Foto:
Anders bekeken

Hoe komen we uit het financiële moeras?

  Column

We zakken meer en meer weg in het financiële moeras. De gemeentelijke schuld is in de afgelopen vier jaar opgelopen van 120 naar 170 miljoen euro. Als burgers merken we dat meer en meer. Afgelopen week werd bekend dat de rem wordt gezet op onderhoud aan wegen, bruggen en rioleringen. Projecten worden twee tot vier jaar uitgesteld vanwege een gebrek aan geld. “Tering naar de nering zetten,” noemt wethouder Kees Oskam dit; hij is in dit geval de boodschapper van het slechte nieuws. Zonder twijfel blijken gedane investeringen weggegooid geld, maar alleen wie niks probeert, maakt geen fouten. 

Het is zeer de vraag of het tekort puur en alleen te wijten is aan verkeerd beleid. Een recent rapport van BDO Accountants leert dat het water steeds meer gemeenten tot de lippen staat. Volgens deze organisatie draaien inmiddels 125 gemeenten met verlies. Dit is onder meer het gevolg van het overhevelen van zorgtaken zoals jeugdzorg van het Rijk naar de gemeenten. Zaken als de energietransitie, de nasleep van de coronacrisis en de noodzakelijke uitbreiding en modernisering van digitale systemen doen ook een forse aanslag op de gemeentelijke portemonnee. 

BDO vreest dat de geldnood bij gemeenten steeds meer burgers gaat raken door een verdere verschraling van gemeentelijke voorzieningen (zoals zwembaden en bibliotheken), maar ook door minder investeringen in wegen en scholen, minder onderhoud en verhoging van belastingen. Best herkenbaar toch? Edoch, bezuinigen wordt steeds lastiger. Verhogen van gemeentelijke belastingen (leges, riool, ozb, leges) is een beproefd middel om meer inkomsten te generen, maar biedt bij ons geen soelaas meer: de gemiddelde woonlasten liggen met 1092 euro al nergens zo hoog als in Bodegraven-Reeuwijk. Onder meer de rioolbelasting is torenhoog; het is nu eenmaal peperduur om in dit veengebied het stelsel in stand te houden. Wat het antwoord op de financiële ellende wel is? Joost mag het zeggen.

Meer berichten