
Gemeente werkt aan gezond financieel fundament
PolitiekBODEGRAVEN – De gemeente Bodegraven-Reeuwijk wil ook de komende jaren stevig sturen op gezonde financiën. Het college heeft daarvoor de nieuwe begroting 2026-2029 aan de gemeenteraad aangeboden. In het plan staan de belangrijkste doelen voor volgend jaar, de manier waarop die worden aangepakt en met welke middelen dat gebeurt.
De afgelopen jaren wist de gemeente de financiële positie te verbeteren, maar uit de Voorjaarsnota bleek dat de schuld opnieuw was opgelopen. Na de zomer zijn daarom extra stappen gezet om die te verminderen, zoals eerder afgesproken in het coalitieakkoord. Volgens het college raken die maatregelen inwoners en ondernemers niet rechtstreeks in hun portemonnee. Belangrijk uitgangspunt blijft dat investeringen op termijn geld opleveren en dat bestaand beleid niet wordt stilgezet. De rode draad is: de basis op orde, met aandacht voor een duurzaam financieel fundament.
Prioriteiten
Ook inhoudelijk zet de gemeente de lijn uit de Voorjaarsnota 2025-2029 voort. De nadruk ligt op woningbouw, onderwijshuisvesting, mobiliteit en duurzaamheid. In 2026 wordt verder gewerkt aan projecten bij VV Bodegraven, de Vromade, Weideveld II en de Oude Rijnzone. Daarnaast komt er een nieuw plan voor schoolgebouwen, met voorstellen voor vervanging, renovatie en tijdelijke huisvesting. Op het gebied van duurzaamheid blijft Bodegraven-Reeuwijk actief binnen de Regionale Energiestrategie (RES) en bij de ontwikkeling van energyhubs. Ook de samenwerking in het Groene Hart krijgt vervolg. Het Rijk stelt 18 miljoen euro beschikbaar voor het gezamenlijke plan ‘De Fundamentele Waarde(n) van het Groene Hart’, een erkenning van de kracht van de regio.
Ondanks de financiële uitdagingen is het college tevreden met een sluitende begroting. “We kunnen ons werk goed blijven doen en plannen uitvoeren, terwijl we de lasten voor inwoners zo laag mogelijk houden,” zegt wethouder Elly de Vries. De begroting wordt op 27 oktober besproken door de raadscommissie Bestuur & Financiën en op 4 november vastgesteld door de gemeenteraad.















