Veehouders Chantal Wansinck en Leon Koot uit de Meije maken zich zorgen over de schade die ganzen veroorzaken.
Veehouders Chantal Wansinck en Leon Koot uit de Meije maken zich zorgen over de schade die ganzen veroorzaken. Foto: Key Tengeler

De strijd tussen boer en gans

Interview

BODEGRAVEN-REEUWIJK - Begin augustus heerste paniek onder de boeren in Zuid-Holland. De rechter zette een streep door de vergunningen om ganzen af te schieten die hun gras opeten. Uiteindelijk kan het meeste ganzenbeheer toch worden uitgevoerd. Maar waarom willen de boeren zo graag van die ganzen af? En waarom boog de rechter zich daarover?

door Key Tengeler

Ganzen zijn een van de grootste veroorzakers van schade aan landbouwgrond, specifiek kolganzen, brandganzen, Canadese ganzen en grauwe ganzen. Met name die laatste eten hun buik vol aan met name het gras van veeboeren. De schade kan oplopen tot tienduizenden euro’s. Bij veehouders Chantal Wansinck en Leon Koot in de Meije is het niet zó erg, maar als bestuurslid van LTO Groene Hart kent Leon de problematiek goed. “Bij ons valt het nog mee, maar als ze komen, ben je in één nacht zo een paar hectare gras kwijt. Rond de Reeuwijkse Plassen of aan de overkant van de Nieuwkoopse Plassen is het zeer ernstig. Daar zijn plekken waar je je gazon niet hoeft te maaien.”

En het aantal ganzen groeit. Bij de laatste telling in juli 2021 waren er bijvoorbeeld meer dan 100.000 grauwe ganzen, terwijl de provincie streeft naar een populatie van 35.500. “We creëren de ideale omstandigheden voor ganzen,” licht Ad Rees, bestuurder bij LTO Noord, toe. “We hebben natuur waar ze kunnen broeden en verbouwen gras waar ze van kunnen leven.” Leon vult aan: “Ze overnachten op het eiland recht tegenover ons huis. We zien ook steeds meer ganzen die blijven overwinteren.”

Schadevergoeding

Tijdens hun verblijf zorgen de ganzen voor financiële schade door gras te eten. Leon legt uit hoe het werkt: “Wij maaien het gras vier à vijf keer per jaar als voer voor de koeien. Dat noemen we een ‘snede’. De opbrengst van zo’n snede noemen we ‘droge stof’. Voor het bepalen van de schade wordt het gras gemeten op een plek die is aangevreten en een plek die niet is aangevreten. Het verschil in lengte wordt omgerekend in droge stof en daar krijgen we de schadevergoeding voor.”

Die vergoeding wordt betaald door de provincie Zuid-Holland. Het totaal aan schadevergoedingen is de laatste jaren meer dan vertienvoudigd: van nog geen 400.000 euro in 2015 tot bijna 4,5 miljoen euro in 2023. Dat heeft deels te maken met een groeiende bekendheid van de regeling en een makkelijkere aanvraagprocedure, maar vooral met de groeiende hoeveelheid ganzen.

Liever gras

Het is voor de boeren natuurlijk fijn dat die schadevergoeding er is, maar Leon heeft veel liever geen schade. “De vergoeding dekt alleen het verloren gras, niet de extra kosten die ik maak om bijvoorbeeld vervangend voer te kopen of de grond te herstellen. En het duurt heel lang voor je de vergoeding krijgt. De provincie mag daar tien weken over doen, maar ik heb mijn vergoeding van de taxatie van maart nog niet gehad.”

Om de schade te beperken worden jagers op pad gestuurd en nemen boeren zelf maatregelen om de ganzen te verjagen. Leon: “We zetten vlaggen neer, we prikken eieren en soms jagen we ze weg met een drone, al zijn ze daar niet altijd van onder de indruk. We rijden er ook met quads langs; de ganzen schrikken van het geluid en het is een leuk klusje voor de kinderen. Maar we hebben maar zoveel uur in een dag en ik heb 2,5 km land, ik zie niet wat aan de achterkant gebeurt. Bovendien zitten wij naast een natuurgebied, daar kun je geen maatregelen nemen.”

Ook schade aan natuur?
Ganzen leveren niet alleen schade op voor boeren, ze zetten ook de natuur onder druk. Hoeveel precies, daarover verschillen echter de meningen. LTO wijst op de ganzenpoep die de waterkwaliteit verslechtert, Fauna4life kaatst terug dat die bijdrage in het niet valt bij de hoeveelheid koeienpoep. LTO noemt de schade die ganzen aanbrengen aan oevervegetatie, de broedplek voor veel riet- en moerasvogels; Fauna4life wijst op de grote stroken gras waar weinig biodiversiteit te vinden is. Heeft de een hier meer gelijk dan de ander?

Rechtszaak

Terug naar de rechtszaak. De provincie had jagers toestemming gegeven om op ganzen te jagen om ‘belangrijke schade’ bij boeren te voorkomen. Enkele natuurorganisaties vochten dit besluit aan. Volgens hen was onder andere niet duidelijk wanneer er sprake is van ‘belangrijke schade’ en ook niet bij welke aantallen ganzen die schade dan niet meer ‘belangrijk’ is. Daarbij was er niet genoeg bewijs voor de claim dat ganzen een probleem vormen bij de luchthavens. Op 6 augustus gaf de rechter de organisaties op deze punten gelijk.

