Henk ten Brink bij de ingang van de AKIBA arcadehal.
Henk ten Brink bij de ingang van de AKIBA arcadehal. Foto: KOBR

Decorbouwer Henk ten Brink: ‘Soms vragen klanten: ‘Heb je de zolder leeggetrokken?’’

Interview

BODEGRAVEN – Wie in het hoofd van Henk ten Brink (54) zou kijken, ziet vooral een ding: gecontroleerde chaos. En hoewel het klinkt als een kwaal, is het voor Henk voornamelijk een zegen. Het is de bron van zijn creativiteit en maakt dat hij grauwe bedrijfspanden omtovert tot immersieve werelden.

door Duarte dos Santos Estrafalhote

De ontmoeting met Henk vindt plaats in Japan, althans zo lijkt het. De decorbouwer is bezig met de laatste werkzaamheden aan de arcadehal AKIBA District, die onlangs open ging. Hij moet ervoor zorgen dat de bezoeker vergeet in het Utrechtse winkelcentrum Hoog Catharijne te zijn en zich verliest in de neonverlichte straatjes van een nachtelijk Tokio. Bij de ingang, een levensgrote replica van een Japanse metro, lijkt dit al goed te komen. Iets verderop in de ‘experience’, zittend naast de kleurrijke arcadekasten, vertelt Henk zijn verhaal.

Jong geleerd

Op jonge leeftijd ontdekt Henk zijn ongelimiteerde creativiteit. Wanneer hij 6 jaar oud is, staat hij in de schuur bij zijn vader, die een schildersbedrijf had, een gitaar van triplex te maken, gebaseerd op de hakbijlvormige gitaren van rockband KISS. “Met bloed erop en al,” lacht hij. Het is het startschot van veel schetsen, ontwerpen en creëren. 

Ondanks zijn grote interesse en talent voor creatief bouwen weet hij nog niet goed wat hij wil worden ‘wanneer hij groot is’. Na de middelbare school volgt Henk een schildersopleiding. “Ik dacht: ik word wel schilder. Lekker praktisch.” Maar werken in de nieuwbouw valt hem tegen. De sfeer op de bouwplaats, het ritme, de mentaliteit, het past hem niet. “Alleen maar lullen in de bouwkeet, niet mijn ding. Ik werd er echt niet gelukkig van.”

Zijn zwager brengt hem op een ander spoor. Hij laat Henk een advertentie zien van een decorbedrijf in Rijnsburg dat mensen zoekt. Henk maakte een klein portfolio met wat werk dat hij eerder heeft gemaakt en wordt aangenomen. “Ik kreeg een stuk hout, wat touw en een pot verf: ‘Hier is de tekening, maak maar wat.’” Die vrijheid blijkt precies wat hij nodig heeft. Niet lang daarna besluit hij voor zichzelf te beginnen. “Wat zij bedachten, dat kon ik zelf ook,” zegt hij. Het bedrijf heet Henk Decorbouw en bestaat inmiddels al 15 jaar.

Oud is goud

Na anderhalf decennium aan werk heeft Henk veel mooie projecten op zijn conto. Zo heeft hij jarenlang het interieur van verschillende Monkey Towns ontworpen en gebouwd. Van klimwanden tot junglebruggen, overal laat hij zijn herkenbare stempel achter. Daarna volgen steeds complexere en uniekere opdrachten.

Een van zijn meest in het oog springende projecten is The City in ’s-Gravenzande. In een lege tennishal bouwt Henk samen met zijn team een volledige stad in miniatuurformaat, compleet met gevels, bowlingbaan, minigolf, lasergame en zelfs autowrakken. “Ik had op een gegeven moment een groot viaduct gebouwd met een échte Fiat 500 die er op z’n kop naast ligt. Bovenop het viaduct staat een aluminium replica van een Volkswagenbusje. Dat ding had ik bij een Belgische kennis op de kop getikt. Bezoekers vragen zich af: hoe heb je die hierbinnen gekregen?”


Een deel van ‘The City’ van Henks hand. - privéarchief

Ook het recent opgeleverde AKIBA District in Utrecht draagt dus zijn handtekening. Zes maanden werkte Henk aan deze nieuwe arcadehal. Alles moest kloppen, tot aan de lichtbakken, straatlantaarns en de postertjes op de muren. “Het voelt alsof je Tokio binnenstapt,” zegt hij. Zo’n sfeer tot in de details vangen is precies waar zijn kracht ligt. Zelf noemt hij het gekscherend de ‘Henk Decorbouw-saus’: “Voor mij is dat vooral het hergebruiken van oude spullen. Soms zeggen klanten: ‘Heb je de zolder leeggetrokken?’ Dat iets echt is gebruikt, vertelt een verhaal. Je kunt wel iets nieuws kopen en dat ‘oud maken’, maar dan ontbreekt het karakter.”

Creatieve oerwoud

Waar Henk zijn inspiratie vandaan haalt? “Lang leve Pinterest,” zegt hij zonder aarzeling. Maar ook films, oude boekjes en tijdschriften spelen een rol. Van het tegenwoordig veelgebruikte kunstmatige intelligentie (AI) is Henk nog geen fan. “Het is allemaal één look en feel. Heel afgemeten of juist te gestyled, alsof het uit de fabriek komt. Er zit geen fantasie in.”

Al zijn hersenspinsels maakt hij fysiek in zijn loods van 204 m2. Het is zijn domein, een weerspiegeling van het creatieve oerwoud dat groeit in zijn hoofd. “Mijn werkruimte is een georganiseerde chaos. Dat is ook hoe het in m’n hoofd werkt. Erg lastig voor buitenstaanders. Die stappen m’n werkplaats binnen en denken: ‘Wat is dit voor troep?’ Ik heb voor alles een nieuwe en gave bestemming,” legt Henk uit.

Kunstenaarsbestaan

Hoewel zijn creativiteit en passie onverminderd groot is, merkt Henk dat hij gas wil terugnemen. “Ik ben 54. Je staat dichter bij het eind dan halverwege,” zegt hij wat cynisch. “Ik wil niet meer vijf of zes grote klussen per jaar. Dat levert alleen maar stress op. Het moet leuk blijven.” De decorbouwer vertelt vervolgens openhartig dat hij zich soms kan verliezen in zijn werk: “Het vak is veeleisend. Ik merk dat het wel een prijs heeft. Ik zie het ook niet echt als werk. Het ligt zo dicht bij me. Daarom sta ik vaak van ‘s ochtends vroeg tot ‘s avonds laat nog dingen te perfectioneren. Soms verdien ik er minder aan dan ik erin steek. Het is een soort verslaving.”

Die bevlogenheid is heel het gesprek voelbaar. Wanneer Henk over zijn werk praat, licht hij op. Hij verandert in een kunstenaar die zijn magnum opus toelicht. “Mensen maken vaker de vergelijking met een kunstenaar. Of dat zo is, ik weet het niet. Uiteindelijk ben ik gewoon heel handig met zooi. Van troep iets leuks maken, dat is waar ik blij van word.”

Advertentie

Categorieën