Afbeelding
Foto:

Opbouw en een nieuw fort na de verwoesting

Historie Verhalen uit het archief

Op 30 december 1672, na de verwoesting van Zwammerdam en Bodegraven, kon de Franse generaal Luxembourg door de invallende dooi het ijs niet meer oversteken. 

Hij kon alleen nog via Nieuwerbrug terug naar Woerden, omdat Prins Willem inmiddels met verse troepen vanuit Alphen naderde. Kolonel Pain-et-Vin, die Nieuwerbrug had moeten verdedigen, was halsoverkop naar Gouda gevlucht. Daar was hij echter door de bevelhebber teruggestuurd om vervolgens in Driebruggen te blijven hangen, waardoor de Fransen ongehinderd naar Woerden konden uitwijken. Kolonel Pain-et-Vin kreeg de doodstraf voor het verlaten van zijn post, waardoor Bodegraven zonder verdediging aan de Fransen was overgeleverd. Hij werd in januari 1673 door de krijgsraad veroordeeld en onthoofd.

Na de verwoesting van beide dorpen en van de boerderijen langs de Rijn werden diverse prenten uitgebracht waarop de verschrikkingen in alle wreedheid werden afgebeeld. Ondanks alles heeft de Waterlinie wel verhinderd dat de vijanden konden optrekken naar Den Haag, Amsterdam en Leiden.

Nieuw fort
Na het rampzalige verloop van de strijd tegen de Fransen in december 1672 besloot Prins Willem om het kleine fort Pain en Vin, dat bij Nieuwerbrug lag en door de Fransen vernield was, niet meer op te bouwen. Hij gaf in januari 1673 al opdracht om een nieuw fort te bouwen aan de Enkele Wiericke, dat groter moest worden en ook een sterker punt in de verdediging van de Hollandse Waterlinie. Het werd een vierkant fort met op de hoeken vier bastions en een dijk langs de Rijn verbond het met een brug. De brug, die tot aan het begin van de negentiende eeuw gefunctioneerd heeft, had in het midden een ophaalbaar deel. De Enkele Wiericke werd met een bocht om het fort heen gelegd, zoals nu nog steeds te zien is. Binnen het fort werd een commandantshuis gebouwd en een tiental stenen barakken, waar 150 manschappen gelegerd konden worden. Het fort, dat gebouwd werd door bouwmeester Anthonie Smits, was in 1673 klaar. De bouw heeft 92000 gulden gekost. 

Aan de Prinsendijk werd ook nog een stevig wachthuis gebouwd met dikke muren om een eventuele vijand die vanuit het zuiden kwam de doorgang te beletten. Het fort heeft ondanks de strategische ligging nooit de functie vervuld waarvoor het gebouwd is; er braken namelijk rustige tijden aan. Daarom werd in 1747 al besloten om er militaire goederen op te slaan, waarvoor op het terrein ook het Kruithuis werd gebouwd.

De Hollandse Waterlinie werd op nog meer plaatsen versterkt, maar heeft niet meer hoeven functioneren. Het duurde tot februari 1674 voor de Republiek en Engeland vrede sloten. De vrede met Münster en Keulen volgde later in dat jaar. De oorlog met Frankrijk duurde nog 4 jaar langer; pas in 1678 werd in Nijmegen de vrede tussen beide partijen gesloten.

Straatnamen
Een aantal straatnamen in Bodegraven herinnert nog aan deze periode. De ‘1672 laan’ is duidelijk. ‘Köningsmarck’ herinnert aan de luitenant-generaal die Bodegraven moest verdedigen. De ’Stadhouderslaan’ wijst op stadhouder Willem III. De straten ’Trompstraat’ en de ‘Ruyterlaan’ herinneren aan de grote zeehelden uit die tijd: Cornelis Tromp en Michiel de Ruyter. Een ruzie tussen beiden is in het kampement van de prins in Bodegraven bijgelegd. De ‘Eendrachtsweg’ wijst op het verbond dat werd gesloten tussen de twee admiraals.

Na de verwoesting in 1672 werd Bodegraven niet alleen weer opgebouwd, het werd ook groter en mooier dan voor die tijd. Het duurde wel even, want het is bekend dat in 1683 nog 61 huizen (36 in het dorp en 25 in de polders) moesten worden herbouwd. Het dorp, dat werd bestuurd door een schout met zeven schepenen, kwam langzaam in rustiger vaarwater terecht. Bekend is dat Dirk van Dobben voor 1662 schout was en dat in 1695 Van Beke in deze functie werd benoemd. Door de inklinking van het veen was de akkerbouw bijna verdwenen en had het plaats gemaakt voor veeteelt. 

!