
Minder plekken voor woonwagens dan beloofd
PolitiekBODEGRAVEN - Het college van burgemeester en wethouders zorgt voor acht tijdelijke standplaatsen voor woonwagens op het voormalige evenemententerrein in Bodegraven. Dat zijn er minder dan de tien tot vijftien die de gemeente eerder in de Omgevingsvisie vastlegde.
Het college nam het besluit op 31 maart, maar liet pas op 2 juli van zich horen via een raadsinformatiebrief. De keuze wijkt bewust af van de Omgevingsvisie en gaat in tegen de wens van de woonwagenbewoners zelf, die minimaal tien standplaatsen nodig hebben.
Waarom minder?
De varianten met meer standplaatsen stuiten volgens het college op financiële, technische en juridische bezwaren. Ze vereisen 275.000 of 357.000 euro extra bovenop het al gereserveerde bedrag. Daarnaast botsen beide opties met de provinciale omgevingsverordening of is een bodemsanering nodig die nog meer (onzekere) kosten met zich meebrengt.
Ook technisch is er een grens: bij tien standplaatsen wordt de rijbaan te smal voor een dieplader. Bewoners kunnen dan hun woonwagen niet vervangen.
Snellere procedure
Voordeel aan minder standplaatsen is dat de vergunningsprocedure (BOPA) sneller is: 8 weken in plaats van 14 tot 26 weken. Het college zegt bewust te kiezen voor ‘de snellere weg’ omdat de woonwagenbewoners al lang moeten wachten.
Op termijn blijft het de bedoeling dat er tien tot vijftien permanente standplaatsen voor woonwagens komen. De tijdelijke plaatsen zijn een tussenoplossing in afwachting daarvan.












