Foto:
Anders bekeken

Voor iedereen geinig

  Column

Het Reeuwijk-Dorp van mijn jeugd kende twee kruideniers: De Bruin aan de Dorpsweg en Groenendijk aan de Middelburgseweg. Om de week kwamen de eigenaren bij ons aan huis, met een opschrijfboekje voor de boodschappen. Ieder een deel, zo hielden mijn ouders de kerk zogezegd in het midden. 

In die jaren telden vele buurtschappen nog een eigen kruidenier: kleinschalig, hoog servicegehalte, betrokken bij de buurt. En er was plek voor meer: in mijn jonge jaren had Reeuwijk-Dorp een sigarenzaak, twee schoenmakers, een slagerij, twee bakkerswinkels met eigen bakkerij en een benzinepomp annex smederij annex fietsenmaker. Groenten werden huis-aan-huis bezorgd. 

Zeker, de wereld is veranderd. Ook dat tekende zich af in Reeuwijk-Dorp: hier werd begin jaren zeventig een van de eerste cash-and-carry’s gevestigd, uitgegroeid tot keten De Witte Prijzenhal. Inmiddels is in Reeuwijk-Dorp, zoals in de meeste kleinere kernen, nauwelijks iets te koop. Middenstanders verdwenen, eerst uit de kleinere kernen en buurtschappen, vervolgens uit de grotere dorpen. Supermarkten groeiden groter. Tot aan de eeuwwisseling telde Bodegraven nog heel wat buurtsupers, groenteboeren, slagers, bakkers. Maar steeds minder konden die de concurrentie met uitdijende giganten als Jumbo, AH, Aldi en Lidl aan. Detaillisten hebben als versspecialist ook anno 2022 bestaansrecht, maar de cijfers zijn glashelder: in 2021 bleek het aantal fysieke winkels in Nederland ten opzichte van 2010 met 14 procent gedaald. In Bodegraven-Reeuwijk verdween in 2020 3 procent van de winkels, op 1 januari 2021 telde de gemeente er nog 135. 

Edoch, keert het tij? Bodegraven heeft sinds kort weer vier kleinere supers, twee net geopend. Ze zitten alle vier in of rond het centrum, in het hart van het winkelgebied. De oudste verkoopt halal producten, de andere drie lijken zich te richten op Oost-Europese afnemers. In een gemeente met pakweg 14 procent inwoners met een migratieachtergrond (de helft niet-Westerse) wordt daarmee vast in een behoefte voorzien. En het verlevendigt het straatbeeld. Da’s dus geinig voor iedereen.

Meer berichten