
‘Journalisten zeiden: kom met betere cijfers’
InterviewREEUWIJK – Vanuit zijn huis kijkt Rob Tollenaar uit over de Reeuwijkse Plassen. Nu hij met pensioen is, hoopt hij daar vaker van te kunnen genieten. Op 22 juni nam hij afscheid van het LUMC en ontving hij een koninklijke onderscheiding voor zijn bijdrage aan betere kankerzorg.
door Key Tengeler
Toen Rob Tollenaar op bezoek kwam bij vrienden in het plassengebied, was hij verkocht. “Ik heb altijd in Den Haag gewoond, maar hier kreeg ik het gevoel dat ik steeds een stapje verder terug in de tijd zette. In 25 minuten ging ik van 21e-eeuwse nieuwbouw naar een weg die mij deed denken aan 16e-eeuwse schilderingen van het Hollandse landschap.”
Rob en zijn vrouw Marjolein besloten zelf een huis te laten bouwen aan de plas. “Als je me dat een jaar eerder had gezegd, had ik je voor gek verklaard,” lacht hij. “Er kwamen duizend keuzes op ons af terwijl we nog 80 uur per week werkten. Maar het was heel leuk om samen met mijn vrouw op te pakken. Nadat onze kinderen waren uitgevlogen, was dit het eerste grote avontuur dat we samen aangingen."
Verkeerd beeld
Binnenkort kan Rob volledig van het nieuwe huis en de omgeving gaan genieten. In juni nam hij afscheid van zijn lange loopbaan als hoogleraar oncologische chirurgie bij het LUMC. Daar werkte hij vanaf het begin graag met zijn handen én met patiënten. “Ik vond het fantastisch om moeilijke ingrepen te doen, maar ook om goed te luisteren naar wat patiënten willen. Samen beslissen over de behandeling is ontzettend belangrijk.”
Voor die beslissing is het nodig dat een arts goed kan uitleggen wat een behandeling oplevert en hoe groot de kans is op complicaties. “Daar hadden we 20 jaar geleden eigenlijk geen goede cijfers over,” vertelt Rob. “Ik werd getriggerd door journalisten die op basis van de beperkte data zeiden dat chirurgen vaak door tumoren heen sneden. Dat beeld klopte niet. Maar zij zeiden: als je andere berichtgeving wilt, kom dan met betere cijfers.”
Ingewikkeld
Zo begon Rob met twee collega’s te onderzoeken hoe ze de kwaliteit van darmkankerchirurgie konden meten om die te verbeteren. Dat bleek namelijk niet eenvoudig; dezelfde ingreep kan bij de ene patiënt anders uitpakken dan bij de ander. Leeftijd, leefstijl, medische geschiedenis en erfelijke factoren spelen allemaal een rol. “Geneeskunde wordt geneeskunst door de patiënt in zijn context te zien,” zegt Rob. “Onze uitdaging was om een model te ontwikkelen dat rekening hield met de situatie van de patiënt, het type ingreep en het resultaat. En dan het liefst niet alleen de medische uitkomst, maar ook hoe die door de patiënt wordt ervaren.”
In 2010 werd het DICA opgericht, het Dutch Institute for Clinical Auditing. Artsen legden hun behandelingen nauwgezet vast, zodat zichtbaar werd welke aanpak de beste resultaten opleverde. En met succes! De lessen van het DICA zorgden voor minder complicaties, minder heroperaties en een halvering van de sterfte rond darmkankeroperaties van 5 procent naar 2,5 procent, oftewel 250 geredde levens per jaar. "Het laat zien: geneeskunde is teamsport. De beste zorg ontstaat wanneer artsen, verpleegkundigen, onderzoekers én patiënten samenwerken."
Trots op resultaat
Sindsdien wordt het DICA elk jaar verbeterd en uitgebreid met andere kankers en behandelmethoden. “Voor ‘solide kankers’ – tumoren – was chirurgie vroeger de hoeksteen van de behandeling,” legt Rob uit. “We sneden eerst en keken daarna of we met straling of chemotherapie verder moesten behandelen. Dat heeft zich enorm ontwikkeld; tegenwoordig is het soms zelfs andersom en is een operatie niet eens nodig.”
Rob is niet alleen trots op het resultaat van 16 jaar hard werken, hij heeft er ook veel plezier in gehad. “Niets is zo spannend als met een groepje kijken of je een nieuw idee kunt uitvoeren. Hoe mooi is het dat wat we gemaakt hebben vervolgens wordt gebruikt om de zorg beter te maken!” Bovendien werd hij thuis geïnspireerd door zijn vrouw, die zich ook inzette voor kwaliteitsverbetering in de zorg. “We leerden van elkaar. Vorig jaar juli kreeg zij bij haar afscheid ook een lintje voor haar werk in de gynaecologie.”
Samenwerking
Ook na zijn afscheid bij het LUMC blijft Rob zich inzetten voor een hogere kwaliteit van de zorg. De komende maanden helpt hij ziekenhuizen om betere afspraken te maken over samenwerking. "Het personeelstekort wordt alleen maar groter en de zorgvragen worden ingewikkelder," legt hij uit. "Daarom probeer ik partijen met verschillende belangen bij elkaar te brengen. Uiteindelijk gaat het erom dat patiënten ook in de toekomst kunnen rekenen op goede zorg."
Hij en zijn vrouw voelen zich in ieder geval steeds meer Reeuwijkers. “Het is prachtig hier. Elk kwartier mogen we genieten van een ander uitzicht over de plas. We doen ook graag mee aan activiteiten van de natuurvereniging. Ik hoop daar de komende jaren meer tijd voor te hebben.”















