
Verzoek om permanente bewoning vakantiewoningen
PolitiekREEUWIJK - Een groep eigenaren van zomerwoningen in het Reeuwijkse Plassengebied heeft de gemeente verzocht om hun recreatiewoningen een permanente woonbestemming te geven. Tijdens de eerste inspraakraad van 2025 dienden zij een burgerinitiatief in, waarbij zij betoogden dat hun woningen aan alle eisen voldoen en dat permanente bewoning voordelen biedt voor de leefbaarheid en woningmarkt. De gemeenteraad stond open voor het voorstel, maar gaf aan dat een besluit tijd en zorgvuldige afweging vereist.
door Bert Verver
Binnen het Reeuwijkse Plassengebied staan ongeveer vierhonderd zomerwoningen die volgens het bestemmingsplan niet permanent bewoond mogen worden. In het grijze verleden is vaker door eigenaren geprobeerd in een deel van deze woningen toch het hele jaar te vertoeven. Binnen de voormalige gemeente Reeuwijk is dat, na een langdurige juridische procedure, in een aantal gevallen gelukt.
Van recreatief naar permanent
Namens de eigenaren van tien zomerwoningen hielden de heren Rijsdijk en Gennisse een pleidooi om de recreatieve bestemming van die woningen om te zetten in een permanente woonbestemming. Deze tien woningen voldoen volgens de insprekers aan alle voorwaarden om permanente bewoning mogelijk te maken. Een belangrijk criterium dat daarbij werden genoemd, was dat die woningen, in tegenstelling tot vele andere, goed bereikbaar zijn vanaf de openbare weg en voldoende parkeerplaats op eigen terrein hebben. Volgens de insprekers zou permanente bewoning de leefbaarheid van de buurt aanzienlijk verbeteren, bijdragen aan doorstroming op de huizenmarkt en daarmee goed zijn voor de gemeentelijke begroting. De initiatiefnemers lieten weten dat ze juridisch hadden uitgezocht dat een omzetting paste binnen de nieuwe Omgevingswet.
De indieners van het burgerinitiatief kwamen overigens niet met lege handen. Vanuit het besef dat de waarde van de woningen aanzienlijk zou stijgen, boden zij aan om een percentage van de stijging van de WOZ-waarde bij te dragen aan het Fonds Sociale Huisvesting. Dit om te helpen bij de kosten die de gemeente zou moeten maken en de bekostiging van een stuk rietland. Ook werd aangeboden om te werken met centrale coördinatie van het proces en te zorgen voor landschaps- en stedenbouwkundige begeleiding. Het geheel van de afspraken zou moeten worden vastgelegd in een zogenaamde anterieure overeenkomst tussen de aanvragers en de gemeente.
Tijd nodig
De initiatiefnemers vroegen de aanwezige politici hun voorstel te behandelen in de vergadering van de commissie Ruimte van vanavond, maar in het vragenrondje werd al duidelijk gemaakt dat dat niet mogelijk zal zijn. De raadsleden hoorden het pleidooi welwillend aan en lieten het bij een aantal informatieve vragen en opmerkingen. Zo werd door Gerrit-Jan Ankone (VVD) de vrees uitgesproken dat de inwilliging van het verzoek een grote precedentwerking zou hebben op aanvragen voor andere woningen, maar volgens de heren Rijsdijk en Gennisse zouden weinig extra woningen aan de criteria voldoen. De geschetste prijsstijging van zo’n 1,5 ton per woning werd onder andere door Bas Otting (D66) als veel te laag beoordeeld, maar dat verschil zal volgens de indieners door onafhankelijke taxateurs worden vastgesteld. Ook werd de vrees uitgesproken dat de bescheiden woningen flink uitgebreid zullen worden.
Het bleef vooralsnog onduidelijk welke vervolgstappen moeten worden gezet om het proces verder te brengen, maar gezien de ervaring met dit soort ruimtelijke procedures zal er nog wel enige tijd mee gemoeid zal zijn.










