
‘De gemeente mag deze kosten niet rekenen’
PolitiekBODEGRAVEN-REEUWIJK - De afgelopen jaren is het liggeld voor een boot in onze gemeente bijna verdubbeld. Zeker in Reeuwijk is dit een zware dobber. Met je bootje de plas op zit hier in het DNA, maar het is onbetaalbaar geworden. Fred Baars uit Reeuwijk-Brug ageert al jaren tegen de gemeente om de hoge liggelden. “Er is geen juridische grondslag voor de kosten die ze op ons verhalen.”
door Key Tengeler
De tafel ligt bezaaid met brieven van en naar de gemeente. Al in 2021 maakte Fred bezwaar. Er verscheen ineens een opslag van 21 procent op zijn liggeld, de btw. Maar zijn liggeld was altijd al inclusief btw geweest. “De gemeente had een verhaal dat ze het vergeten waren af te dragen aan de Belastingdienst, maar daar hoefde ik toch niet voor op te draaien?” herinnert Fred zich nog steeds verontwaardigd.
Het bleek dat de gemeente een oude fout herstelde. In gemeente Reeuwijk was liggeld altijd inclusief btw berekend en werd die netjes afgedragen. Na de fusie met Bodegraven was dat misgegaan: het liggeld werd exclusief berekend en de btw is nooit betaald aan de Belastingdienst. Toen de gemeente daar achterkwam, heeft die de achterstallige btw (t/m 2018) voor eigen rekening genomen, maar daarna werd het wel weer doorberekend aan de inwoners. Voor Fred betekende het een keiharde verhoging van 21 procent op zijn liggeld.
Enorme kostenposten
De situatie bekoelde totdat de gemeente besloot dat de ‘huur’ van alle ligplaatsen de kosten moeten dekken van bijvoorbeeld het onderhoud en de administratie (zie blauwe kader). Dat betekende meer dan 50 procent verhoging in 2024 en nog eens 7,9 procent in 2025. Fred maakt bezwaar. Hij vraagt welke kosten de gemeente dan allemaal doorberekend en krijgt een overzicht waar hij woedend van wordt. Booteigenaren moeten 35.000 euro betalen voor de aanleg van de boothelling en de btw wordt gerekend als kostenpost van 10.000 euro, terwijl de gemeente die doorberekent. In een latere brief corrigeert de gemeente dat naar 0 euro.
Hiernaast staat 40.000 euro op de begroting voor onderhoud aan groen op de kade en in bermen langs het water. Fred laat een foto zien van zijn kade in juni 2024; het onkruid staat een meter hoog. Een dag later heeft hij het zelf gemaaid, zoals inwoners dat vroeger ook gewoon zelf deden.
![]()
In deze grafiek zie je de ontwikkeling van het liggeld voor een afmeerplaats in havens De Wikke, Treebord, Kamille/Melkdistel en Kerkestuk/Dunantlaan in Reeuwijk-Brug. Vanaf 2019 zijn de prijzen inclusief 21 procent btw. - Kijk op BR
Onterecht doorberekend
Fred is niet de enige die boos is. De gemeente rekent watersportverenigingen aan de Oude Rijn namelijk voor dat zij onderhoudskosten moeten betalen omdat de gemeente om hun borden in de berm op de kade heen moet maaien. Acht watersportverenigingen vechten samen de verhoging van het liggeld aan. Er komt een juridisch onderzoek en de verenigingen krijgen gelijk: omdat de berm nog steeds toegankelijk is voor iedereen, hoort die bij de openbare weg. Onderhoud daarvan is een publieke taak van de gemeente en mag niet doorberekend worden aan specifieke gebruikers.
Mooi, dacht Fred, dan zal de gemeente dat ook toepassen op het onderhoud waar hij voor betaalt. De kade aan zijn ligplaats in de haven Kamille/Melkdistel is immers ook openbaar toegankelijk. “Maar als ik dit aankaart bij de gemeente, zitten ze me met glazige ogen aan te kijken.” Volgens de gemeente ligt het hier anders, omdat onderhoud aan de kades langs de verschillende haventjes in Reeuwijk niet noodzakelijk is voor het gebruik van de openbare weg, oftewel de stoep die een halve meter iets hoger ligt. Hier worden ‘heel andere kosten’ doorberekend.
