
‘Thuis word ik een puddinkje’
InterviewBODEGRAVEN – Een gele bank, caféstoelen en een lamp van haar moeder. Bij Suzanne Schiereck hoeft een interieur niet perfect te zijn. Haar huis mag leven, verrassen en een beetje rommelig zijn. Want een thuis moet vooral laten zien wie je bent.
door Peggy van Leeuwen
“De inrichting is eigenlijk wat ik zie en wat ik mooi vind,” vertelt Suzanne. Voor haar begint een interieur bij kleur. Niet één mooie tint, maar juist kleuren die samen sfeer maken. “Het moet bij mij passen. Als ik door mijn huis loop, wil ik daar een glimlach van krijgen en blij van worden.” Haar huidige interieur is uitgesproken, met een gele bank en aubergine, goudgeel, bordeaux en roze. Haar eerste woning was juist rood, terracotta en oranje, compleet met rode vloer en oranje kast. Daarna volgde okergeel met kobaltblauw. “Eigenlijk heeft ieder huis een heel eigen karakter gehad,” zegt Suzanne. Ook haar smaak veranderde mee. “Naarmate ik ouder word, wordt het zachter. Meer pastel,” zegt ze lachend.
Een huis met verhalen
Strak en perfect opgeruimd hoeft het niet te zijn. “Dat kan ik ook helemaal niet,” lacht ze. “Het is bij mij een beetje rommelig. Een echt leefhuis.” Nieuw en tweedehands staan naast elkaar: nieuwe gordijnen, stoelen uit een café en een lamp van haar moeder.
Suzanne houdt van kunst en kleine voorwerpen met een verhaal. Een onooglijk elektriciteitshuisje voor het huis kreeg bijvoorbeeld een sticker met een schilderij van Kees van Dongen. Aan de muur hangt eigentijdse kunst, waaronder een werk met een meisje van een klassiek schilderij met het McDonald’s-logo op de achtergrond: een grappige knipoog naar deze tijd.
Liefde op het eerste gezicht
Suzanne werkte in Rotterdam toen Bodegraven in beeld kwam. “We kenden Bodegraven en zijn hier gewoon eens gaan kijken. Ze hebben een HEMA, dus dat was al goed,” vertelt ze. De dorpse sfeer en centrale ligging spraken haar aan. Het huis was liefde op het eerste gezicht. Vooral het dakterras vond ze geweldig: geen tuin, maar wel buiten zitten. “Het doet een beetje Frans aan.”
Wat maakt dit huis écht haar thuis? “Als ik door mijn huis loop, ben ik gelukkig. Het ademt wie ik ben.” Thuiskomen betekent vooral loslaten. “Dan kan ik ontspannen en word ik een soort puddinkje,” zegt ze lachend. “Lekker relaxed.”
Anno 1907
Het huis van Suzanne kent een lange geschiedenis. Er woonden verschillende families en vroeger deed het dienst als huis van het Rode Kruis. Inmiddels woont Suzanne er met haar zoon Cas en kat Dotje.












