
Het duurt lang voor alles weer enigszins normaal is
Algemeen Verhalen uit het archiefNa de Tweede Wereldoorlog moest in korte tijd een rechtsapparaat worden opgebouwd dat recht kon spreken over de NSB’ers en hun handlangers. De Binnenlandse Strijdkrachten (BS) had daarvoor strenge instructies gekregen, die ze in onze dorpen ook hebben opgevolgd. Begin juni 1945 is er echter al een officiële dienst die dit werk gaat uitvoeren, de Politieke Opsporingsdienst (POD). In samenwerking met de verzetsmensen werd bekeken welke dorpelingen ‘fout’ waren geweest.
door Cock Karssen
De POD ging aan de slag. Aan 69 vrouwen en meisjes, de zogenaamde ‘moffenmeiden’, werd huisarrest opgelegd. Begin juni werden de gevangenen uit de Phoenix, de Wierickerschans en het Beursgebouw door de bewakingstroepen te voet naar de Martha Stichting in Alphen aan de Rijn gebracht. Hier moesten de gevangenen wachten op hun verdere berechting. Een deel van de Bodegraafse Bewakingstroepen ging mee naar Alphen, de rest was klaar met hun werk en nam afscheid van de Binnenlandse Strijdkrachten.
Weer het leger in
In juli 1945 werden de activiteiten van de BS opgeheven. Op 21 juli werden mannen in de krant opgeroepen om zich te melden als oorlogsvrijwilliger, om het leger weer op te bouwen. Onder andere jongeren die actief waren geweest in het verzet en nu geen baan konden vinden, meldden zich. Op 14 december 1945 stond er een eerste verslag in ‘De Kroniek’ van Bodegraafse jongens die op weg waren naar Indië. Er zouden nog vele verhalen van overzee volgen.
Langzaam weer normaal
In september vond de landelijke geldzuivering plaats. Men moest al het papiergeld inleveren en kreeg per hoofd van de bevolking 10 gulden uitgereikt, het zogenaamde ‘tientje van Lieftinck’, de minister van financiën.
Het duurde lang voor het openbare vervoer weer op gang kwam. In juli kon men weer een paar maal per dag met de bus naar Gouda, terwijl het reizen per trein in augustus mondjesmaat begon: één trein om de 3 uur.
In diezelfde maand begon ook de gasfabriek weer te draaien, weliswaar nog met beperkte gasleverantie, maar de mensen konden daardoor weer zelf koken. Hierdoor werden ook de werkzaamheden van de Centrale Keuken, die lang zorgde voor de maaltijden, opgeheven. Wel moest de distributiedienst nog lang in functie blijven, tot november 1948, omdat veel voedingsmiddelen nog op de bon bleven.
Nieuwe burgemeester in Bodegraven
In Reeuwijk was burgemeester L.J. Lucasse tijdens de oorlogsjaren op zijn post gebleven. Na de oorlog werd hij door de zuiveringscommissie beoordeeld als ‘niet verkeerd, maar met slap beleid’. In Bodegraven was na de moord op burgemeester G.R. Vonk in 1944 NSB-burgemeester Swiers benoemd. Na de bevrijding kwam oud-burgemeester C.S. Van Dobben de Bruijn al op 7 mei op zijn oude post in Bodegraven terug. Van Dobben de Bruijn begon direct met het opbouwen van het ambtenarenapparaat en installeerde in oktober 1945 de noodgemeenteraad.
Als tijdelijk wethouder werden A.R. van der Heijden en J. de Mars benoemd. De instelling van deze noodgemeenteraad viel niet bij alle partijen goed. De ARP wilde gewone gemeenteraadsverkiezingen en vond de noodgemeenteraad overbodig, zij namen dan ook geen zitting in deze raad.
De periode van burgemeester Van Dobben de Bruijn duurde maar kort, tot 1 januari 1946, omdat de burgemeester om gezondheidsreden moest bedanken. Als nieuwe burgemeester werd benoemd mr. J.J. Croles, die met zijn gezin op 16 april 1946 in Bodegraven arriveerde.
Gemeenteraad
Nog tijdens de oorlogsjaren was er al overleg geweest tussen de drie christelijke partijen in Bodegraven om na de bevrijding met één lijst de verkiezingen in te gaan. Op 6 juni 1946 werd dit gesprek tussen de ARP, CHU en SGP voortgezet. De partijen kwamen overeen om niet tot fusie over te gaan, maar wel met één lijst te komen en in de raad één fractie te vormen.
Op 27 juli 1946 vonden de eerste vrije verkiezingen plaats. Redacteur en oud verzetsman C.G. Karssen van De Kroniek meldde dat er veel nieuwe mensen gekozen waren die bovendien niet in de noodgemeenteraad hadden gezeten. Hij gaf ook het volgende commentaar: “Deze raad is wel een heel verschil met andere gemeenten, waar onder invloed van de oorlogsomstandigheden soms heel andere leiders, die in de oorlog naar voren waren gekomen, in de raad zijn gekozen.”















