
Liefde tussen de worsten
InterviewNIEUWERBRUG - Zij stond in de slagerij van haar vader, slagerij Zekveld uit de Noordstraat in Bodegraven, amper groot genoeg om de worsten van de haken te halen. Hij was die jongen van Sterk, die vlees voor zijn moeder kwam halen. Toen al groeide er iets tussen hen. Wat precies konden ze op die leeftijd natuurlijk niet benoemen. Maar het was er wel en is er altijd gebleven.
door Marlien van Leeuwen
We gaan terug in de tijd dat je als detailhandel ging ‘horen’. Met het boodschappenboekje ging je langs bij de klanten om op te schrijven wat ze die week aan boodschappen nodig hadden. Zo werkte de kruidenier, de bakker en dus ook slagerij Zekveld. En aan Joke de taak om het vlees en de vleeswaren op haar fiets, in een ongekoelde rieten mand, weg te brengen. Soms ging Cor voor de gezelligheid mee. Die gezelligheid kon ze best gebruiken als ze tot ver achter de huidige Surfplas of in de Meije moest bezorgen. Voor een goede klant bracht ze overigens een onsje ham na. En ja, ook gewoon op de fiets.
Van sommige anekdotes kun je je nauwelijks een voorstelling van maken. De brandweerauto van de vrijwillige brandweer stond in de Noordstraat. Slagerij Zekveld, in diezelfde straat, had een telefoontoestel, een noviteit die echt niet iedereen bezat. Als er brand was, werd er gebeld naar de slagerij. Zij draaiden aan een apparaat en dan ging bij de vrijwillige brandweerlieden thuis een alarm af. Dan wisten ze dat het foute boel was en sprongen ze op hun fiets naar de kazerne. Daar had de familie Zekveld op het schoolbord met krijt geschreven waar de brand was. Het informeren van de calamiteit aan de burgemeester behoorde ook tot de taken van de slagerij.
Kaartje uit den vreemden
Dat was wat vroeger, als je een ansichtkaart kreeg. Die werden nauwelijks verstuurd, want de meeste mensen gingen niet op vakantie. Dus zwaaide de postbode uitbundig met de kaart van Cor. Die kwam maar liefst met een buitenlandse postzegel uit Marseille! Cor was namelijk stuurman op een koopvaardijschip. Tegenwoordig wordt koopvaardijpersoneel ingevlogen, maar destijds ging Cor met de trein naar Marseille om daar aan boord te gaan.
Na een half jaar van huis te zijn geweest kwam Cor voor drie dagen terug in het Bodegraafse en wandelden hij en Joke samen over de Rijnkade. De reis erna ging naar Maleisië, waar de ansichtkaarten nog mooier waren. De onderlinge aantrekkingskracht bleef en uiteindelijk is de vonk overgeslagen.
Op 11 augustus 1964 werd het huwelijk voltrokken op het gemeentehuis in Bodegraven, dat toen nog in de Van Tolstraat stond. De kerkelijke inzegening vond plaats in de Hervormde Kerk. Aan Jokes jongste zusje Wilma viel de eer ten deel om bruidsmeisje. De broer van Jokes moeder was de voorganger. Het feest werd gevierd in het voormalige Hotel van Haaften.
Uit varen
Al snel werd Petra geboren, gevolgd door Teun, Anneke en Kees. In de maanden dat Cor op zee was, stond Joke er alleen voor. Een hele taak voor een jonge moeder! Er kwam een moment waarop Cor zich realiseerde dat de bakker en de slager zijn kinderen vaker zagen dan hij. Het viel samen met de periode van ‘uitvlaggen naar het buitenland’. Rederijen kozen er steeds vaker voor om hun schip onder een andere vlag te registreren, vaak om economische redenen. De Nederlandse vloot nam drastisch af en daarmee de kansen op promotie.
Toen is Cor les gaan geven op de Hogere Zeevaartschool, zowel die van Amsterdam als Rotterdam. Weer later promoveerde Cor tot directeur van de Hogere Zeevaartschool van Rotterdam.
Joke heeft zich op diverse manieren ingezet voor de maatschappij: in de oudercommissie op de lagere school en in de zendingswerkgroep en de kerk. Zo organiseerde ze voor jonge moeders oppas in een zaaltje van de Salvatorkerk, als ze eens naar de kapper wilden of anderszins boodschappen moesten doen.
Beetje avontuurlijk
Vakanties werden vooral in Nederland gevierd, het liefst een beetje avontuurlijk. Cor en Joke herinneren zich een huifkartocht, getrokken door een paard. Als ouders sliepen ze op de banken en (de toen nog de jongste) Anneke sliep in het middenpad. De oudste twee lagen in een tentje naast de huifkar.
Van Bodegraven, via Waarder naar Nieuwerbrug
In Bodegraven woonden ze aan de Schoutendreef. In Waarder kochten ze een oude boerderij die ze voor een groot deel zelf opgeknapt hebben. De kinderen zijn er groot geworden. De laatste jaren woont het echtpaar in Nieuwerbrug aan de Rijn. Een heerlijk rustig plekje, zo vinden ze. En het geheim van een mooi huwelijk als dat van hen? Het kost geen moeite, zo zijn ze het unaniem eens. Het is eerder een rijkdom om zo lang samen op te trekken en een heilige taak ook om bij elkaar te blijven.















