
Imker Wim vertelt: van bruidsvolk tot Buitenstuk-honing
Duurzaam BijlageREEUWIJK - Wie bij imker Wim tussen de bijenkasten staat merkt het meteen: hier wordt niet alleen honing gemaakt, hier leeft een complete wereld. Duizenden bijen, koninginnen, werksters, darren en een imker die er met zichtbaar plezier over vertelt. Wim houdt al zo’n vijfendertig jaar bijen, maar het verhaal begon al veel eerder bij zijn moeder.
door Peggy van Leeuwen
Zijn vader kwam uit Reeuwijk en zat tijdens de oorlog ondergedoken in de Peel. Daar ontmoette hij Wims moeder. Toen zij trouwden, verhuisden ze naar Reeuwijk. “Mijn moeder nam een bijenvolk mee. Dat kreeg ze als huwelijkscadeau”, vertelt Wim. “Als je met bijen wilt beginnen, moet je ergens een volk vandaan halen. Zo is het bij ons begonnen.”
Bijenkast vol wonderen
Wim heeft inmiddels tien bijenvolken, waaronder een aantal die op het landje bij het Streekmuseum staan. In de winter is het rustig, maar in het voorjaar en de zomer kan hij er soms een hele dag mee bezig zijn. Kasten controleren, oude raten eruit halen, nieuwe raten plaatsen en alles netjes houden: het hoort er allemaal bij. In elke kast leeft één koningin. Zij legt eitjes en wordt gevoed met koninginnegelei, een soort supervoeding. Daaromheen werken duizenden bijen samen. In de winter zitten er ongeveer tienduizend tot twintigduizend bijen in een volk. In het voorjaar groeit dat aantal snel.
![]()
Imker Wim haalt de honing uit de kasten. - Peggy van Leeuwen
Was is bijenzweet en honing is spuug
“De jonge bijen blijven eerst in de kast”, legt Wim uit. “Ze poetsen de celletjes op, ze verzorgen de koningin en ze slaan het stuifmeel op. Ze kunnen bijenwas zweten. Die was gebruiken ze om raten te bouwen. Bijenwas is dus eigenlijk zweet van de bij. Onder de pootjes hebben ze kliertjes. Daar komt de was uit.”
Na een paar weken worden de jonge werkbijen haalbijen. Dan vliegen ze af en aan om nectar en stuifmeel te verzamelen. De nectar wordt in de kast verwerkt tot honing. “Nectar is iets dikker dan water. Eigenlijk spugen ze die nectar uit in de cellen”, vertelt Wim met een glimlach. Daarna wordt de vloeistof ingedikt. “Als de honing goed is, maken ze een mooi dekseltje van bijenwas op de cel.” Dat honing eigenlijk het wintervoedsel van bijen is, beseffen veel mensen niet. “Wij halen hun eten weg”, zegt Wim. “Daarom geven we er schone suiker voor terug. Daar kunnen ze goed op leven.” Dat moet zorgvuldig gebeuren, want vervuild voedsel kan voor problemen zorgen.
Bijzonder bijziend
Wim deelt zijn kennis graag. Hij geeft uitleg aan kinderen, werkt mee aan natuureducatie en heeft bij het Streekmuseum een bijenstal waar mensen de volken kunnen bekijken, waaronder een kast met een glasplaat. “Mensen hebben vaak geen idee wat er allemaal gebeurt in zo’n kast. Als ze het zien, vinden ze het fantastisch.” Wie naar Wim luistert, kijkt nooit meer hetzelfde naar een bij.
Seks en eten
Naast de koningin en de werkbijen zijn er darren: de mannetjesbijen. Zij hebben vooral één taak, het bevruchten van de koningin. “Verder doen ze weinig. Dat voortplanten wordt vaak in de lucht gedaan, zegt men. Dat weet ik niet, dat zal wel. Ik heb het nooit zien gebeuren, dat gaat te snel“, zegt Wim lachend. “Darren brengen geen nectar binnen en geen stuifmeel. Ze eten vooral mee.”
