
Een koffiehuis en diverse cafés in Bodegraven
Historie Verhalen uit het archiefBODEGRAVEN – In eerdere verhalen is al geschreven over belangrijke herbergen, een melksalon en cafés in onze omgeving. In de Bodegraafse Noordstraat vervulde het Zuid-Hollandse Koffiehuis een belangrijke functie in het culturele leven.
door Cock Karssen
Op de bijgevoegde foto is het Zuid-Hollands Koffiehuis te zien zoals het van 1870 tot 1938 in de Noordstraat te vinden was. Zoals bijna alles in Bodegraven, werd ook dit pand in 1870 door brand verwoest. Gelukkig is er een foto bewaard gebleven van vóór 1870, waarop een kleiner koffiehuis te zien is. Dit koffiehuis lag aan een belangrijke weg in het dorp, want al het verkeer tussen Utrecht en Leiden moest zich door de smalle, onverharde Noordstraat wringen. Daarbij stonden er voor de diverse kaaspakhuizen ook nog kaasbrikken te lossen of te laden. Bij de grote dorpsbrand in mei 1870 brandde ook dit deel van de straat tot de grond toe af, waarbij het koffiehuis werd verwoest. Het werd snel ruimer opgebouwd en beschikte over diverse vergaderlokalen. Verschillende bekende verenigingen hebben in Het Koffiehuis het levenslicht gezien. Zo werd er in 1885 de IJsclub opgericht, in 1908 de Boerenleenbank (nu de Rabobank), en ook Zanglust is daar gestart en heeft er zelfs 25 jaar geoefend. De herensociëteit Concordia bracht er vele uren door en ook het Volksonderwijs, opgericht door Het Nut, gebruikte vaak de lokalen.
Vergaderlokalen
Dat er meerdere lokalen waren, blijkt uit de krantenverslagen. Zo staat vermeld dat de Boerenleenbank werd opgericht in een achterkamertje en daar ook kantoor hield; toen het beter ging, verhuisden zij naar een zijkamer in het pand. Ook blijkt uit een verslag dat het met de toiletten niet altijd in orde was, want een vereniging moest bij de eigenaar C. Rijkaart op een gegeven moment aandringen op de verbetering van het urinoir.
Toen in 1910 het Departement Bodegraven van Het Nut het 125-jarig jubileum vierde, werd eveneens gebruikgemaakt van Het Koffiehuis. De receptie en het avondfeest vonden plaats in Hotel Van Haaften, maar voor het gezamenlijke diner verplaatste men zich naar het Zuid-Hollandse Koffiehuis. In 1931 vermeldde de krant dat bij het eerste optreden van de arbeiderstoneelvereniging Pieter Jelles slechts 50 belangstellenden aanwezig waren in het achterzaaltje. Waarschijnlijk mede door de concurrentie van nieuwe vergaderlokaliteiten in het dorp besloot Rijkaart in 1938 ermee te stoppen, waarna het pand werd afgebroken.
Café De Tram
In de Wilhelminastraat was café De Tram gevestigd, zeer waarschijnlijk genoemd naar de paardentram die er langsreed (later De Musketier, nu Puha). In 1901 werd de familie Van der Zwaan de uitbater. Kees en Anna kwamen uit Rotterdam. Kees overleed al snel, waarna Anna het café met veel succes alleen runde. Naast het café bottelde men ook bier en frisdranken. Zoon Piet nam later café en bottelarij van zijn moeder over. In het boek Anders nog iets staat een uitgebreid verhaal over de familie Van der Zwaan. De zoon van Piet, Jan, opende later restaurant ’t Wagenwiel (op de plaats van het café van Splinter) aan de Oude Markt. Zoon Kees startte op zijn beurt aan de Dammekant restaurant ’t Zwaantje. Ook het café in Oud-Bodegraven, Oud Borft genoemd, is een tijd in handen van de familie geweest.
Meer oostelijk in de Wilhelminastraat was aan het begin van de vorige eeuw ook café Brouwer gevestigd. Tegenover het station werd begin 20e eeuw hotel-restaurant Centraal gebouwd door C.M. Kuipers (zie boek Gewoon bijzonder, SHKB). In die tijd kwamen veel kaashandelaren uit binnen- en buitenland naar Bodegraven om de dinsdagse markt te bezoeken. De hotels in het dorp deden toen goede zaken. Het pand was vele jaren een Chinees restaurant en wordt nu al enige tijd verbouwd.











