
Kaashandelaren speelden belangrijke rol
Historie Verhalen uit het archiefOnder de vele kaashandelaren die Bodegraven heeft gekend, en ook onder Vergeer in Reeuwijk, hebben een aantal personen een belangrijke rol gespeeld.
door Cock Karssen
Toen in 1882 de Bodegraafse kaasmarkt werd opgericht - waarbij kaashandelaar Hendrik Goebel een belangrijke rol speelde - waren er namelijk slechts vier kaashandelaren in Bodegraven gevestigd: de firma’s Van Dam en Okkerse, Van der Giesen, Heineken en Zoon, Batelaan en Goebel. Van firma Van der Giesen is bekend dat deze een van de oudste kaashandels in Bodegraven dorp was. Er is een gedicht uit 1874, waarin een mejuffrouw Beijen verslag doet van een reisje door de omgeving, waarbij ook het pakhuis van Van der Giesen werd bezocht.
W. van der Giesen was raadslid van 1887 tot 1917, terwijl zijn vader Jan in de 19e eeuw ook al wethouder en locoburgemeester in Bodegraven was. De zoon van W. van der Giesen, Jan, was van 1932 tot 1946 brandweercommandant en zíjn zoon Jan was eveneens brandweercommandant van 1960 tot 1971. Het pakhuis van de firma stond aan de Oude Markt tegenover de Dorpskerk.
Okkerse en Breekland
Ook de firma Van Dam en Okkerse had oude papieren. Van Dam was burgemeester in Bodegraven in de 19e eeuw, terwijl A. Okkerse van 1893 tot 1913 lid was van de gemeenteraad. De kaashandel van beide heren was zeker voor die tijd groot te noemen, met eigen pakhuizen, een stoomschip voor het vervoer en veel personeel.
Kaashandel Heineken en Zoon is al eeuwenoud. Het kaaskopersgeslacht Breekland kocht in de 19e eeuw als commissionairs kaas voor de heren Heineken in Amsterdam. De familie Breekland woonde toen in de Heerlijkheid ‘Rijnlust’ aan de Noordstraat (afgebroken in 1965). Een nazaat van de eerste Breeklanden was A. Breekland, die penningmeester is geweest van de Vereniging van Kaashandelaren. Ook deze familie heeft een belangrijke rol gespeeld binnen allerlei organisaties in ons dorp, zoals bij het toneel van de Rederijkerskamer vanaf circa 1895 en in het bestuur van de Nutsspaarbank.
Familie Batelaan
Bij de kaashandelaren van het eerste uur moet ook zeker de familie Batelaan genoemd worden. Er waren de firma’s Baan Batelaan, Bas Batelaan, Willem Batelaan en Gt. Batelaan en zij waren allemaal familie van elkaar. Bijzonder was bovendien dat deze neven allen een belangrijke rol gespeeld hebben op het gebied van politiek, de kerk en onderwijs. Drie van de heren zijn vele jaren wethouder geweest, er was zelfs een periode dat er drie neven Batelaan tegelijk in de gemeenteraad zitting hadden. Piet werd in 1901 als eerste benoemd en C.B. Batelaan nam in 1962 als laatste afscheid als raadslid.
Meer handelaren
Ook kaashandelaar Jilles Beijen heeft naast de kaashandel die hij samen met zijn broer bestuurde, zeer veel betekend voor de Bodegraafse gemeenschap. Aan hem danken wij ook een beschrijving van de kaashandel in Bodegraven over de periode 1880-1940. Jilles was ook een drukke bestuurder die in vele besturen een belangrijke rol vervulde.
Kaashandelaar H.J. van de Poll werd in 1931 in gedichten in de krant ‘welbespraakt en lang niet mis’ genoemd. Van de Poll kwam in 1933 als raadslid voor de KVP in de gemeenteraad, en was bovendien wethouder van 1935 tot 1941. Ook was hij secretaris van de rooms-katholieke ondernemersvereniging ‘De Hanze’.
Ook kaashandelaar W. Jongeneel was wethouder van 1970 tot 1978 voor de CHU.
Actief in het verzet
Toen in 1939 in Bodegraven een distributiedienst moest worden opgezet om de distributie van voedsel en kleding te regelen, werd kaashandelaar P.B. Bakker gevraagd om dat ter plaatse op poten te zetten. Toen een jaar later de oorlog uitbrak, werkte deze dienst onder zijn leiding al op volle toeren. Door zijn belangrijke positie kwam Bakker al snel in het verzet terecht. Samen met een aantal ambtenaren hielp hij honderden mensen aan valse persoonsbewijzen, stamkaarten en distributiebonnen.
Vergeer Kaas
Kaashandelaar TH. (Dirk) Vergeer was tijdens de Tweede Wereldoorlog in Reeuwijk-Dorp de motor van de verzetsactiviteiten in de Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers (LO). Een van zijn eerste activiteiten in april 1943 was het laten onderduiken van zeven jonge mannen die niet in Duitsland wilden werken. Samen met wachtmeester J.F. van Daalen en ambtenaar Van Leeuwen zorgden zij behalve voor onderduikadressen ook voor valse bonkaarten en persoonsbewijzen voor de onderduikers.
Dirk Vergeer ontpopte zich als de leider van de LO-groep en had ook contacten met de omliggende groepen. Zijn huis werd een belangrijk trefpunt, ook wel ‘de onderduikbeurs’ genoemd.











