
Werklozen graven vijver en zwembad
Historie Verhalen uit het archiefZoals wij al eerder schreven, kregen de mensen die in de crisisjaren van de vorige eeuw werkloos geworden waren hulp van de kerken en particuliere organisaties, de steun die de gemeente verleende was een steeds terugkerende bron van discussie.
door Cock Karssen
Het gevolg was dat bijna in elke gemeenteraadsvergadering wel werd gediscussieerd over de steunregeling. In maart 1932 was er een verzoek binnen gekomen van de bouwvakkersbonden om de steunregeling in ieder geval te handhaven en om de huurtoeslag aan de werklozen op twee gulden per week te brengen. Burgemeester Van Dobben de Bruijn, wilde de steunregeling echter stoppen, het was volgens hem een beletsel om te werken: “Men trekt liever steun dan dat men werk zoekt.”
Vier plannen
De Werkloosheidscommissie die door de burgemeester was ingesteld, kwam in mei 1933 met vier plannen om werklozen aan werk te helpen: plan 1 was het aanleggen van een nieuw zwembad (het zwembad in de Oude Rijn moest dicht ), plan 2 betrof het afgraven van de Hoge Rijndijk aan de Zuidzijde en het verharden van de weg, plan 3 ging uit van het realiseren van een diepriool in Oud Bodegraven. Plan 4 ging over de riolering van de Emmakade over het spoor.
De vijver
Hoewel de raad blij was met de plannen, werden zij niet zonder discussie overgenomen. Een deel van de raadsleden, en de burgemeester, vonden dat de aanleg van een zwembad particulier initiatief moest zijn, terwijl de kosten hoog zouden zijn, ook als het werk door werklozen uitgevoerd zou worden. Men bleef discussiëren over de plannen zonder tot een besluit te komen, tot de burgemeester in april 1934 met een heel ander project op de proppen kwam, het ‘Vijverplan‘!
Naast het idee om werklozen in te schakelen bij het graven van een nieuw zwembad, kwam burgemeester Van Dobben de Bruijn met het plan om grond die tussen de Dorpskerk en de Watertoren lag (vroeger gebruikt als voetbalveld van VV Bodegraven) aan te kopen, en ter plaatse een nieuw uitbreidingsplan te realiseren. Een revolutionair plan, aangezien alle dorpsuitbreidingen tot dan toe door particulieren waren uitgevoerd. Het werk moest worden uitgevoerd door werklozen, die om steun te krijgen, enkele dagen aan dit project moesten werken waarvoor zij 10% meer steun zouden ontvangen. In plaats van acht gulden kreeg men dan 8,80 gulden als steun, plus een vergoeding voor slijtage aan kleding en schoenen. Men noemde dit contraprestatie.
Twee maanden later ging de eerste schop al de grond in, twaalf werklozen gingen aan het werk voor 32 cent per uur dat hen bij 31 uren werk 9.90 gulden opleverde. In januari 1935 werd dit bedrag teruggeschroefd naar 26 cent per uur, zodat de arbeiders langer moesten werken om aan hetzelfde bedrag te komen. Wethouder Huijtkar klaagde over ‘lanterfanten’ bij het werk.
Hij bleek het echter zelf niet goed te doen in zijn functie, in februari 1935 moest hij aftreden omdat zijn eigen fractie van de ARP het vertrouwen opzegde. De vijver werd gerealiseerd, en de straat er omheen werd naar de burgemeester vernoemd. Ook het grondwerk voor de omliggende straten zoals de Torenlaan (later Vonklaan genoemd), werd door werklozen verricht.
Bouw zwembad
Ook het zwembad werd gerealiseerd. In het Bodegraafs Nieuws en Advertentieblad van 20-5-1937, stond een paginabrede advertentie van slechts zes woorden: Jong Bodegraven snakt naar een Zwembad! De reden voor deze noodkreet was, dat het oude zwembad ‘De Rijnstroom‘ dat in de Oude Rijn was afgebakend, in mei 1936 gesloten was. Gelukkig waren er al snel Bodegravers die het initiatief namen om te komen tot een nieuw zwembad.
Zij kwamen met revolutionaire plannen: het laten graven van een zwembad aan het einde van de toenmalige Oranjestraat, dat mooier en groter moest worden dan alle baden in de omgeving.
Modernste natuurbad
Op 24-6-1937 werd de Stichting Zwembad officieel een feit. In de loop van dat jaar gingen aannemer W. Mulckhuyse en architect Ir. H. Wesseloo hard aan de slag. Op het land van boer B. Spruijt werd met inzet van werkelozen een diepe put gegraven en de bodem van asbest en beton gerealiseerd. Uiteindelijk kon het nieuwe bad, onder Siberische omstandigheden, op 20 mei 1938 geopend worden. De lof was groot en men sprak van het modernste natuurbad van de hele Rijnstreek.















