
Zo gek is het in ons dorp nog niet
Algemeen Anders bekekenZoals gewoonlijk dronk ik afgelopen zaterdagmorgen een kop koffie met goede vriend Harry op het terras van De Buren. We praten dan een beetje bij over de week en zijn bedrijf. Dat groeit snel en dat brengt uitdagingen met zich mee die we doornemen. Met horecaman Ben van ’t Hof wisselen we wat dorpsroddels uit en praten over de lokale politiek.
Intussen hebben we natuurlijk een open oog voor de omgeving. Het opgeknapte Raadhuisplein is een lust voor het oog en werkt als een soort magneet. De mooie hanging baskets met bloemenpracht - verzorgd door de lokale middenstand - zorgen voor extra sfeer, winkelend publiek scharrelt rond, bekenden passeren en groeten of zwaaien. De ene week verkondigen gelovigen op en rond het plein aan wie het horen wil hun vertrouwen in Jezus, soms is er een extra warenmarkt, dan weer reikt Quint Langerak van de Jumbo vanuit de Muziektent de prijzen uit van zijn jubileumwedstrijd. Terrassen lopen bij mooi weer vol, mensen likken aan een ijsje van De Zoete Inval op een van de bankjes op het plein.
Kortom, in het centrum van Bodegraven valt genoeg te beleven. Dat moeten we vooral koesteren. Zoals ook winkelcentra Miereakker en Westplein in Reeuwijk en Vromade in Broekvelden bijdragen aan een aantrekkelijk leefklimaat. Weliswaar op een andere schaal dan het centrum van Bodegraven, maar voor de gezelligheid en de leefbaarheid zeker niet minder van belang. Het is jammer dat winkelpanden leeg staan, dat beïnvloedt de uitstraling.
Misschien beseffen we het niet altijd voldoende, maar Bodegraven-Reeuwijk telt nog honderden winkeliers die zorgen voor levendigheid en vertier. Laten we wel zijn, het vergt moed en vertrouwen om in deze tijd, met de moordende concurrentie van webshops, een fysieke winkel te openen. We hebben een uitgebreid horeca-aanbod, in alle kernen zitten restaurants, met keukens uit allerlei werelddelen. Eigenlijk kun je zeggen: het leven in Bodegraven-Reeuwijk is zo gek nog niet.