Is de kade onderdeel van een particuliere ligplaats of is het een openbare weg die de gemeente moet onderhouden? Voor Fred is het duidelijk. “Ja, het lag bij de watersportverenigingen net even iets anders. Daar stonden paaltjes en dat gaf meer werk om eromheen te maaien. Nou, al moest het met een nagelschaartje, dit is een kulverhaal! Iedereen loopt over de kades langs onze haventjes, er staat een bankje, er zijn trappetjes en er wordt gezwommen.”
Naast de vraag of de gemeente het groenonderhoud mag doorberekenen, kun je ook je vraagtekens zetten bij de sterke stijging van de totale kosten die de gemeente maakt. In 2021 was voor de liggelden in totaal 65.000 euro begroot, in 2024 al 85.000. In 2025 kwam daar nog eens 10.000 bovenop, geheel voor rekening komend van het groenonderhoud. “Ik wil geen advocaat in de arm nemen, maar ik voel me er zo langzamerhand toch toe genoodzaakt,” zegt Fred. “Het is bezopen dat dat nodig is om eruit te komen met je eigen gemeente.”
Bootje is cultuur
Ten slotte wil Fred een oproep doen aan de gemeenteraad om na te denken wat voor gemeente we willen zijn. Is een bootje een luxeproduct of hoort een bootje bij de Bodegraafse en vooral de Reeuwijkse cultuur? Moeten ligplaatsen worden verhuurd aan individuele inwoners of zouden haventjes vrij beschikbaar moeten zijn als deel van de publieke ruimte? “In de stad gaan mensen in het weekend naar het park. Als je aan de kust woont, loop je over het strand. Reeuwijk is een plek van water, hier stappen mensen in hun bootje en gaan de plas op. Daar zou je niet voor moeten betalen.” Op woensdag 17 december stelt de gemeenteraad de tarieven voor 2026 vast.
Megaverhoging van liggelden: hoe zit het?
In 2023 heeft de gemeenteraad besloten dat de liggelden de kosten moeten dekken die de gemeente maakt voor het onderhoud en uitgeven van vergunningen. Waar komen die kosten vandaan?
Het streven naar kostendekkendheid past in een trend in de gemeentelijke begroting. Ook voor bijvoorbeeld afvalverwerking en riolering zijn de lokale belastingen de laatste jaren aangepast, zodat de opbrengsten in balans zijn met de kosten.
In het geval van de liggelden lagen de opbrengsten tot 2023 een stuk lager dan de bijbehorende kosten. Een woordvoerder van de gemeente vertelde toentertijd in het AD dat de inkomsten van liggelden en afmeervergunningen slechts 48 procent bedroegen van de kosten. In één keer naar een kostendekkend tarief invoeren zou meer dan een verdubbeling van de belasting betekenen.
Dat ging de gemeenteraad te ver, dus werd de stijging in 2024 ‘beperkt’ tot 50 procent plus 4,2 procent inflatiecorrectie. Inwoners met een ligplaats kregen een brief waarin ze hun ligplaats kosteloos konden opzeggen. Het jaar erna werd echter afgezien van de tweede 50 procent verhoging, dat werd beperkt tot 7,9 procent.
Kostenposten
Verreweg de grootste kostenpost op de begroting van ligplaatsen is het onderhoud van het groen op kades en in bermen en langs het water. De gemeente rekent hiervoor 6 procent van de totale kosten aan het beheer van waterwegen (eerder 5 procent). In 2025 kwam dit uit op ongeveer 50.000 euro.
Daarnaast bevat de begroting een flinke kostenpost van 17.000 euro voor ‘overige goederen en diensten’, waaronder voornamelijk onderhoudskosten. Dit was overigens 2500 euro minder dan in 2024.
Een andere kostenpost is de huur die de gemeente betaalt voor ligplekken op water dat in het beheer is van het waterschap. Die 10.000 euro wordt doorberekend aan desbetreffende ‘huurders’ van de gemeente. Verder gaat er nog 5600 euro naar inhuur van extern personeel en 12.000 naar overhead zoals financiële administratie en uitgifte van de vergunningen.
Dekking bereikt
Dankzij al deze kostenstijgingen dekt de opbrengst van het liggeld inmiddels 98 procent van de kosten. De afmeervergunningen dekken de bijbehorende kosten bij lange na niet, maar met het wegvallen van de boothelling uit de begroting (zie groen kader) schiet het gezamenlijke dekkingspercentage per 2026 toch naar 80 procent.