Op dat moment luidde LTO de alarmklok: zonder afschot is er een enorme schade op komst. Enkele dagen later kwam de provincie echter met een manier om het afschot toch in beperkte mate door te laten gaan. “Bijna niemand begrijpt het meer,” verzucht Jan de Groot. Hij is secretaris van Wildbeheereenheid (WBE) De Aarlanden, waaronder de Meije en Bodegraven-Noord vallen. Hij licht toe hoe het nu zit: “De rechter heeft een streep gezet door een specifieke invulling van het Faunabeheerplan Ganzen Zuid-Holland 2022-2027, een besluit dat de provincie dit jaar heeft genomen. Maar de algemene aanpak van dat beheerplan blijft overeind en op basis daarvan blijkt ook toestemming te kunnen worden verleend voor afschot. Het belangrijkste verschil is dat de grauwe gans nu niet meer mag worden geschoten in de winter.”

Volgens Pauline de Jong van Fauna4life, een van de natuurorganisatie die de rechtszaak aanspande, is de toestemming volgens dit Faunabeheerplan doelmatiger. “Het is voor boeren nog steeds mogelijk een jager in te schakelen en we zijn helemaal voor de compensatie van schade. Nu verleent de provincie alleen toestemming aan grondgebruikers - boeren - om ganzen te doden als er sprake is van (dreigende) belangrijke schade en niet meer direct aan jagers. Daarmee blijft de maatregel dichter bij schadebestrijding in plaats van het ‘lukraak’ afschieten van ganzen.” Volgens Jan betekent het in de praktijk echter vooral extra papierwerk. “De provincie was alleen juridisch opdrachtgever van de jagers omdat daar de schaderekening terechtkomt. De handtekening van de boer was altijd al nodig om op diens perceel te jagen.”

Voorlopig lijkt de boel gesust, maar je kunt erop wachten dat een vergelijkbare situatie zich voordoet. Niet alleen in het Groene Hart, overal in Nederland hebben provincies last van ganzenoverlast en worden regelmatig rechtszaken gevoerd. Voor de een is afschot daarbij een wrede en heilloze weg, voor de ander een noodzakelijk kwaad. “Er worden al jaren ganzen afgeschoten. Ze gaan niet weg, de aantallen worden niet minder. Het is dus geen oplossing,” zegt Pauline. “Ik denk dat er geen andere optie is,” werpt Jan tegen. “Alleen door aantallen te verminderen lossen we de schade op.”

Streefstand: flauwekul of bloedbad?
De provincie heeft bepaald hoeveel ganzen ze acceptabel zou vinden om te herbergen in Zuid-Holland. Voor grauwe ganzen is het verschil tussen de streefstand (ca. 35.000) en de telling (ca. 100.000) enorm. “Dat wordt een zinloos bloedbad,” reageert Pauline de Jong, secretaris van Fauna4life.
Opvallend genoeg zijn boeren en jagers het daarmee eens. “Dan lijkt het wel een oorlogsgebied, daar zit niemand op te wachten,” zegt Ad Rees, bestuurder bij LTO Noord. Hun conclusie is echter anders. “Dit laat juist zien dat het juridische gedoe om die streefstanden een flauwekuldiscussie is,” zegt Jan de Groot van Wildbeheereenheid (WBE) De Aarlanden. “Dat de telling zoveel afwijkt van de doelstand laat zien hoe waanzinnig moeilijk het is de aantallen terug te brengen. De focus moet niet liggen op het doelaantal, maar op stabilisatie van de populatie of minstens afname van de groei.”

Ganzenwalhalla

Over één ding zijn ze het eens: Nederland is een ganzenwalhalla. Kunnen we dan niet beter een manier vinden om met de ganzen te leven? Zo is er de suggestie van ganzenrustgebieden: plekken verspreid over de provincie waar de ganzen kunnen eten en broeden. “Loods ze daarheen met geluid, honden, lasers en drones. Ze leren vanzelf dat dat de veilige plekken zijn,” suggereert Fauna4life.

Boeren staan ervoor open. Ze zien dat ganzen slimme dieren zijn die zich telkens aanpassen aan de nieuwe beheermethoden. Maar ze zijn ook sceptisch. “Met een drone verjaag je ze vaak alleen naar de buren. Dit soort maatregelen kunnen de schade beperken, maar niet verminderen. Er is een kleine populatie nodig,” meent Ad van LTO Noord. Melkveehouder Leon vult aan: “Er is geen simpele oplossing, maar we kunnen de natuur niet z’n gang laten gaan in ons gecultiveerde, dichtbevolkte Nederland. We moeten ingrijpen.”

Ook wildbeheerder Jan ziet weinig kans van slagen in de rustgebieden. “Natuurgebieden hebben minder voedingsstoffen in de bodem en ganzen gaan daar niet heen als daar niks te eten is. Daarom fourageren ganzen ook minder in natuurgebieden.” Hij verwacht dat de ontwikkeling naar natuurinclusieve landbouw het probleem daardoor op termijn vanzelf zal verminderen.

In de tussentijd draait het volgens Jan om een cruciale, onderliggende vraag: “In Nederland hebben we afgesproken dat in het wild levende dieren beschermd moeten worden. Als dat schade oplevert, dan delen we die kosten. Is er te veel schade, dan nemen we maatregelen om die schade te beperken of we besluiten dat dat eigen bedrijfsrisico is. Geld is leidend. Dus hoeveel mag de natuur ons kosten?”

Advertentie

Categorieën