
John van Gemeren: ‘Daar waar we zagen en maaien, bloeit de natuur op’
InterviewREEUWIJK – Ruim een kwart eeuw geleden speurde John van Gemeren van Watersnip Advies in opdracht van de toenmalige gemeente Reeuwijk en provincie Zuid-Holland met zijn bootje de Reeuwijkse Plassen af op zoek naar planten en dieren. Elk hoekje van het plassengebied werd nauwgezet in kaart gebracht. Maar met die kaarten gebeurde bar weinig. Nu, 28 jaar later, krijgt het project een tweede leven. “De tijd is nu pas rijp om aan de natuur te werken. We voelen de betrokkenheid van alle kanten groeien.”
Het is een prachtig archiefstuk: ‘Natuuratlas Reeuwijkse Plassen 1997’, een rapport over de staat van de natuur inclusief tientallen kaarten met per perceel ingetekend welke begroeiing er aanwezig was. En het was een archiefstuk gebleven als het niet per toeval terug op de agenda was gekomen.
De in 2023 nieuw opgerichte stichting De 12 Reeuwijkse Plassen wilde in kaart brengen op welke plekken in het plassengebied natuurvriendelijke oevers waren aangebracht. Dat viel echter niet mee zonder kaarten van het gebied. Schelto de Waard beklaagde zich namens de stichting bij John van Gemerenl, die de oorspronkelijke inventarisatie uitvoerde met Watersnip Advies. “Wacht maar, ik heb nog iets,” zei John. Hij kwam terug met de Natuuratlas uit 1997, met gedetailleerde kaarten vol informatie die nog steeds relevant bleek. “Schelto was onder de indruk en zei: zo’n inventarisatie moeten we eigenlijk herhalen!” De mannen klopten ook bij de gemeente aan met de vraag of zij zo’n kaart konden gebruiken. Een unaniem enthousiasme bracht een vernieuwde inventarisatie op gang.
Het hele plassengebied op perceelsniveau in kaart brengen, dat is een enorme klus. Al snel raakte Schelto de Waard betrokken vanuit de stichting Fondswerving Plassengebied. Hij zorgde voor de grootste financiële bijdrage. “Maar John heeft er ook veel eigen werk in zitten, de betaalde uren zijn ver overschreden.”
Keert het tij?
Hoe staat de natuur er in het plassengebied voor? Dat is niet in één zin samen te vatten. Sinds 1930 staat de natuur steeds meer onder druk door de groeiende aanwezigheid van de mens, ook wel de ‘cultuurdruk’ op het gebied genoemd. In de Natuuratlas van 1997 werd al geconstateerd dat er geen plasbodems meer waren met waterplanten en geen geleidelijke overgangen van water naar land. Daarbij was er een sterke daling van de hoeveelheid riet en lisdodde. Op 15 procent van de percelen was de cultuurdruk ‘hoog’ en op 37 procent ‘aanzienlijk’. Slechts 5 werd gecategoriseerd als met ‘zeer hoge natuurwaarde’.
Sindsdien is de druk op de natuur alleen maar verder toegenomen. Er zijn 7 procent minder onbebouwde percelen en er zijn kenmerkende soorten verdwenen zoals het woudaapje, de grote karekiet en de bruine kikker. “Die hebben hier niets meer te eten,” zegt John treurig. “Hun prooien - schietmotten, kokerjuffers en libelles - nemen zienderogen af.”
Naast de landelijke problemen met stikstof en pesticiden is verbossing van het plassengebied een groot probleem. Schelto: “Bomen zorgen voor minder licht voor het waterleven aan de oever, meer bagger van bladeren, verdroging van percelen en ze trekken vogels aan die de nesten van andere vogels kapot maken.” Daarbij zorgt de overvloed aan Amerikaanse rivierkreeften voor een lege, natte woestijn.
Toch zijn de mannen niet negatief over de toekomst van de natuur. Ze zien het tij namelijk al voorzichtig keren. “De laatste paar jaar zien we voor het eerst in 50 jaar weer een toename van riet en er zijn meer onderwaterplanten,” gaat John verder. “De zwarte stern was jaren weg, maar is nu weer boven – heel passend – de plas Vogelenzang te vinden. Het veenmos komt terug en er groeien weer orchideeën.”
