Wethouder Dirk-Jan Knol.
Wethouder Dirk-Jan Knol. Foto: Stephan van Leiden

Wethouder Dirk-Jan Knol reageert op kritiek huisvesting huisartsen

Politiek

BODEGRAVEN-REEUWIJK - De vestiging van twee nieuwe huisartsen in Bodegraven lijkt te mislukken. De gemeente wordt verweten dat die zich te weinig heeft ingespannen een nieuwe praktijkruimte te vinden. Er wordt in het bijzonder gewezen naar wethouder Dirk-Jan Knol. Hij verdedigt echter het beleid en zegt dat de mogelijkheden om de helpende hand te bieden beperkt zijn.

De commotie begon met het vertrek van huisarts Van Dobben. De huisarts stopte en er was geen directe oplossing voor zijn circa 1500 patiënten. Die konden niet zomaar overgaan naar de andere huisartsen in Bodegraven, die al volle praktijken hebben. Een oplossing leek nabij toen twee huisartsen uit Alphen aan den Rijn naar Bodegraven wilden komen. 

Wethouder Dirk-Jan Knol: “Wij hebben als gemeente gesproken met de huisartsengroep in Bodegraven/Zwammerdam en met de twee potentiële nieuwe huisartsen en een tijdelijke locatie voorgesteld. De huisartsen wilden met een tijdelijke huisvesting in portocabins starten, want het pand van Van Dobben was niet geschikt; te klein en niet up to date qua voorzieningen.

Wij hebben er voor onze inwoners belang bij dat er extra huisartsen in Bodegraven komen. De huisvesting van huisartsen is een opdracht van huisartsen, zorgverzekeraars en gemeenten gezamenlijk. De gemeentelijke verantwoordelijkheid gaat vooral over het bieden van ruimte hiervoor in het bestemmingsplan. 

De zorgverzekeraars zijn verantwoordelijk voor het verrekenen van de kosten van huisvesting in het tarief voor de huisartsenzorg. Ook als een inwoner zich niet kan inschrijven bij een huisarts in de buurt, kan hij of zij zich wenden tot zijn of haar zorgverzekeraar.”

Oneerlijke concurrentie voorkomen

“Wij willen als gemeente heel graag helpen. Daarom staan we ook in nauw contact met de huisartsen om mee te denken. Zo hebben wij een tijdelijke locatie voorgesteld en hebben we aangeboden kosten voor te financieren.

Gezamenlijk kwamen we op een stuk grond bij de brandweerkazerne, mede omdat het in Bodegraven-Zuid lag. Als gemeente wilden wij de bestemmingswijziging op die grond zo snel mogelijk in orde brengen. We boden ook aan om de kosten van het bouwrijp maken voor te financieren via een lening aan de huisartsen. Wel vragen we huur voor de grond, daar zijn we toe verplicht. Het zou oneerlijk zijn en juridisch niet juist tegenover andere bedrijven als we in deze zaak alleen een symbolisch bedrag zouden vragen. Hoezeer we de maatschappelijke noodzaak van voldoende huisartsen in onze gemeente ook onderschrijven.”

Wensenlijstje huisvesting

Uiteindelijk bleken de kosten voor de huisartsen te groot. Dat had vooral te maken met de huur van de portocabins, maar ook met het bouwrijp maken van de grond, het aanleggen van riolering, elektriciteit en databekabeling en de huur van de gemeentelijke grond. “Het is vervelend voor inwoners en huisartsen dat ze de businesscase niet rond konden krijgen. Maar ik bestrijd de beeldvorming dat de gemeente niet heeft geholpen om de nieuwe huisartsen zich in Bodegraven te laten vestigen.” 

De gemeente heeft van de huisartsengroep het wensenlijstje gekregen voor een nieuwe locatie: circa 200-300 m2 vloeroppervlak op de begane grond of op een verdieping met lift waarin een brancard past. En een pand dat goed bereikbaar en toegankelijk is, met parkeerruimte. “Wij hebben afgelopen dagen in gesprekken met de huisartsengroep een aantal mogelijkheden genoemd. De focus van de huisartsengroep ligt nu op een permanente oplossing. Bij de zoektocht naar geschikte huisvesting wil ik graag ondernemers en inwoners oproepen om mee te denken over een geschikte locatie, bij voorkeur in Bodegraven-Zuid of anders in het centrum of Bodegraven-Noord.”

Heb je een suggestie, dan mag je de wethouder rechtstreeks mailen: dknol@bodegraven-reeuwijk.nl. “Het liefst voor een permanente oplossing, want een tijdelijke huisvesting vergt vaak een investering die moeilijker terug te verdienen is.”

Overleg tussen huisartsengroep en gemeente

Dirk-Jan Knol is naar eigen zeggen in goed contact met de huisartsengroep. “Er is jaarlijks een aantal malen overleg met mij als wethouder en er is doorlopend contact tussen de huisartsengroep en de verantwoordelijke ambtenaren.”

Toch schreef de huisartsengroep een brandbrief richting de gemeente. “Ik snap dat de huisartsengroep bijzonder verontrust is over het tekort, zich volop inzet voor versterking en daarom een brandbrief aan de gemeente en aan de media heeft gestuurd. Die mag ook scherp van toon zijn, want de urgentie is hoog. Maar de suggestie dat de gemeente obstakels opwerpt, is niet juist,” reageert de wethouder.

Naar aanleiding van de brandbrief van de huisartsengroep hebben we met alle betrokken partijen om de tafel gezeten om te zien of we vruchtbare vervolgstappen kunnen zetten.”

Bij die overleggen zitten onder andere zorgverzekeraar Zorg en Zekerheid en huisartsencoöperatie Mediis, waarbij 98 procent van de huisartsen in het Groene Hart is aangesloten. “Ieder van deze betrokken partijen vindt dat inwoners recht hebben op een huisarts in hun dorp.”

Lees hier meer over het knellende probleem.

Advertentie

Categorieën