
Hondendrollen en speelveldjes
Politiek Anders bekekenHondenpoep kan de gemoederen aardig bezighouden. Omdat fatsoen niet voor iedereen hetzelfde inhoudt, heeft de landelijke overheid in februari 2011 de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) aangepast. Binnen de bebouwde kom moet de hondenuitlater altijd materiaal bij zich hebben om de drol op te rapen en netjes op te ruimen. Zowel in Bodegraven als Reeuwijk zijn plaatsen aangewezen waar de hond mag loslopen en zijn zelfs hondenstranden aangelegd.
Prettig geregeld allemaal. Eerlijk is eerlijk, de meeste hondenbezitters deugen en houden zich aan de regels. Hoewel, honden lopen weleens los waar het niet hoort. ”Hij doet niks,” hoor je dan, terwijl het snuffelende beest zijn vochtige neus in je kruis duwt. En de hondendrol blijft echt weleens liggen. Voor klachten daarover: bij de gemeente kun je gratis(!) een krijtspuitbus en een sjabloon aanvragen om de tekst “Een goede baas ruimt op” op je eigen straat te spuiten. Dat helpt vast. O ja, met klachten mag je tijdens kantooruren het gemeentehuis bellen. Geen idee wat er dan gebeurt, maar in theorie wordt dus best wel goed over de foute hondendrol gewaakt.
Dat altijd sprake is van voortschrijdend inzicht, leren ervaringen in Reeuwijk-Brug. Sinds jaar en dag ontmoeten hondenbezitters elkaar op een grasveld bij de Waterdekmos. Zeker vijftig honden zouden er regelmatig spelen, terwijl de baasjes bijpraten. Althans, zo was het: sinds half september verbieden bordjes gebruik door honden. Formeel terecht, officieel mogen honden op Reeuwijk-Brug alleen loslopen in het Kennedybos of een deel van het Reeuwijkse Hout. Maar geografisch zou een losloopplek ten oosten van de Breevaart wel weer logisch zijn.
Hondenbezitters zijn daarom een petitie gestart om een grasveld langs de Treebord tot hondenspeelveld te maken. Als de gemeente een hek en een prullenbak neerzet plus een bankje voor de sociale interactie, zijn de hondenbezitters weer blij. De oproep op petities.nl was begin deze week 61 keer getekend. De tijd zal leren of de gemeente dat voldoende acht.
Henri Stolwijk