Recreatie en natuur
Om de positieve ontwikkelingen voort te zetten, bevat de Natuuratlas twee belangrijke adviezen. Het eerste advies is: bepaal een ecologische hoofdstructuur als ruggegraat van de natuur. “Alle eilanden en oevers hebben nu een dubbele bestemming: natuur en extensieve recreatie, zelfs de gebieden van Staatsbosbeheer. Wij zijn helemaal voor dagrecreatie, maar terughoudend met verblijfsrecreatie. Dat laatste breidt sluipenderwijs steeds verder uit. Die ene kanostalling is geen probleem, maar door alle steigers, betegeling, etc. bij elkaar verliezen eilanden hun natuurlijke karakter.” Schelto vult aan: “Vroeger werden oevers gebruikt voor een moestuin en was het nodig aan de plaskant een buffer aan te leggen, die toevallig goed was voor de biodiversiteit. Nu is het juist de plaskant die gebruikt wordt, en blijft er nergens ruimte over voor de planten en dieren.”
Het plassengebied moet geen vakantiepark worden, vinden de heren. “Daarom moet een deel enkel een natuurbestemming krijgen, zodat er een kern is van ongemoeide eilanden en oevers waarlangs het leven zich kan voortbewegen. De nieuwe kaarten geven mogelijkheid om die prioriteiten te stellen en de parels van het gebied te beschermen.”
![]()
Doordat de percelen op gelijke schaal zijn gedrukt, zijn de verschillen goed te vergelijken - Elly de Knikker
Ander vaarwater
Het tweede advies van het rapport is om eigenaren meer te stimuleren hun land natuurvriendelijker te onderhouden. Dat is hard nodig, want waar plassen meestal in het bezit zijn van de overheid, is in het plassengebied 80 procent van het gebied in particuliere handen. “We willen de bewoners graag meer bij de natuurontwikkeling betrekken. De verandering moet van binnenuit komen, anders lukt het niet,” zegt John.
Wat dat betreft is hij blij dat het gebied nu ‘in een ander vaarwater’ zit dan 30 jaar geleden. “Er is hier van oudsher een anti-gezag mentaliteit. Al toen het gebied hier ontgonnen werd, was er spanning met de autoriteiten uit Utrecht en Holland.” Schelto lacht: “We zochten het zelf wel uit. Toen ik jong was, werd de gemeente nog van het land afgejaagd!”
Gelukkig is de samenwerking tussen overheden en bewoners nu veel beter, bijvoorbeeld in stichting De 12 Reeuwijkse Plassen en het OTRP. Ook voelen bewoners de urgentie om de natuur te behouden veel sterker. John: “We voelen aan alle kanten: de betrokkenheid groeit. Elke plas heeft zijn eigen stichting en iedere week zijn jagers en vrijwilligers op pad om onderhoud te doen en de eilanden te herstellen. Ze willen de natuur behouden, ook voor de generatie na hen.”
Duwtje
Er liggen nog genoeg uitdagingen, maar John en Schelto treden ze met goede moed tegemoet. Ze zien succesvolle initiatieven rond plassen Elfhoeven, Ravensberg, Kalverbroek en Sloene. Schelto: “Het is een misvatting dat natuurherstel veel geld moet kosten; het kost tijd en is vooral een kwestie van slim met natuurproducten omgaan. Palen voor oeverbescherming groeien hier bijvoorbeeld gewoon aan de boom. Of laat de hovenier twee dagen op een eiland werken in plaats van in de tuin, dat kost de wereld niet.”
John knikt instemmend. “Waar we inzet leveren - waar we bomen zagen, maaien, riet planten en oevers aanleggen - daar bloeit de natuur op. Je hoeft alleen maar een duwtje te geven. Daarna doet de natuur het zelf.”
Lokale kennis overdragen
John en Schelto zien de Natuuratlas 2023 niet alleen als documentatie van de huidige stand van zaken, maar ook als een manier om lokale kennis over het plassengebied over te dragen. John: “Iedereen praat over de plassen, maar er zijn nog weinig mensen die hier al 50 jaar met eigen ogen volgen wat er gebeurt.”
Te vaak wordt landelijke informatie foutief lokaal toegepast. “Laatst had een man die de waterkwaliteit kwam meten het over een ‘natuurvriendelijke oever’. Ik vroeg meteen: wat bedoel je daarmee? Want in de rest van Nederland betekent dat iets anders dan hier,” licht Schelto toe. “Normaal is het een flauw aflopende oever, voor ons is het een eiland met rechte oevers en takkenbossen en riet als beschoeiing. Dit soort lokale kennis is essentieel voor goede natuurontwikkeling.”