Alles in de kast hee een functie. Zelfs de geur van de koningin is belangrijk. Elke koningin hee haar eigen feromoon. Daardoor weten de bijen precies bij welke kast ze horen. “Je kunt niet zomaar vreemde bijen in een kast schudden of een nieuwe koningin. Die worden eruit gewerkt of doodgestoken. Ze accepteren elkaar niet zomaar.”
Koningin in een kooitje
Een koningin gaat meestal enkele jaren mee. Daarna raakt ze langzaam versleten en moet de imker goed opletten of er een nieuwe nodig is. “Dat moet je een beetje uitvogelen”, vertelt Wim. Om te weten hoe oud een koningin is, krijgt ze een klein gekleurd stipje op haar rug. Aan de kleur kan de imker zien uit welk jaar ze komt.
Om een nieuwe koningin te introduceren heeft Wim een trucje. “Ik zet de nieuwe koningin in een heel klein kooitje in de kast. Daar doe ik een dikke suikerlaag op. Als de bijen dan in een dag of twee die suiker weg gesmuld hebben, zijn ze aan die geur van die nieuwe koningin gewend. Dan wordt ze geaccepteerd.”
Honingdans met de kont omhoog
Wim kan uren praten over bijen. Het mooiste vindt hij het reilen en zeilen in de kast. “Het instinct dat de bijen hebben om werkbij te worden of juist larven met koninginnengelei te voeden, of dat ze de cellen schoonmaken, het is een duidelijke rangorde.” Ook bijzonder is de Honingdans. Bijen communiceren met elkaar. Een bij die een goede nectarbron vindt, kan dat duidelijk maken met een dans. “Dan staan ze boven op de raat in de rondte te dartelen met de kont omhoog op zijn Hollands gezegd. Dan geeft ze aan: ik heb iets bijzonders gevonden. Dat is zo leuk om te zien”, vertelt Wim enthousiast.
Ook het weer voelen bijen goed aan. Ze reageren op luchtdruk en weersverandering. “Het is fascinerend, zoals ze dat weten. Ik kan aan mijn bijen zien wanneer het gaat regenen.”
![]()
Een drukte van belang voor de ingang van de kast. - Peggy van Leeuwen
Afgevreten vleugeltjes
Bijen zijn belangrijk voor natuur en voedselproductie. “Zonder bijen is er geen goede bestuiving”, zegt Wim. “Dan heb je geen mooie aardbeien, appels, peren en tomaten.” Als imker heeft Wim ook zorgen. De Varroamijt vormt een bedreiging voor bijenvolken. “Die vreet de vleugeltjes van de bijen af en moet goed bestreden worden.” Ook de hoornaar baart hem zorgen. “Daar ben ik als imker het bangst voor. Die hoornaars komen bij de kast en eten de bijen van de plank. Ze kunnen veel stress veroorzaken bij een volk. Van de stress loopt zo’n volk warm. Ze produceren dan teveel warmte en maken zo zichzelf dood. Dat is vreselijk.”
Meer bloemen, meer bijen
Inwoners kunnen zelf ook iets doen. Meer bloemen helpen bijen en andere insecten. Ook bijenhotels zijn nuttig voor wilde bijen. “Hoe meer nectarplanten, hoe beter”, zegt Wim. “Zet bloemen in je tuin, hang een bijenhotel op en laat het gewoon hangen. Dan zie je vanzelf dat gaatjes dichtgemetseld worden.”
Achter elk zoemend insect schuilt een wereld van samenwerking, zorg, bouwkunst en overlevingsdrang. Of zoals Wim het zelf zegt: “Bijen zijn écht bijzonder. Ik sta graag bij mijn bijenkasten. Het is net als een huisdier. De één is gek op zijn kat, ik ben gek op mijn bijtjes.”
Honing kopen?
Zijn eigen Reeuwijkse honing heet Buitenstuk, naar de oude naam van het land bij de brug in Reeuwijk. De honing wordt koud geslingerd en niet verhit. Er kunnen nog kleine stukjes stuifmeel en bijenwas in zitten. Juist dat vindt Wim mooi. “Echte pure honing. Daar gaat het om.” De honing is periodiek te koop o.a. in het Streekmuseum.















