<p>Een Spitfire zoals die vloog over Reeuwijk.</p>

Een Spitfire zoals die vloog over Reeuwijk.

(Foto:)
Verhalen uit het archief

Vliegtuigen tegen de grond

  Gesponsord

76 jaar na dato spreken de verhalen van neergestorte gevechtsvliegtuigen nog steeds tot de verbeelding. Ook in het Groene Hart hebben bommenwerpers en hun bemanning een belangrijke rol gespeeld bij de bevrijding.

Juli 1943
In de nacht van 11 op 12 juli 1943 stortte een Australische Lancaster bommenwerper brandend neer in polder Gravekoop. Zeer waarschijnlijk was het toestel geraakt door een Duitse nachtjager. Het toestel kwam in stukken terecht op het land van Piet Rijlaarsdam en Adriaan van Dam. Het levenloze lichaam van boordschutter P.J. Hogan werd gevonden op het erf van boer Van Spengen. De andere lichamen werden geborgen door de leden van het Bodegraafse Rode Kruis dat in deze oorlogsperiode vele doden heeft moeten bergen. Er konden van de zeven doden slechts drie worden geïdentificeerd.

Na de bevrijding werden ook de namen van de andere slachtoffers bekend, waaronder R.L. Lewis. De zeven doden werden in eerste instantie op het kerkhof in Sluipwijk begraven. Enkele jaren na de oorlog werden zij herbegraven op de Britse oorlogsbegraafplaats in Groesbeek.

Februari 1945
Op 21 februari 1945 vertrekken vier gevechtsvliegtuigen van het 453 Royal Australian Air Force Squadron om half drie ’s middags vanaf de basis Matlaske in Engeland voor de vierde gewapende verkenningsvlucht van die dag. De vier Spitfirepiloten hebben als opdracht: bombardeer de V2-lanceerinrichting in het Haagse Bos en voer aanvallen uit op Duitse wegtransporten in het gebied tussen Leiden en Utrecht.

Bij de aanval op de V2’s ondervindt piloot William (Bill) C. Gadd een technische storing: hij kan zijn beide bommen niet afwerpen. Het is een duistere voorbode. De rest van de formatie laat wel haar bommen vallen en het viertal vliegt verder landinwaarts en beschiet een Duitse drietons vrachtwagen op de autoweg, die we nu kennen als de A12. Hij blijft brandend achter.

Dan pakken ze de spoorlijn Leiden-Utrecht op, zoekend naar een prooi. Bill Gadd raakt in een duikvlucht alsnog zijn bommen kwijt op de spoorbrug over de Enkele Wiericke bij Nieuwerbrug. De opspattende scherven treffen echter ook zijn eigen machine. Hij meldt de vluchtleider gelijk dat zijn motor geen oliedruk meer heeft en dat hij zal proberen een noodlanding te maken, want hij zit te laag om met een parachute uit zijn vliegtuig te springen.

Met een nagenoeg stilstaande motor zet Bill zijn Spitfire vanuit glijvlucht aan de grond in het weiland achter de boerderij van Piet Verheul, dicht bij de kade waarop nu het fietspad ten noorden van de surfplas ligt. Via zijn boordradio meldt Gadd zijn maten dat hij in veiligheid is. Hij probeert zijn vliegtuig te vernietigen, maar het brandje dat hij in de cockpit maakt, gaat snel weer uit.

Twee Sluipwijkse mannen gaan naar de neergestorte Spitfire en met inzet van een uit zijn hengsels gerukt damhek krijgen ze de piloot over een brede sloot in veiligheid. Ze moeten snel zijn, want de Duitsers komen. Ze verstoppen Gadd op een naastgelegen boerderij. Met de hulp van diverse bewoners uit Sluipwijk krijgt de piloot burgerkleren en wordt hij uiteindelijk naar het dichtstbijzijnde centrum van de Landelijke Ondergrondse (LO) in Boskoop gebracht. Maar ook daar is het niet veilig. Hij wordt naar het LO in Leimuiden gebracht, waar hij een onderduikadres krijgt. Even later is daar een emotioneel weerzien met een collega-piloot van hetzelfde squadron, die net iets eerder is ondergebracht. Hij is uit de buurt van het Haarlemmermeer overgebracht.

Nagedachtenis
Gadd overleeft de oorlog. In 1997 komt zijn weduwe naar Nederland en bezoekt alle plaatsen waar haar man is geweest. Nog steeds heeft de Reeuwijkse bevolking contact met de nabestaanden van piloot Lewis van de Lancaster Bommenwerper; 65 jaar na de crash werd in de Sluipwijkse kerk een plechtige herdenking gehouden, waarbij ook diverse familieleden en bekenden van de omgekomen bemanning aanwezig waren. De zonen van R.L. Lewis kwamen tot voor kort elk jaar naar Reeuwijk voor de herdenking. Elk jaar wordt Lewis genoemd bij de herdenking in het plantsoen bij de Boze Vogel in Reeuwijk-Brug en legt de gemeente een krans.

In het Streekmuseum Reeuwijk kunt u meer informatie vinden over de (lucht)oorlog in onze gemeente. Bovendien staat langs de Kippenkade op de plek waar de Spitfire is neergestort een informatiebord.

Meer berichten