
Het geheim van de smid? Ad Kraan vertelt het je graag
InterviewREEUWIJK/NIEUWKOOP – Meestersmid Ad Kraan (77) uit Reeuwijk is sinds twee jaar werkzaam als vrijwilliger in het Smederijmuseum in Nieuwkoop aan het Zuideinde 33. Daar laat hij, samen met vier andere smeden, beurtelings het prachtige ambacht van de smid zien.
door Elise van Oosten
Bij binnenkomst in het pittoreske, tussen nieuwbouw verscholen en door de tijd ingehaalde Smederijmuseum – het voormalige woonhuis van eerst weduwe Kranenburg, die het verkocht aan de familie Verkleij, bestaande uit vader Gerrit, moeder Leentje, de drie zonen Teun, Piet en Leen, en dochter Corrie – stappen we flink terug in de tijd: 1919. In dat jaar werd een vergunning verleend voor twee vuren. Met name zoon Leen zette na het overlijden van zijn vader het smeden voort, tot zijn eigen dood in 1980. Daarna verkocht dochter Corrie het pand aan de Stichting Behoud van Smederijen: het museum was een feit.
Via het woongedeelte, met nog authentieke bedsteden en uitstallingen van smeedwerk in vitrines, met uitleg van vrijwilligers en de gezellige warmte van een potkachel, belandt men vanzelf in de smederij. Daar is Ad Kraan enthousiast bezig het publiek uitleg te geven over het smeden.
Eerste kennismaking
“Als 12-jarig jochie was ik heel vaak te vinden in de smederij in Reeuwijk-Dorp, waar ik woonde. Ik vond het fascinerend en machtig mooi om de dorpssmid aan het werk te zien. Ik mocht meehelpen en leerde toen al behoorlijk wat,” herinnert Ad zich.
Toen hij eenmaal op de Ambachtsschool in Gouda zat, kwam hij daar opnieuw met het vak in aanraking: het smeden werd ook onderwezen. “Voor het stadhuis van Gouda hebben we eens met alle leerlingen spijkers moeten smeden; die opdracht had onze school gekregen,” vertelt Ad met enige trots. Staande naast het aambeeld, dat wel 450 kilo weegt, legt hij uit dat een smid het liefst in wat schemerachtig licht werkt, om zo de kleur – en dus de hitte – van het gloeiende metaal goed te kunnen zien.
Het was niet meer dan logisch dat hij zijn brood zou gaan verdienen als smid. In Reeuwijk had hij een eigen smederij en werkte hij zowel voor particulieren als voor opdrachtgevers zoals Museum Gouda. Hij maakte vele uiteenlopende objecten, zoals sierhekwerken, deurbeslag, sieraden, kandelaars en ornamenten. Hij had zelfs een klantenbestand in bepaalde villawijken in België, waarvoor hij heen en weer moest rijden.
Rond zijn veertigste legde hij via het gilde de proef af tot meestersmid, het ultieme bewijs van vakmanschap.
Handtekening
Zoals elke smid had ook Ad een eigen kenmerk dat hij achterliet op zijn gemaakte smeedwerk – een soort handtekening dus – die in zijn geval bestond uit drie dakjes: ^^^. In het sierhekwerk rondom het voormalige casino aan de Dubbele Buurt in Gouda heeft hij dat kenmerk ook aangebracht. “Dat is het allermooiste: dat je op die manier, heel subtiel, onderdeel uitmaakt van de geschiedenis,” aldus Ad, terwijl hij het vuur nog maar eens opstookt en zijn levensmotto onthult: “Ieder mens is de smid van zijn eigen geluk.”
Ad heeft naast zijn werkzaamheden als smid in het bestuur gezeten van het NGK (Nederlands Gilde voor Kunstsmeden). Hij schreef stukjes in het maandblad, en sinds enige tijd worden er opnieuw pogingen gedaan om jongeren over te halen te kiezen voor een opleiding tot smid.
Bij zijn pensionering droeg hij zijn smederij over aan zijn neef Jeroen. Thuis koestert hij een ruimte met zelfgemaakte, favoriete werkstukken uit zestig jaar smeden. Toen hij, al ruim gepensioneerd, met zijn kleinkinderen een bezoek bracht aan het Smederijmuseum in Nieuwkoop, viel het bij de demonstraties direct op dat hij een rot in het vak was. Hem werd gevraagd als vrijwilliger te komen werken.
“De kunst is inderdaad het ijzer te smeden wanneer het heet is. Ik denk dat dáár het geheim van de smid in besloten zit: op het juiste moment wachten en gevoel hebben voor materiaal en vormgeving.” legt Ad uit.
Verbonden
Nieuwkoop is al honderden jaren verbonden met smederijen. Rond 1900 waren er maar liefst 56, waar allerlei producten werden vervaardigd voor landbouw, bouw, visserij en de jacht. Volgens de overlevering waren het woonwagenbewoners die er strandden met een kapot wagenwiel, wat de aanleiding was tot het ontstaan van de eerste smidse.















