Kruisverenigingen actief bij de TBC bestrijding | KOBR: het nieuws uit Bodegraven-Reeuwijk
Foto:
Verhalen uit het archief

Kruisverenigingen actief bij de TBC bestrijding

  Historie

In de tijd van de verzuiling had iedere bevolkingsgroep ook een eigen kruisvereniging, dus kwam er naast het Groene Kruis ook een Christelijke Vereniging voor Ziekenverpleging. Later werd dit het Oranje-Groene Kruis (voor de protestantse bevolkingsgroep) en het Wit-Gele Kruis (voor de Katholieken). Deze waren beiden in Bodegraven actief. In Driebruggen, Waarder, Reeuwijk en Nieuwerbrug was alleen het Groene Kruis actief.

Het Groene Kruis timmerde het meeste aan de weg, daarom wordt deze organisatie hier centraal gezet. De kruisverenigingen waren in het begin vooral bezig met hygiënevoorlichting, het bestrijden van epidemieën (zoals cholera en tbc) en het verplegen en verzorgen van zieken. Ook de zorg voor kraamvrouwen behoorde tot hun taak.

Elke kruisverenging had één of twee verpleegsters in dienst, die de zieken thuis bezochten en verzorgden. In een verslag uit 1931 staat vermeld dat de zusters van het Groene Kruis in Bodegraven in een jaar 1680 huisbezoeken hadden afgelegd. In 1952 werd bij een vergadering van het Wit-Gele Kruis verslag gedaan van de activiteiten van zuster Korse, die 107 patiënten in totaal 2000 maal had bezocht. In Driebruggen en Waarder, waar de oudste kruisvereniging van Nederland zat, was de eerste wijkverpleegster zuster Hijzeldoorn.

De zusters Schoonderwaldt en Van Wingerden van het Groene Kruis in Bodegraven zorgden ook voor de zieken in het ziekenhuisje. In het kader van de hygiëne was er bij dit ziekenhuisje een badinrichting waar men kon douchen of een bad kon nemen. De hele zorg was nog behoorlijk primitief. In Nieuwerbrug startte men in een simpel magazijn op eigen grond aan de Stationsweg (nu graaf Florisweg). Baby’s moesten echter in 1931 nog gewogen worden op de weegschaal bij de plaatselijke kruidenier.

Een speciale TBC vereniging
In 1915 werd door Het Groene Kruis in Bodegraven een aparte vereniging opgericht ter bestrijding van de gevreesde tuberculose. In eerste instantie kwam er een speciale lighal op het terrein van Vrijland. Hij stelde zijn land kosteloos beschikbaar. Later kwam er een heel tentenkamp bij de grote spoorput tegenover het station. In dit tentenkamp lagen de tbc-patiënten in eenvoudige tenten, waar zij door de zusters en andere hulpverleners werden verzorgd. In 1918 werd door de Vereniging voor Ziekenvoeding in zes maanden 3600 porties eten afgeleverd voor de patiënten. Ook de diaconieën van de verschillende kerken en de Sint Vincentiusvereniging deelden melk en eieren uit.

De tbc-vereniging kreeg een eigen bestuur waarin alle kruisverengingen in vertegenwoordigd waren. Men moest al snel op zoek naar een betere locatie, aangezien in genoemde spoorput de sloten uit het dorp, die open rioleringen waren, hun vuil loosden. De spoorput kreeg dan ook de naam ‘beerput’, en was bepaald geen geschikte plek om de aangetaste longen te laten genezen.

Een consultatiebureau
Na enige moeilijkheden binnen het bestuur van de tbc-vereniging kwam er in 1930 een nieuw bestuur - dit keer met twee vertegenwoordigers van alle kruisverengingen - die direct grote plannen ontvouwde. Eerst werd het tentenkamp verhuisd naar een tuin achter de Dorpskerk, waar onder andere twee vrouwen en twintig kinderen werden opgenomen in twaalf tenten.

Daarna kwam men ook met een plan voor een eigen consultatiebureau. Het onderzoek en de behandeling van de patiënten vond tot dan toe plaats in een eenvoudige houten barak. Het bestuur kwam in 1931 met het plan om een degelijk consultatiebureau te bouwen dat voldeed aan alle eisen van de tijd. Er moest een röntgenkamer in komen, een hoogtezoninstallatie en er moest ruimte komen voor zuigelingenzorg. Door de crisistijd waren de bouwkosten laag, maar er moest toch heel wat geld uit particuliere zakken komen om het gebouw te realiseren. In 1933 werd het gebouw op de hoek van de

Oranjelaan en de Willem de Zwijgerstraat geopend.

Na de Tweede Wereldoorlog veranderde de functie van de tbc-vereniging, omdat er minder patiënten kwamen. Het tentenkamp was niet meer nodig. In 1950 werd besloten om een heel nieuwe organisatie in het leven te roepen waarin het vermogen van zowel de drie kruisverenigingen als de tbc-vereniging werd gebundeld. De organisatie kreeg de naam ‘Stichting Kruishulp’.

Door Cock Karssen

Meer berichten