hij gaf zijn ogen en oren goed de kost en dacht telkens: kan ik dit voor het museum gebruiken? Hij heeft zijn hele ziel en zaligheid in het museum gestort. Hij vond altijd wel iets te doen: een likje verf smeren, een wandplank zagen, spullen verzamelen, enz. Ik ben enorm trots op wat hij heeft neergezet."

Verhuizing naar de boerderij

De oprichting van de Oudheidkamer was een groot succes. Al gauw kwamen mensen zelf spullen brengen die zij nog van vroeger hadden en zo groeide de collectie. Jan nam alles aan, dus al gauw paste het allemaal niet meer in het kleine lokaaltje. In 1988 kwam een oude boerderij vrij, waar het museum tot op de dag van vandaag zit. Die grotere locatie moest natuurlijk wel gevuld worden. "Daarom deden we na de verhuizing een oproep in de Reewijker," vertelt Corrie Perdijk. Zij begon rond die tijd achter de kassa en is nu een van de bestuursleden. "Danzij die oproep kregen we veel spullen, niet alleen turfgereedschappen, maar ook objecten die te maken hadden met de jacht en visserij. Daarnaast kregen we natuurlijk veel 'gewone' huishoudelijke dingen. Ook de boerderij zelf, een museumstuk op zich, zorgde dat we het dagelijks leven van de vroege twintigste eeuw meer aandacht wilden geven."

Loes vertelde tijdens de rondleidingen graag over de dingen die mensen vroeger hadden bedacht voor problemen die wij nu met technologie oplossen. Dat de mens zo vernuftig was, gaf haar een gevoel van trots. "Er stond bijvoorbeeld een 'ijstoren' in het dorp. Dat was een dubbelwandig gebouw aan het water dat fungeerde als koelkast. Hierin werd 's winters ijs verzameld zodat het daarna koud bleef en zo lang mogelijk gebruikt kon worden voor bijvoorbeeld het vers houden van vis of het koelen van wonden."

Ze herinnert zich ook dat bezoekers graag zelf vertelden over hun jeugd in Reeuwijk. "Iemand vertelde eens dat hij als kind bij wijze van spelletje luizen dooddrukte. Het doel was om een zo lang mogelijk bloedspoor te maken. Zijn ouders waren hier niet blij mee, want ook al had iedereen in die tijd luizen, dat hoefde niet zo duidelijk op de muur afgebeeld te worden."

Van Oudheidkamer naar Streekmuseum

Met de verbreding van de collectie was het museum ook langzamerhand toe aan een nieuwe naam. "We wilden meer zijn dan alleen een verzameling oude spullen. Het museum moest de hele streek tussen de Rijn, de IJssel en de Wiericke promoten. Daar paste de naam 'Streekmuseum' beter bij dan 'Oudheidkamer'," legt Corrie uit, "maar in de volksmond hoor je nog steeds vaak 'Oudheidkamer'. Ik betrap mezelf er ook regelmatig op!" lacht Corrie.

De ambitie om Bodegraven-Reeuwijk met omliggende streek en met duidelijke uitstraling naar het Groene Hart te presenteren, staat bij het huidige bestuur hoog op de agenda. Het doel is om van het Streekmuseum een door het Rijk erkend museum te maken. Hiervoor moet er wel het een en ander verbouwd worden, met name het witte houten noodgebouw dat naast de boerderij staat. Corrie: "Het is een oud scoutinggebouw dat in Voorburg is afgebroken en hier opnieuw is opgebouwd. Maar dat is zonder fundering gebeurd, dus nu is het aan het verzakken."

Op naar nieuwbouw dus. "De tekeningen van de architect liggen al klaar en het overleg met de gemeente is gaande. Als het doorgaat, is het museum binnen een paar jaar vernieuwd" De collectie wordt heringericht, de toegankelijkheid voor ouderen wordt verbeterd en het museum zoekt samenwerking met bijvoorbeeld het kaasmuseum. "Die ambities zijn wel afhankelijk van de mankracht die we op kunnen brengen. We zijn dus hard op zoek naar nieuwe vrijwilligers!"

Op dit moment is Corrie nog druk in de weer met de voorbereidingen voor het feest ter ere van het 35-jarig bestaan van de oudheidkamer. "We organiseren een streekmarkt en een verkoop van overtollig materiaal. Verder is er live muziek en natuurlijk hebben we leuke, historische demonstraties. Het wordt een prachtig feest!"

Tekst: Key Tengeler

Meer berichten