
‘We hebben het hier goed, daar moeten we van genieten’
InterviewREEUWIJK - Ondanks de omstandigheden maken Sergii en Alyona Khmelov een vrolijke indruk. Ze wonen op de Reeuwijkse Poort in de tijdelijke woningen voor Oekraïnse asielzoekers. Ze zijn blij met de opvang en het werk dat ze kunnen doen, al zijn de gedachten aan de oorlog nooit ver weg. Maar ze houden de moed erin. “We zijn nu hier, dat is het veiligst voor onze kinderen.”
door Key Tengeler
Click here for an English version.
Sergii nodigt met een paar Engelse woorden uit om te gaan zitten aan tafel in de kantine van hun tijdelijke woning. Alyona spreekt beter Engels en vertaalt. Ze zijn vriendelijk en open, maar zodra de oorlog ter sprake komt, worden ze stiller. Hun ogen lijmen zich een paar tellen vast aan het tafelblad voordat ze zich weer oprichten en beginnen te vertellen.
In de eerste paar maanden van de oorlog wisten Sergii en Alyona niet wat ze moesten doen. Ze woonden in Odessa, een havenstad aan de Zwarte Zee, niet zo ver van de Russische inval in het zuidoosten van Oekraïne. Elke dag klonk het luchtalarm en vielen er bommen. De elektriciteit viel regelmatig uit, de wegen zaten vol gaten en het water raakte vervuild. Moesten ze blijven of vluchten? En waar moesten ze dan heen? “Toen kwam mijn oude leraar bij ons,” vertelt Alyona. “Hij was 78 en gevlucht uit Mykolajiv, een van de eerste steden die aangevallen werd. We hielpen hem naar het buitenland te komen en toen zei Sergii: ‘Ga ook, met de kinderen. Ik kom later wel achter jullie aan.’” Alyona vluchtte met haar dochter (15) naar Roemenië. “Ik weet niet hoe, maar mensen kochten een vliegticket voor ons naar Nederland.”
Het gezin dacht maar voor een paar maanden uit elkaar te zijn, maar de oorlog duurde voort. Sergii raakte zelfs gewend aan het luchtalarm. Hij haalt zijn schouder op. “Het leven ging gewoon door. Ik was alleen bang als ik de raketten zag.”
Maar zijn gezondheid verslechterde – hij had een operatie nodig aan zijn maag – en de familie wilde weer bij elkaar zijn. Sergii wist met een auto de grens over te steken naar Moldavië en van daaruit naar Nederland te komen, waar hij begin dit jaar werd verenigd met zijn gezin.
‘Prima’ werk
Na een verblijf bij een gastgezin in Gouda, verhuisden Alyona en Sergii met hun dochter naar de Reeuwijkse Poort. Alyona werkte in de accountancy en ging hiermee door vanuit huis tot het onmogelijk werd. Nu werk ik met kinderen hier en geef ik online muziekles aan kinderen die nog steeds in Odessa zijn.” Sergii heeft een baan gevonden via her Reeuwijkse uitzendbureau Groene Hart Service. Hij houdt ervan met zijn handen te werken en dingen te repareren. Dat wordt in Nederland erg gewaardeerd, merkt hij. “In Oekraïne zijn we dat gewend. Hier kopen jullie gewoon een nieuw apparaat als iets stuk is. Zelfs dure apparaten als een wasmachine!”
In Oekraïne werkte hij als elektromonteur met koelkasten, en nu weer. Hij leeft helemaal op als hij erover vertelt. “Ik werk in een team met collega’s uit allerlei landen: Oekraïne, Polen, Nederland, Roemenië, enz.” In de kantine praten ze met handen en voeten en één iemand weet met Engels te verbinden als we er niet uitkomen. “Maar uiteindelijk begrijpen we alles,” zekert Sergii. En hij levert goed werk, al zegt hij het zelf. “Prima,” zegt hij in het Nederlands, en hij lacht trots. “Dat is een makkelijk woord voor mij,” voegt hij er in het Oekraïens aan toe.
Vrije tijd
De familie probeert er het beste van te maken. Ook hun dochter van 25 is naar Nederland gekomen; zij zit in Amersfoort. Samen gaan ze er in het weekend op uit: wandelen langs de Reeuwijkse Plassen of naar zee. “Dat doet ons denken aan thuis. Odessa ligt ook aan zee, maar het water is daar wel een stuk warmer!” Alyona glimlacht triest als de oorlog zich weer opdringt. “Maar dat water is vervuild door de hevige gevechten in Cherson.”
Een van de leukste uitjes vinden ze een bezoek aan een historisch museum. Ze hebben een museumkaart en als het kon, ging Sergii elke week naar een museum. “In Oekraine deed hij dat nooit!” lacht Alyona. Vooral musea waar je ziet hoe het leven vroeger was, zoals het Streekmuseum, vinden ze interessant. Op Open Monumentendag en de Classic Car Cruise Night keek Sergii zijn ogen uit. “Zo’n klein land, zo’n grote geschiedenis!”
Durven dromen?
Alyona en Sergii zijn blij dat hun gezin veilig is, maar natuurlijk denken ze ook de hele tijd aan hun ouders en vrienden die nog steeds in Oekraïne zitten. Elke keer dat ze hen bellen, vrezen ze voor hen. “We vragen waarom ze niet vluchten, maar ze willen niet. Oekraïne is hun thuis. Het is het enige dat ze kennen.”
Sergii droomt ervan de hele familie weer bij elkaar brengen, maar Alyona durf daar eigenlijk niet op te hopen. “Een maand geleden zag ik nog beelden van een bom die was ingeslagen vlakbij ons huis. Ik heb gelijk iedereen gebeld of ze oké waren. Op de achtergrond hoorde ik onophoudelijk het huilen van kinderen.”
Liever denken ze dus zo min mogelijk aan de oorlog. Dat geeft ze alleen maar een machteloos gevoel. In plaats daarvan proberen ze zoveel mogelijk in het nu te leven. “We moeten wel, voor onze mentale gezondheid. Gelukkig is er heel veel positiviteit om ons heen. We hebben het hier goed, daar moeten we van genieten.”















